Op 31 oktober 2025 vond de derde ronde tafel over de leveringsketen van vloeibare brandstoffen plaats. Deelnemers zijn brancheorganisaties en bedrijven die een rol spelen in de leveringsketen van brandstoffen. Bijvoorbeeld brandstofleveranciers, maar ook producenten van biobrandstoffen. Deze doelgroep heeft direct of indirect te maken met de wet- en regelgeving Hernieuwbare Energie voor Vervoer waar de NEa uitvoering aan geeft en toezicht op houdt. Daarnaast heeft een deel ook te maken met wet- en regelgeving gerelateerd aan emissiehandel, bijvoorbeeld via ETS-2.

Tijdens deze ronde tafel werd gesproken over het behouden en versterken van het (maatschappelijk) vertrouwen in de keten van vloeibare biobrandstoffen, en welke gezamenlijke stappen genomen kunnen worden voor duurzame en effectieve samenwerking op dit gebied.

Frauderisico’s en vertrouwen in het systeem

Deelnemers gaven aan dat misstanden in de biobrandstofketen en publieke berichtgeving het (maatschappelijk) vertrouwen in de sector onder druk kunnen zetten. Dat vraagt volgens alle aanwezigen om een gezamenlijke aanpak: niet alleen reageren op incidenten, maar structureel werken aan een robuust systeem.

Brede opvatting van toezicht

Samenwerking tussen de (Europese) wetgever, beleidsmakers, marktpartijen, publieke en private toezichthouders is daarin van groot belang. De NEa hanteert hierbij een brede opvatting van toezicht: beleidsadvisering, voorlichting aan marktpartijen, nalevingsondersteuning aan de doelgroep, inspecties en het inzetten van handhavingsmiddelen zoals boetes.

De NEa voert sinds 2022 ook inspecties eerder in de biobrandstofketen in Nederland uit, nadat eerdere strafzaken duidelijk maakten dat privaat toezicht vanuit duurzaamheidssystemen alleen niet voldoende is. Ook Politie, NVWA en omgevingsdiensten hebben aandacht voor risico’s in de biobrandstofketen.

Signalen uit de sector en ketenverantwoordelijkheid

Volgens verschillende deelnemers liggen de grootste risico’s in de vroege fase van de keten van duurzame biobrandstoffen, waar grondstoffen worden ingekocht en geregistreerd. Zij pleitten voor minder afhankelijkheid van verklaringen van leveranciers en meer fysieke controles, met name wanneer productielocaties buiten Nederland liggen. De NEa gaf echter aan dat zij ook binnen Nederland signalen ziet die wijzen op kwetsbaarheden in de keten. Onregelmatigheden komen voor in de hele keten; niet alleen in het buitenland, en niet alleen aan het begin van de keten. Dit werd onderbouwd met voorlopige bevindingen uit inspecties.

Privaat toezicht (audits voor duurzaamheidssystemen) alleen is niet altijd voldoende om deze risico’s te ondervangen. Volgens de deelnemers moeten auditors strenger controleren, en sneller ingrijpen als informatie ontbreekt of toegang wordt geweigerd.

Verschillende marktpartijen hebben aangegeven dat zij zelf verantwoordelijkheid nemen waar dat kan, bijvoorbeeld door strengere interne controles en bezoeken aan leveranciers. De NEa moedigt dergelijke extra inspanningen van bedrijven nadrukkelijk aan.

Intrekking van het bewijs van duurzaamheid (PoS) kan ook grote financiële gevolgen hebben voor de laatste schakel, de brandstofleverancier, terwijl de oorzaak vaak eerder in de keten ligt. De verantwoordelijkheid van kopers kan daarom niet onbeperkt zijn, maar de noodzaak voor due diligence blijft, zeker bij producten waar de markt sterk op stuurt. Wel is er behoefte aan meer duidelijkheid over wat van bedrijven wordt verwacht in hun due diligence.

Vervolgstappen

De sector vroeg tijdens de bijeenkomst om meer actieve kennisdeling van de NEa richting zowel de betrokken marktpartijen als andere toezichthouders, zodat signalen consistent worden opgepakt en onnodig alarmisme wordt voorkomen. De NEa onderschreef dit belang en werkt al aan structurele samenwerking met onder meer Politie, Douane en ILT.

De NEa roept expliciet op om alle signalen van mogelijke onregelmatigheden te melden. Dat kan (anoniem) via het NEa meldpunt, maar ook mondeling bij een NEa inspecteur. Iedere vorm is welkom. Zelfs beperkte of voorlopige informatie kan waardevol zijn om risico’s tijdig te kunnen detecteren en toezicht gerichter in te zetten.

Europese samenwerking: gezamenlijke invloed vergroten

De oplossing voor verdere versterking van het publieke toezicht ligt deels op Europees niveau. Hoewel het een langdurig traject is, wijst de NEa erop dat eerdere ervaringen (bijvoorbeeld vanuit CBAM) laten zien dat verbeteringen mogelijk zijn wanneer Nederland en de sector gezamenlijk optrekken.

Europese context

Processen binnen de Europese Commissie (EC) worden vaak als traag ervaren, en interpretatieverschillen tussen lidstaten leiden regelmatig tot onzekerheid. Inzichten en knelpunten aangedragen door de Nederlandse branche dringen soms onvoldoende door tot relevante EU-dossiers.

Er werd daarop opgeroepen om ook als toezichthouder en uitvoeringsorganisatie meer gezamenlijk op te trekken met andere lidstaten, met name op dossiers zoals de implementatie van RED3 en de Union Database for Biofuels (UDB). De NEa gaf aan hier al actief mee bezig te zijn, bijvoorbeeld via de Renewable Fuel Regulators Club (REFUREC).

Het merendeel van de deelnemers heeft zijn eigen weg richting Brussel. Soms is er rechtstreeks met de EC, maar bijvoorbeeld ook via (Europese) moeder- of zusterorganisaties. Vaak loopt de weg ook via de NEa en de Haagse ministeries. Deelnemers gaven aan dat signalering op ambtelijk niveau nodig is, maar dat politieke betrokkenheid op EU-niveau soms effectiever kan zijn. Tegelijkertijd werd erkend dat een gezamenlijke route richting Brussel in de praktijk lastig te organiseren is, doordat partijen verschillende ingangen gebruiken en uiteenlopende belangen hebben.

UDB

Er zijn ook successen: de gezamenlijke inzet rondom de ontwikkeling van de UDB werd genoemd als voorbeeld van hoe samenwerking kan bijdragen aan zichtbare voortgang, ondanks de bekende zorgen over IT-problemen en (on)duidelijke overgangstermijnen.

Blijvend is wel de behoefte aan duidelijkheid over handhaving en escalatiekanalen bij problemen. Daarin is een belangrijke rol voor de NEa weggelegd.

Vervolg

Aan het eind van de bijeenkomst benadrukten zowel sector als de NEa het belang van blijvende samenwerking en open en transparante communicatie. De NEa gaf aan open te staan voor vervolggesprekken en riep bedrijven op om concrete informatie te blijven delen, zodat risico’s sneller kunnen worden aangepakt.