CDM en JI
De kern van CDM (Clean Development Mechanism; mechanisme voor schone ontwikkeling) en JI (Joint Implementation; gemeenschappelijke ontwikkeling) is dat landen met reductieverplichtingen deze in andere landen kunnen realiseren.
Een land met een reductieverplichting investeert, bij zowel CDM als JI, in een project waarmee broeikasgasemissies in een ander land worden verminderd. Het investerende land krijgt vervolgens de behaalde emissiereducties in de vorm van emissierechten.
Een dergelijk project valt onder de term ‘Joint Implementation’ (JI), wanneer het plaatsvindt in een land dat onder het Kyotoprotocol een reductieverplichting heeft, of onder ‘Clean Development Mechanism’ (CDM), indien het een project betreft in een land zonder reductieverplichting (dit betreft veelal ontwikkelingslanden).
Het onderscheid tussen CDM- en JI-projecten is relevant omdat de voorwaarden voor gebruik en mogelijk ook de prijs van de emissierechten die voortkomen uit de projecten, verschillen. Emissierechten uit CDM-projecten worden aangeduid als CERs, emissierechten uit JI-projecten als ERU’s. Meer informatie over deze emissierechten en hun mogelijkheden en beperkingen leest u elders op de NEa-website.

