CO2-efficiëntie Nederlandse industrie tov benchmark fase 3

De Nederlandse bedrijven die onder het EU ETS vallen stoten CO2 uit. Deze uitstoot wordt gemonitord en jaarlijks gerapporteerd aan de NEa. De totale uitstoot van de industrie neemt al jaren af en alhoewel dit goed nieuws is zegt het weinig over hoe efficiënt of “schoon” de industrie produceert. Een bedrijf kan minder CO2 gaan uitstoten omdat het geïnvesteerd heeft in een schoner productieproces, maar ook omdat het minder producten is gaan maken. Hoe CO2-efficiënt een bedrijf is wordt bepaald door te kijken naar hoeveel CO2 er wordt uitgestoten voor de productie van een vaste hoeveelheid product.

EU ETS Benchmarks

Een EU ETS benchmark is een maatstaf voor de hoeveelheid CO2 die vrijkomt bij het productieproces van de vaste hoeveelheid van een specifiek product (ton CO2 per ton geproduceerd product). De benchmarks voor fase 3 zijn in 2011 vastgesteld door de Europese Commissie. Deze benchmarks golden voor de periode 2013-2020. De benchmarks zijn toen vastgesteld op basis van gegevens uit het jaar 2008. Deze gegevens heeft de Commissie gebruikt om de 10% meest CO2-efficiënt presterende installaties in een bedrijfstak te identificeren. De best presterende installaties zijn hier dus de installaties met de laagste CO2-uitstoot per ton product. Deze benchmarkwaarden zijn van belang omdat ze de basis zijn voor de verdeling van de gratis ETS-rechten. 

Onderzoek

Voor het vaststellen van de benchmarks voor fase 4 (2021-2025), heeft de Europese Commissie gegevens opgevraagd van alle deelnemende ETS-installaties, die gratis emissierechten ontvangen, over de jaren 2016, 2017 en 2018. Hiervoor hebben de bedrijven geverifieerde gegevens over hun CO2-uitstoot en productiegegevens moeten verstrekken. Op basis van deze cijfers heeft de NEa een vergelijking gemaakt tussen de CO2-efficiëntie van de Nederlandse industrie in 2018 en de benchmark uit fase 3.

Prestatie Nederlandse industrie tov benchmark fase 3

In de onderstaande grafiek is zichtbaar hoe bedrijven presteren ten opzichte van de benchmark fase 3. Van de 282 bedrijven die zijn meegenomen in het onderzoek, presteert 44% boven benchmarkniveau en 56% onder benchmarkniveau. In 2018 presteerde de Nederlandse industrie daarmee gemiddeld op benchmarkniveau.

©NEa

Sectoren

Alhoewel de gehele industrie gemiddeld op benchmarkniveau presteert zijn er grote verschillen tussen de verscheidene sectoren zichtbaar. Zoals de onderstaande grafiek laat zien zijn er 3 sectoren die anno 2018 fors beter presteren dan de benchmark, de overige 6 sectoren presteren precies op of net onder benchmarkniveau, waar de sector vervaardiging van niet-metaalhoudende minerale producten, zoals glas, keramiek en asfalt, gemiddeld de minste prestatie kent.

Beeld: ©NEa / NEa

Absolute prestatie sectoren

De onderstaande grafiek geeft aan hoeveel ton CO2-uitstoot sectoren nog moeten verminderen in het productieproces om op benchmarkniveau fase 3 te produceren. De sectoren die al beter presteren dan de benchmark stoten dus minder CO2 uit dan nodig is om benchmarkniveau te halen. 

Beeld: ©NEa / NEa

De sector “vervaardiging van metalen in primaire vorm” moet nog bijna 200.000 ton CO2 minder uitstoten in het productieproces om als sector op benchmarkniveau fase 3 te produceren. Dit terwijl het in relatieve zin niet de slechtst presterende sector is ten opzichte van de benchmark. Dit komt doordat er in de sector veel CO2 uit wordt gestoten. Een paar procentpunt per jaar slechter presteren dan de benchmark kan zich uiten in een behoorlijke hoeveelheid CO2-uitstoot in absolute termen. In de teelt van gewassen sector is het tegenovergestelde het geval. De sector presteert bijna 25% beter dan benchmarkniveau en toch wordt er niet heel veel CO2 minder uitgestoten, dit komt doordat de absolute CO2-uitstoot van de sector klein is vergeleken met andere sectoren.

Spreiding binnen sectoren

Er zijn niet alleen verschillen tussen de sectoren maar ook binnen de sectoren. De onderstaande grafiek laat zien hoeveel procent van de bedrijven binnen een sector beter of slechter presteert dan de benchmark. De spreiding binnen de sectoren is groot. In de papiersector presteren bijna alle bedrijven beter dan de benchmark, maar zijn er toch ook enkele bedrijven die slechter dan de benchmark presteren. In de metaalsector is het beeld juist omgekeerd.

©NEa