Doelstellingen EV

De Europese Commissie (EC) verplicht haar lidstaten om zich in te spannen voor een toenemend aandeel hernieuwbare energie in het vervoer. Aan brandstofleveranciers legt zij daarnaast de verplichting op om de broeikasgasuitstoot van hun brandstoffen in 2020 met 6% te verminderen. Naast de bijdrage aan de klimaatdoelstellingen, is de reden hiervoor het zeker stellen van de energievoorziening in de Europese Unie.

Nederland heeft de doelstellingen en eisen uit de twee Europese richtlijnen die hierover gaan omgezet in nationale wet- en regelgeving. Dit betreft de Wet milieubeheer hoofdstukken 9.7 en 9.8, het Besluit energie vervoer en de Regeling energie vervoer.

De NEa is sinds 2011 de uitvoeringsorganisatie en toezichthouder voor de uitvoeringssystematiek Energie voor Vervoer.

Toenemend aandeel hernieuwbare energie in vervoer

Bedrijven die brandstoffen leveren aan vervoer moeten een jaarlijks toenemend aandeel hernieuwbare energie leveren, oplopend naar 16,4% in 2020. Dit is de jaarverplichting die betrekking heeft op benzine en diesel die zijn geleverd aan vervoersbestemmingen waarvoor in Nederland een verplichting geldt. Vanaf 2018 geldt bovendien een subdoelstelling voor de inzet van geavanceerde biobrandstoffen (op basis van afval/residuen) en een limiet op de inzet van conventionele biobrandstoffen (op basis van landbouwgewassen). Deze eisen komen voort uit de Europese richtlijn voor hernieuwbare energie (Renewable Energy Directive RED), die door de ILUC-richtlijn is geactualiseerd.

Vermindering van de broeikasgasuitstoot

Daarnaast moeten bedrijven die brandstoffen leveren aan vervoer in 2020 de broeikasgasuitstoot van hun brandstoffen met 6% verminderen ten opzichte van de uitgangswaarde voor 2010. Deze eis en de uitvoering ervan komen voort uit de Europese richtlijn voor brandstofkwaliteit (Fuel Quality Directive, FQD) en de Uitvoeringrichtlijn brandstofkwaliteit.

Uitvoering met marktmechanisme

In Nederland wordt uitvoering gegeven aan bovenstaande doelstellingen met behulp van een marktmechanisme. Bedrijven die fysiek hernieuwbare energie leveren aan vervoer kunnen de leveringen daarvan inboeken in het Register Energie voor Vervoer (REV) en creëren daarmee Hernieuwbare brandstofeenheden (HBE’s). Zij kunnen deze eenheden, die staan voor 1 gigajoule hernieuwbare energie, verhandelen aan bedrijven met een verplichting.

systematiek Energie voor Vervoer - 3 HBE's