Home Monitoring

Monitoringseisen Monitoringseisen

Emissiehandel staat of valt met een goede monitoring van de uitstoot. Omdat CO2- en NOx-uitstoot geld waard zijn, is het belangrijk dat alle kilo’s NOx en tonnen CO2 binnen het systeem van emissiehandel uniform en zorgvuldig bepaald worden. De bedrijfslocatie moet de uitstoot nauwkeurig controleren en verifieerbaar monitoren en rapporteren. Om dit te waarborden, zijn een goede controle vooraf, een goede borging achteraf, streng toezicht op de monitoring en effectieve handhaving van de monitoring van belang.

De borging van de monitoring binnen emissiehandel bevat de volgende elementen, die elkaar logisch opvolgen.

  • In de Regeling Monitoring handel in emissierechten (MR) zijn de wettelijke eisen voor de monitoring van CO2 en NOx en de inhoud van het monitoringsplan vastgelegd.
  • Op basis van de MR stellen bedrijfslocaties een monitoringsplan (MP) op. Het MP moet een zelfstandig leesbaar document zijn, waarin de eisen uit de MR worden toegepast op de concrete situatie binnen de betreffende bedrijfslocatie.
  • Het MP wordt door de NEa getoetst. De toetsing houdt in dat gekeken wordt of het MP aan de eisen uit de MR voldoet. De toetsing wordt uitgevoerd aan de hand van checklists; het is van groot belang dat de toetsing van de verschillende monitoringsplannen op een uniforme manier plaatsvindt.
  • Als een MP door de NEa ‘gevalideerd’ is, dat wil zeggen dat uit de toetsing blijkt dat het MP aan de eisen uit de MR voldoet, krijgt de betreffende bedrijfslocatie een emissievergunning. Het gevalideerde MP is het belangrijkste onderdeel van de emissievergunning. Daarnaast is in de vergunning geregeld dat een bedrijfslocatie CO2 en/of NOx mag uitstoten, als tenminste gemonitord wordt volgens het gevalideerde monitoringsplan en de bedrijfslocatie voldoet aan een aantal voorwaarden, zoals het jaarlijks inleveren van een emissieverslag.
  • Nadat een bedrijfslocatie een emissievergunning van de NEa heeft ontvangen, gaat zij de CO2- en/of NOx-emissies bepalen volgens het gevalideerde MP. De borgingsstappen in het MP zijn erop gericht dat de bedrijfslocaties hun emissies daadwerkelijk monitoren volgens het goedgekeurde monitoringsplan. Op overtredingen staan sancties.
  • Als er binnen een bedrijfslocatie veranderingen optreden, moeten die in sommige gevallen aan de NEa gemeld worden. Dat hoeft niet te gebeuren bij kleine veranderingen; deze mogen door de bedrijfslocaties eigenhandig in het MP worden doorgevoerd.
  • Na afloop van elk jaar moet elke bedrijfslocatie met een emissievergunning een emissieverslag opstellen. Dit moet in lijn zijn met de gegevens die via de monitoring op basis van het goedgekeurde monitoringsplan zijn verkregen.
  • Het emissieverslag moet vervolgens door een onafhankelijke verificateur worden geverifieerd. De verificateur neemt het goedgekeurde monitoringsplan als basis en verifieert volgens de lijnen, eisen en procedures die zijn vastgelegd in een verificatieprotocol. Hij controleert of de gegevens in het emissieverslag tot stand zijn gekomen volgens het gevalideerde monitoringsplan en de meldingen.
    Het emissie(jaar)verslag moet samen met een ondertekende verklaring van de verificateur, uiterlijk op 31 maart van het volgende jaar worden ingediend bij de NEa.
  • Op basis van de getallen in het geverifieerde emissieverslag moeten de bedrijfslocaties emissierechten inleveren om hun uitstoot in het afgelopen jaar te vereffenen.