Aandachtspunten inboeken vloeibare biobrandstoffen

U mag alleen duurzame biobrandstoffen inboeken, die fysiek aan de Nederlandse markt voor vervoer zijn geleverd. De eis om fysiek aan te tonen dat er biobrandstof is geleverd, sluit aan op het feit dat een massabalans alleen gevoerd kan worden over biobrandstoffen.

Aantoonbaar leveren van vloeibare biobrandstoffen

De NEa merkt dat de aantoonbaarheid voor bedrijven soms nog een uitdaging is en vragen oplevert. Wat bekent dit ‘aantoonbaar leveren’? Om dit te verduidelijken enkele belangrijke handvatten:

  • Een bewijs van duurzaamheid is geen bewijs dat er biobrandstof aanwezig is in een levering. Een bewijs van duurzaamheid is een document om de duurzaamheid van een biobrandstof aan te tonen. Dat er daadwerkelijk sprake is van een biobrandstof, moet op een andere manier worden aangetoond.
  • Hoe dit moet gebeuren, is niet vastgelegd in wettelijke voorschriften. Hiervoor kunnen bedrijven een aanpak kiezen die aansluit op hun interne beheersprocessen. In ieder geval geldt dat de inspecteur van de NEa tijdens zijn inspectie onomstotelijk moet kunnen vaststellen dat voor inboekingen voldoende bewijs is van de fysieke levering van biobrandstof.
  • De inboeker is er zelf verantwoordelijk voor het aantonen dat de levering een biobrandstof bevat. Enkel een schriftelijke verklaring van zijn leverancier dat die hem biobrandstof heeft geleverd, is in ieder geval onvoldoende bewijs.
  • De meest voor de hand liggende manier om aan te tonen dat er sprake is van een bepaalde hoeveelheid biobrandstof is het bemonsteren en analyseren van de brandstof zoals die wordt uitgeslagen, bijvoorbeeld om het FAME-gehalte van een uitgeslagen diesel te bepalen.
  • Voor bepaalde biobrandstoffen zal de bewijsvoering meer investering vragen van de inboeker. HVO is bijvoorbeeld met gangbare analyses moeilijk te onderscheiden van GTL, maar met een C14-analyse (koolstofdatering) is dit wel te realiseren. Het gebruik van C14-analyse is echter niet verplicht. Als u op een andere manier de biocomponent weet aan te tonen, dan is dat ook toegestaan.
  • Aanvullend moet er in ieder geval ook een goede en volledige administratie worden bijgehouden van voorraden, overpompingen en leveringen. Bedrijven moeten in hun administratieve procedures hebben vastgelegd hoe zij voor hun inboekingen het ‘aantoonbaar leveren’ waarborgen.

Vanaf 2020 minder correcties

Nu de systematiek van HBE’s volwassen is geworden en belangrijke doelstellingen voor 2020 naderen, is het steeds belangrijker dat de bedrijven hun registraties en processen op orde hebben. De NEa zal voor ingeboekte leveringen over 2019 minder snel overgaan tot correcties in het voordeel van bedrijven.

Het is daarom belangrijk dat u uw gegevens in één keer correct registreert vóór de uiterste registratiedatum.

Wij adviseren u om de administratieve processen van uw bedrijf zo in te richten, dat de gegevens volledig en juist kunnen worden ingevoerd. De fiatteursrol in het REV kan hierbij helpen. Als de rekeninghouder één of meerdere fiatteurs heeft toegewezen, zal een 2e paar ogen de opgevoerde gegevens moeten goedkeuren alvorens deze definitief zijn geregistreerd.

Wilt u fiatteurs toewijzen? Zorg er dat u een aanvraag voor de fiatteursrol tijdig indient via een wijzigingsverzoek. Houdt rekening met een doorlooptijd van 3 weken ná correcte aanlevering van de benodigde aanvraaggegevens.

Non-modificatieverklaring vereist

Als u biobrandstoffen inboekt die moeten leiden tot HBE-Geavanceerd en HBE-overig, moet u per 2019 in de meeste gevallen beschikken over een ‘non-modificatieverklaring’ behorende bij deze leveringen. De volgende goedgekeurde duurzaamheidssystemen hebben in hun sjablonen voor bewijzen van duurzaamheid een ‘non-modificatieverklaring’ opgenomen:

  • ISCC-EU
  • Better Biomass
  • RSB EU RED

Als deze verklaring is vermeld op het bewijs van duurzaamheid, kunt u bij het inboeken in het REV aanvinken dat u beschikt over een ‘non-modificatieverklaring’. Alleen dan zal de inboeking daadwerkelijk resulteren in HBE-O of HBE-G, anders krijgt u HBE-C bijgeschreven. Lees meer op deze webpagina.

Hanteert u een ander duurzaamheidssysteem dan hierboven genoemd en wilt u HBE-Geavanceerd of HBE-overig verkrijgen? Laat uw duurzaamheidssysteem dan z.s.m. een verzoek indienen bij de NEa om ervoor te zorgen dat het duurzaamheidssysteem tijdig door het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat is goedgekeurd.

Verdere aandachtspunten bij inboeken

  • Inboeken gebeurt op basis van het uitgaande bewijs van duurzaamheid dat u als gecertificeerd bedrijf zelf opstelt, niet het bewijs dat u ontvangt van uw toeleverancier.
  • Als u de inboekingen upload in het REV via XML, check dan tijdig of uw gegevens voldoen aan het meest recente XML-schema. Weet u niet of u over het meest recente schema beschikt? Vraag deze dan op bij de helpdesk.
  • Wilt u leveringen met nog niet eerder door u opgevoerde grondstoffen inboeken? Kijk tijdig of de grondstoffen al in het REV voorkomen. Mocht dit niet zo zijn, informeer de NEa hierover. De beoordeling van nieuwe grondstoffen op dubbeltelling en beloning met HBE-Geavanceerd kan een aanzienlijke doorlooptijd hebben.