Leveranciers van benzine en diesel behalen 7% target hernieuwbare energie in 2016

Bedrijven die benzine en diesel leveren aan het vervoer in Nederland moeten een jaarlijks toenemend aandeel hernieuwbare energie leveren. In 2015 was het verplichte aandeel hernieuwbare energie voor vervoer 6,25% en over 2016 was dit 7%. Bedrijven moeten dit aantonen door Hernieuwbare Brandstofeenheden (HBE’s) in te leveren bij de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa). Ze kunnen HBE’s kopen van andere bedrijven of zelf hernieuwbare energie aan vervoer leveren. Er is ook de mogelijkheid om een deel van de HBE’s te sparen (maximaal 25%). Alle bedrijven hebben hun leveringen over 2016 op tijd bij de NEa gerapporteerd en daarvoor voldoende HBE’s ingeleverd.

HBE rapportage

In de nieuwe HBE-rapportage, die de NEa periodiek publiceert, zijn de cijfers te vinden over de afgeschreven en gespaarde HBE’s over 2016 in het Register Energie voor Vervoer. De cijfers zijn gebaseerd op door de bedrijven aangeleverde gegevens.

Spaartegoed gebruikt

In de grafiek hieronder is zichtbaar dat voor 2016 het spaartegoed (uit 2015) is aangesproken om aan de verplichting te voldoen. Over 2017 groeit de verplichting naar 7,75% en dit betekent dat de bedrijven in 2017 minimaal een hoeveelheid hernieuwbare energie aan vervoer moeten leveren ter grootte van 28,1 miljoen HBE’s. Dit getal is gebaseerd op de aanname dat in 2017 evenveel brandstof aan vervoer wordt geleverd als in 2016.

Trendgrafiek HBE's tov jaarverplichting

Rapportage geleverde brandstoffen, grondstoffen en herkomst

In de NEa-rapportage Energie voor Vervoer in Nederland publiceert de NEa jaarlijks cijfers, trends en analyses van de geleverde brandstoffen, de grondstoffen en de herkomst daarvan. Verder toont de rapportage de hoeveelheid dubbeltellend materiaal. Deze rapportage verschijnt later dit jaar, uiterlijk september.