Nederlanders tanken steeds meer biobrandstof

Benzine en diesel wordt in Nederland steeds vaker vervangen door duurzamere oplossingen zoals biobrandstoffen gemaakt uit afvalstoffen maar ook door elektriciteit en biogas. Het doel is om de CO2-uitstoot in vervoer naar beneden te brengen. De Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) is verantwoordelijk voor het uitvoeren van de klimaatdoelstelling hernieuwbare energie in de vervoerssector. 

Brandstofleveranciers hebben een jaarlijks oplopende verplichting om hernieuwbare energie te leveren aan de Nederlandse vervoersmarkt. In 2020 bedroeg die jaarverplichting 16,4% van de totale brandstoflevering. De leveranciers rekenen af bij de NEa met verhandelbare brandstofeenheden, zogenaamde HBE’s. De HBE-rapportage van 4 maart laat zien dat de jaarverplichting ruim gehaald is. Inclusief spaarsaldo bestond bijna 20% van de totale brandstofleveringen uit hernieuwbare energie. 

Europese doelen en leveringen aan zeevaart

In 2020 moesten er ook Europese doelen gehaald worden. Zo moest op basis van de Richtlijn hernieuwbare energie (RED) 10% van de benzine en diesel die werd geleverd aan de Nederlandse vervoersmarkt vervangen zijn door duurzamere alternatieven.

Daar lijkt Nederland met zijn jaarverplichting van 16,4% ruim boven te zitten maar in 2020 werd bijna 1/3 van de biobrandstoffen geleverd aan de zeevaart. Die leveringen tellen wel mee voor de Nederlandse jaarverplichting maar de duurzame biobrandstoffen geleverd aan de zeevaart tellen niet mee voor de Europese doelstelling van 10%. Dit, ondanks het feit dat er vergroening en emissiereductie plaatsvindt in de zeevaartsector door het gebruik van biobrandstof. Wanneer zeevaartleveringen buiten beschouwing worden gelaten, bedraagt het aandeel hernieuwbare energie ruim 11%. Daarmee wordt het Europese doel voor transport dus nog steeds gehaald.

Limieten op biobrandstof uit voedselgewassen en frituurvet

De systematiek maakt het mogelijk om bepaalde vormen van hernieuwbare energie zoals de inzet van afvalstoffen en elektriciteit extra te stimuleren met een hogere beloning. Vanaf 2022 komen er daarnaast strengere limieten op de inzet van biobrandstoffen uit voedsel- en voedergewassen omdat die als minder wenselijk beschouwd worden. Ook wordt de inzet van biobrandstoffen uit gebruikt frituurvet en dierlijk vet begrensd om de meer geavanceerde biobrandstoffen te stimuleren. Uitgangspunt voor de limieten is de hoeveelheid die van deze biobrandstoffen in 2020 is geleverd in Nederland. In 2020 bedroeg het aandeel biobrandstoffen geproduceerd uit voedsel- en voedergewassen 1,7%. Dit is ruim onder de huidige limiet van 5%. Het aandeel biobrandstoffen uit gebruikt frituurvet en dierlijk vet bedroeg 12,1%. De aandelen geven een indicatie voor de toekomstige limieten. Binnenkort zal het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat de definitieve limieten, die gelden vanaf 2022, bekendmaken.

©NEa