Non-modificatieverklaring EV

Om te waarborgen dat alleen biobrandstoffen op basis van de juiste grondstoffen in aanmerking komen voor HBE Geavanceerd (HBE-G) of HBE Overig (HBE-O), mogen grondstoffen niet moedwillig zijn bewerkt. Van moedwillige bewerking is sprake als er bijvoorbeeld bewust afvalstromen worden gecreëerd of volumes daarvan worden vergroot door bijmenging met andere materiaalstromen.   

Inboekers moeten daarom vanaf 2019 voor bepaalde grondstoffen aantonen dat die niet moedwillig bewerkt zijn. Het Register Energie voor Vervoer (REV) stuurt hier ook op, doordat HBE-G of HBE-O alleen worden bijgeschreven als inboekers aangeven over zo’n bewijsstuk te beschikken. Bij het ontbreken van een non-modificatieverklaring worden slechts HBE Conventioneel (HBE-C) bijgeschreven.

Goedkeuring duurzaamheidssystemen

De sleutel voor de beoordeling van de afwezigheid van moedwillige bewerking ligt bij de door de Europese Commissie erkende duurzaamheidssystemen. Het Ministerie van IenW keurt, daarbij ondersteund door de NEa, duurzaamheidssystemen goed die hebben aangetoond dat zij hierop controleren. Inmiddels heeft IenW per 1 januari 2019 goedkeuring verleend aan drie duurzaamheidssystemen:

  • ISCC-EU
  • Better Biomass
  • RSB EU RED

Voor andere door inboekers gehanteerde duurzaamheidssystemen zal op verzoek een beoordeling plaatsvinden.

Bij de goedkeuring van duurzaamheidssystemen wordt vastgesteld of hun procedures en documentatie voldoende vertrouwen bieden dat de controle op moedwillige bewerking van afval- of residustromen goed in elkaar zit.

De goedgekeurde duurzaamheidssystemen hebben de sjablonen die zij hanteren voor duurzaamheidsverklaringen, bewijzen van duurzaamheid en/of auditrapportages aangepast om daarin expliciet een ‘non-modificatieverklaring’ op te nemen. Op deze manier zal een ‘non-modificatieverklaring’ binnen afzienbare tijd onderdeel uitmaken van de bestaande duurzaamheidsdocumentatie voor de relevante partijen in te boeken biobrandstof.

Wat betekent dit voor inboekers van vloeibare biobrandstof?

Voor inboekers die leveringen van biobrandstof uit afval en/of residuen willen inboeken, geldt per 2019 dat:

  1. Het gebruik van een door IenW goedgekeurd duurzaamheidssysteem voor de meeste grondstoffen vereist is om HBE-O of HBE-G bijgeschreven te krijgen. Zie ook het overzicht op de NEa website van de in het REV beschikbare grondstoffen waarvoor deze verklaring vereist is;
  2. Zij bij het inboeken actief moeten aangeven dat zij beschikken over een ‘non-modificatieverklaring’. Alleen dan zal de inboeking daadwerkelijk resulteren in HBE-O of HBE-G, anders krijgen zij HBE-C bijgeschreven;
  3. Inboekers in hun duurzaamheidsdocumentatie over de ‘non-modificatieverklaring’ moeten beschikken.

ISCC

Voor ISCC-EU gecertificeerde inboekers betekent dit dat ‘non-modificatie’ verklaard moet worden op het uitgaande bewijs van duurzaamheid dat zij opstellen ten behoeve van de NEa. Dit doen zij door op het onlangs door ISCC geactualiseerde sjabloon voor het bewijs van duurzaamheid, ‘Yes’ in te vullen bij onderstaande verklaring:

“The raw material meets the definition of waste or residue according to the RED, i.e. it was not intentionally produced and not intentionally modified, or contaminated, or discarded, to meet the definition of waste or residue”.

Vraag: hoe ga ik om met biobrandstof die al op mijn inboeklocatie ligt en waarvoor ik een inkomend bewijs van duurzaamheid heb waarop de non-modificatieverklaring niet is aangevinkt?

Antwoord: Voorheen stond op het sjabloon dat ISCC EU voorschrijft, de verklaring: “The ISCC EU process for waste/residues was applied (the biomass only fulfills the GHG-savings requirement acc. to Article 17 para. 2 RED).” Als die verklaring op uw inkomend bewijs van duurzaamheid is aangevinkt (‘Yes’), dan mag u voor het uitgaande bewijs van duurzaamheid op het nieuwe sjabloon de ‘non-modificatieverklaring’ aanvinken.

Vraag: hoe ga ik om met biobrandstof die ik al geleverd heb in 2019 en waarvoor ik al een uitgaand bewijs van duurzaamheid heb opgemaakt, op basis van het vorige ISCC-sjabloon (zonder non-modificatieverklaring)?

Antwoord: in het geval dat op uw bewijs van duurzaamheid is verklaard dat de afval/residu-procedure is toegepast, mag u in het REV aangeven dat u beschikt over een non-modificatieverklaring.

RSB

Voor RSB EU RED gecertificeerde inboekers betekent dit dat ‘non-modificatie’ verklaard moet worden op het uitgaande bewijs van duurzaamheid dat zij opstellen ten behoeve van de NEa. Dit doen zij door op het onlangs door RSB geactualiseerde sjabloon voor het bewijs van duurzaamheid, ‘Yes’ in te vullen bij de onderstaande verklaring:

“Compliance with the sustainability criteria according to Article 17(3) to (6) Renewable Energy Directive was audited and certified”

Wat betekent dit voor inboekers van gasvormige biobrandstof?

Punten 1 en 2 zoals hierboven genoemd, gelden ook voor inboekers van gasvormige biobrandstof. Echter, inboekers van gasvormige biobrandstof beschikken niet zelf over een gecertificeerde locatie. De productielocatie van het ingevoede groen gas is de laatste gecertificeerde schakel. Deze locatie zal gecertificeerd moeten zijn door een goedgekeurd duurzaamheidssysteem. In de praktijk zijn dat op dit moment Better Biomass, ISCC-EU en RSB EU RED.

Op de GvO van Vertogas en de dubbeltellingsverklaring is geen ruimte voor een expliciete non-modificatieverklaring. Omdat de productielocatie gecertificeerd is en geaudit wordt, beschouwt de NEa de aanwezigheid van de GvO en dubbeltellingsverklaring als voldoende bewijs voor non-modificatie en vraagt dus niet om een aanvullende non-modificatieverklaring.