Op 23 december 2024 heeft de NEa op uw verzoek een toets uitgevoerd op de handhaafbaarheid, uitvoerbaarheid en fraudebestendigheid (HUF-toets) van wijzigingen in het Besluit energie vervoer ter implementatie van Richtlijn (EU) 2023/2413 van het Europese parlement en de Raad van 18 oktober 2023 tot wijziging van de Richtlijn (EU) 2018/2001, Verordening (EU) 2018/1999 en Richtlijn 98/70/EG wat de bevordering van energie uit hernieuwbare bronnen betreft, en tot intrekking van Richtlijn (EU) 2015/652 van de Raad (hierna: RED-III).

Belangrijkste conclusies

De NEa benadrukt dat zij nauw is betrokken door het ministerie van lenW bij de wijzigingen met betrekking tot de zeevaart. Tegelijkertijd is de NEa niet de toezichthouder op Marpol en Bbl en heeft de NEa daardoor maar beperkte kennis van deze regelgeving, terwijl de bepalingen voor de jaarverplichting en inboekbevoegdheden daar op zijn gebaseerd. Behoudens deze opmerkingen is de NEa van mening dat alhoewel zij wel aandachtspunten ziet bij een jaarverplichting die gebaseerd is op Marpol en Bbl regelgeving, deze werkwijze waarschijnlijk minder complex en beter uitvoerbaar is dan de oorspronkelijke insteek op basis van Douane- en accijnsregelgeving. De voorziene aanpassing van het Bbl is daarbij wel een noodzakelijke maatregel om te zorgen voor een goede uitvoering.

De NEa begrijpt de noodzaak van de voorgestelde wijzigingen maar ziet wel aandachtspunten bij de voorgestelde wijziging. De NEa merkt daarbij op dat de voorgestelde wijziging zeer snel tot stand is gekomen, waardoor de NEa geen volledige kennis heeft opgedaan van Marpol en Bbl regelgeving en waardoor de stakeholders niet of in beperkte mate zijn geraadpleegd. De NEa kan daardoor op dit moment niet goed beoordelen wat precies de gevolgen zijn van deze wijzigingen en de uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid hiervan. Hierdoor is het mogelijk dat op een later moment onwerkbare situaties aan het licht komen, waardoor de regelgeving nogmaals moet worden aangepast. De NEa zal bij de inzet van handhavingsinstrumenten deze context meenemen, hetgeen kan betekenen dat de NEa ervoor kan kiezen niet handhavend op te treden als zij van mening is dat de regelgeving voor de ondertoezichtgestelden onvoldoende uitvoerbaar is.