Het doel van dit toetsingskader is om duidelijkheid te geven over de vereisten voor de goedkeuring van het verificatieprotocol verificatie raffinagereductie vervoersbrandstoffen (hierna: het verificatieprotocol). In dit toetsingskader zijn alle eisen uit de Wet milieubeheer (Wm), het Besluit energie vervoer (Besluit) en de Regeling energie vervoer (Regeling) opgenomen. Het Kader bevat geen nieuwe eisen ten opzichte van de regelgeving.

Processtappen

  1. De verificateur stelt een volledig protocol op om verificaties van een hoeveelheid hernieuwbare (in raffinaderijen bij de productie van een
    conventionele vervoersbrandstof of een biobrandstof gebruikte) brandstof van niet-biologische oorsprong uit te voeren. Een volledig protocol betekent dat aan alle elementen uit dit toetsingskader invulling is gegeven.
  2. De verificateur dient het protocol in bij de NEa.
  3. De NEa gebruikt dit kader om het ingediende verificatieprotocol voor verificaties raffinagereductie vervoersbrandstoffen te beoordelen.
  4. De Raad voor Accreditatie (RvA) voert een schema-evaluatie uit om te bepalen of het verificatieprotocol toepasbaar is onder accreditatie.
  5. Na het positief afronden van de schema-evaluatie door de RvA, dient de NEa een advies in bij de minister van Infrastructuur en Waterstaat (IenW).
  6. De minister neemt het besluit om op advies van de NEa een verificatieprotocol goed te keuren.
  7. De verificateur voert de verificatiewerkzaamheden uit volgens het  goedgekeurde verificatieprotocol.