In 2025 voerde de NEa in samenwerking met de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) twee bemonsteringsonderzoeken uit in het kader van ReFuel Aviation. De resultaten ondersteunen het beeld dat duurzame luchtvaartbrandstof daadwerkelijk is bijgemengd in de onderzochte brandstofstromen.
Contra-informatie
Doel van deze onderzoeken was om aan de hand van fysieke monsters vast te stellen of de samenstelling van de bemonsterde brandstoffen overeenkomt met de verwachting dat deze duurzame luchtvaartbrandstof (SAF: Sustainable Aviation Fuel) bevatten. We keken naar verschillende eigenschappen, waaronder de aanwezigheid van biogene koolstof, C14-waarden en zwavelgehalten. De resultaten van deze bemonstering dienen als contra-informatie, naast het administratieve toezicht op rapportages, certificaten en duurzaamheidsdocumentatie.
Duurzame componenten
De uitgevoerde analyses laten zien dat in de bemonsterde vliegtuigbrandstof biogene koolstof is aangetroffen. Dit is in lijn met de verwachting dat er in de onderzochte brandstoffen duurzame componenten aanwezig waren.
- In de pure SAF zijn minimale hoeveelheden zwavel vastgesteld. Deze waarden lagen ruim onder de grenswaarde van 15 ppm.
- In kerosine die was gemengd met fossiele kerosine en SAF kwamen zwavelgehalten naar voren van circa 450–900 ppm. Deze waarden liggen binnen de wettelijke normen, maar boven de richtwaarde van 100 ppm.
Waardevolle aanvulling op administratief toezicht
De resultaten ondersteunen het beeld dat duurzame luchtvaartbrandstof daadwerkelijk fysiek is bijgemengd in de onderzochte brandstofstromen. De resultaten laten ook zien dat fysieke bemonstering en laboratoriumanalyse een waardevolle aanvulling zijn op het administratieve toezicht.
Het stelt de NEa in de gelegenheid om een betere koppeling te maken tussen fysieke brandstofstromen, administratieve gegevens, certificaten en duurzaamheidsdocumentatie.
Schiphol