Gevolgen intrekken certificaat voor dubbeltellingsverklaring

Een verificateur mag geen dubbeltellingverklaring meer afgeven nadat het duurzaamheidscertificaat van een bedrijf is ingetrokken. Er is dan alle aanleiding te veronderstellen dat de administratie voorafgaand aan de intrekking geen getrouwe weergave is van de werkelijkheid. Het goedgekeurde verificatieprotocol dubbeltelling dat de verificateur hanteert, met de daarin opgenomen standaard auditingprocessen, is in deze situatie niet meer toereikend om een redelijke mate van zekerheid te verkrijgen dat de in de dubbeltellingsverklaring verantwoorde biobrandstof geen materiële afwijkingen bevat. Dat betekent dat de dubbeltellingsverificateur niet kan voldoen aan de vereisten gesteld bij of krachtens artikel 9.7.4.8 van de Wm. De biobrandstoffen die door een onderneming op de markt zijn gebracht kunnen dan ook niet alsnog voorzien worden van een dubbeltellingsverklaring.

De Nederlandse wet- en regelgeving stelt dat reeds afgegeven duurzaamheidverklaringen hun waarde behouden, dit geldt ook voor afgegeven dubbeltellingverklaringen. Maar het is niet meer mogelijk om nog nieuwe dubbeltellingverklaringen uit te geven, ook niet voor de periode voorafgaand aan het intrekken van het duurzaamheidscertificaat.

Toelichting

In het Besluit energie vervoer (besluit) is bepaald op welke wijze de dubbeltellingverificateur invulling moet geven aan artikel 9.7.4.8 van de Wet milieubeheer (Wm). In het besluit staat onder meer dat de dubbeltellingverificateur een redelijke mate van zekerheid verkrijgt dat de in de dubbeltellingverklaring verantwoorde biobrandstof geen materiële afwijkingen bevat. De dubbeltellingverificateur verzamelt hiervoor toereikende controle-informatie en zorgt voor een aanvaardbaar laag controlerisico. In de Regeling energie vervoer is in bijlage 7 beschreven hoe de dubbeltellingsverificateur met een redelijke mate van zekerheid vaststelt dat de dubbeltellingverklaring geen materiële afwijking bevat. Hiertoe toetst hij of de dubbeltellende biobrandstoffen voldoen aan de voorwaarden, zoals neergelegd in het artikel 9.7.4.8 van de Wm en uitgewerkt in artikel 12 van het besluit. De dubbeltellingsverificatie vindt plaats overeenkomstig het goedgekeurde verificatieprotocol en op basis van een verificatieplan dat de materialiteitsgrens, genoemd in artikel 20, tweede lid, van het besluit, hanteert met betrekking tot het ontdekken van kwantitatieve en kwalitatieve afwijkingen die van materieel belang zijn. Ingevolge artikel 20, tweede lid, van het besluit, toetst hij vervolgens de hoeveelheid en aard van de gebruikte grondstof in relatie tot de dubbeltelling van de biobrandstof met een materialiteitgrens van twee procent op de criteria, opgesomd in dat artikel. De dubbeltellingverificateur maakt gebruik van de standaard auditingprocessen zoals de beoordeling van documenten, vraaggesprekken, observaties en het toetsen van data en informatie aan externe informatiebronnen. Het doel is om voldoende en geschikte controle-informatie te verkrijgen en te documenteren om tot een verificatieverklaring te kunnen komen.