Home Vergunningen Vergunningprocedure

Vergunningprocedure

Als uw bedrijfslocaties onder de reikwijdte van het systeem van CO2- en/of NOx-emissiehandel valt (of gaat vallen), bent u verplicht een emissievergunning aan te vragen. Uw bedrijfslocatie moet namelijk beschikken over een in werking getreden emissievergunning op het moment dat de eerste emissies plaatsvinden. Voordat u een emissievergunning aanvraagt, kan het zinvol zijn om na te gaan of uw bedrijfslocatie voldoet aan de criteria voor CO2-emissiehandel en/of de criteria voor NOx-emissiehandel.

Tijdig aanvragen

De NEa adviseert om een emissievergunning (of een wijziging daarvan) tijdig aan te vragen: ongeveer zes maanden voordat deze in werking moet treden. De NEa heeft dan voldoende tijd voor een inhoudelijke beoordeling en het doorlopen van de wettelijke procedure. De duur van de inhoudelijke beoordeling is sterk afhankelijk van de kwaliteit en complexiteit van het monitoringsplan. De wettelijke procedure op grond van de Algemene wet bestuursrecht duurt minimaal 13 weken (dus ongeveer 3 maanden).

Procedure verlening emissievergunning

1. Opstellen van het monitoringsplan

Het opstellen van het monitoringsplan kost voor een gemiddelde bedrijfslocatie twee maanden, maar kan voor een zeer complexe inrichting veel meer tijd vergen. Bedrijfslocaties die zowel onder het systeem van CO2- als NOx-emissiehandel vallen, moeten een geïntegreerd monitoringsplan indienen waarin de monitoring van CO2- én NOx-emissies wordt beschreven. De eisen aan het monitoringsplan staan in de Regeling Monitoring Handel in Emissierechten. De NEa heeft een CO2-leidraad en een NOx-leidraad opgesteld waarin deze eisen nader zijn uitgewerkt en geïnterpreteerd. Voor niet-complexe bedrijfslocaties zijn bovendien voorbeeldmonitoringsplannen opgesteld om een indruk te geven van welke informatie u moet opnemen in uw monitoringsplan.

2. Indienen van de vergunningaanvraag

De aanvraag van de emissievergunning moet opgestuurd worden naar de NEa: Nederlandse Emissieautoriteit, t.a.v. de directeur, Postbus 91503, IPC 652, 2509 EC  Den Haag. Voorbeelden van een vergunningaanvraag vindt u hier. Het monitoringsplan moet separaat gemaild worden naar nea.meldingen@minvrom.nl.

Op het moment dat de vergunningaanvraag bij de NEa is ingediend, mag zij er volgens de Algemene Wet Bestuursrecht (AWB) zes maanden over doen om een definitieve vergunning te verlenen. De vergunningaanvraag en het monitoringsplan moeten dan wel ontvankelijk zijn, wat wil zeggen dat ze aan alle formele eisen voldoen en van voldoende kwaliteit zijn om door de NEa getoetst te kunnen worden.

3. Toetsing van het monitoringsplan

De NEa kijkt of het monitoringsplan voldoet aan de eisen uit de Regeling monitoring handel in emissierechten. Meestal moet de bedrijfslocatie minstens één keer een bijgewerkte versie van het monitoringsplan opsturen, waarin opmerkingen van de NEa verwerkt zijn. Uiteindelijk moet het toetsingsproces uitmonden in een gevalideerd monitoringsplan.

4. Verlening van de ontwerpvergunning

De eerste contactpersoon van de bedrijfslocatie krijgt de ontwerpvergunning toegestuurd, inclusief het bijbehorende monitoringsplan. Van de terinzagelegging van de ontwerpvergunning wordt melding gemaakt in de Staatscourant.

5. Termijn voor het indienen van zienswijzen

Gedurende de termijn van 6 weken dat de ontwerpvergunning bij de NEa ter inzage ligt, kan 'een ieder' (ook de bedrijfslocatie zelf) het monitoringsplan en de ontwerpvergunning inzien. Zij kunnen in die periode bij de NEa ook zienswijzen indienen tegen de ontwerpvergunning.

6. Verlening van de definitieve vergunning

Als de termijn voor het indienen van zienswijzen voorbij is, verleent de directeur van de NEa de definitieve emissievergunning aan de bedrijfslocatie. De verlening van de vergunning wordt gemeld in de Staatscourant en de vergunning wordt, inclusief het monitoringsplan, naar de eerste contactpersoon van de bedrijfslocatie gestuurd. Het monitoringsplan is onderdeel van de emissievergunning. Naast het monitoringsplan bevat de emissievergunning voorschriften over de monitoring, het indienen van een emissieverslag en het melden van veranderingen.

7. Beroepstermijn

Ook de definitieve vergunning ligt zes weken ter inzage. Gedurende die termijn kan een ieder beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Normaal gesproken staat een beroep de inwerkingtreding van de vergunning niet in de weg, tenzij gedurende die termijn een verzoek om voorlopige voorziening bij de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is ingediend. In dat laatste geval treedt het besluit niet in werking voordat op dat verzoek is beslist.

Beroepen tegen verleende emissievergunningen komen in de praktijk zelden voor. Derden (dus anderen dan de aanvrager) hebben zelfs nog nooit beroep ingesteld. Dat komt doordat de emissievergunning eigenlijk alleen regelt hoe emissies moeten worden gemeten en geregistreerd en niet hoeveel emissie mag plaatsvinden.