Op 29 september en 2 oktober 2025 vond de behandeling van de wijziging van de Wet Milieubeheer (Wm) plaats in de Tweede Kamer voor de implementatie van RED3. De Tweede Kamer nam hierbij een amendement aan over het inboeken van bio-ethanol.

Beeld: © iStock

Het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) heeft inmiddels uitgewerkt hoe zij invulling geeft aan het amendement.

Het amendement zelf treedt om technisch-juridische reden niet in werking.

Om het doel van het amendement te realiseren, zullen het Besluit en de Regeling energie vervoer gewijzigd worden en met terugwerkende kracht in werking treden per 1 januari 2026. Dat betekent dat leveringen van bio-ethanol na 1 januari 2026 alleen in te boeken zijn als deze aan de nieuwe eisen voldoen.

Bio-ethanol inboeken in 2026

  • Bedrijven die in 2026 leveringen van bio-ethanol willen inboeken, moeten kunnen aantonen dat zij deze bio-ethanol als pure ethanol aankochten.
  • Op jaarbasis moeten de inboekers kunnen aantonen dat tegenover het ingeboekte volume bio-ethanol, een tenminste even groot, door hen aangekocht volume van pure ethanol (GN-code 2207 10 00) staat. Dit kan gaan om bio-ethanol die is geproduceerd in de Europese Unie, of als pure bio-ethanol ingevoerd is. De keuze voor een werkwijze op basis van totaal volume op jaarbasis neemt de noodzaak tot een overgangstermijn weg.

Sluitend bewijs

De inboeker dient sluitend bewijs te kunnen tonen dat de aangekochte bio-ethanol aan de nieuwe eis voldoet, bijvoorbeeld met douanedocumentatie. Als een inboeker gedenatureerde bio-ethanol aankoopt en inboekt dient hij zorg te dragen voor een sluitende bewijsvoering dat die bio-ethanol binnen de EU als T2-goed bio-ethanol (GN-code 2207 10 00) aanwezig was voordat deze gedenatureerd werd.