Op 5 april 2024 ontving het bestuur van de Nederlandse Emissieautoriteit het verzoek om het voorstel tot wijziging van de Wet milieubeheer in verband met de invoering van een jaarverplichting circulaire polymeren, circulaire polymeereenheden en een register circulaire polymeereenheden te toetsen op handhaafbaarheid, uitvoerbaarheid en fraudebestendigheid.
Algemene conclusie
De NEa ondersteunt het initiatief om in Nederland gevestigde ondernemingen die in geleverde deel- of eindproducten polymeren verwerken (hierna: verwerkers) te verplichten een aandeel op fossiele grondstoffen gebaseerde polymeren te vervangen door biopolymeren of hergebruikte polymeren. Deze verplichting draagt bij aan het verwezenlijken van de gemeenschappelijke doelen om broeikasgasemissies terug te dringen, afhankelijkheid van fossiele grondstoffen te verminderen en het milieu te ontlasten. De NEa ziet echter aanzienlijke risico's voor uitvoering, handhaafbaarheid en fraudebestendigheid in dit wetsvoorstel. De oorzaak is een onvoldoende heldere taakverdeling, in combinatie met onduidelijke bewoording van meerdere bepalingen, waardoor de logica van de systematiek wordt aangetast. De NEa verzoekt u om het wetsvoorstel te herzien en om daarbij de aanbevelingen van de NEa over te nemen om de gesignaleerde risico's weg te nemen. De NEa is uiteraard bereid om deze aanbevelingen nader toe te lichten. Bovendien vraagt de NEa aandacht voor de nationale en Unierechtelijke ontwikkelingen op het gebied van plastics, zoals het plan voor een nationale plasticheffing en de Uniewetgeving op het gebied van polymeren. In dit verband, en ook in eerdere HUF toetsen met betrekking tot andere nieuwe taken die op de NEa afkomen, ontraadt de NEa een te grote stapeling van instrumenten en adviseert zij nadrukkelijk aandacht te besteden aan de noodzakelijke samenhang tussen instrumenten die bij dezelfde bedrijven neerslaan.