Er staan diverse soorten HBE op mijn rekening, op welke manier bepaalt het REV of aan de jaarverplichting wordt voldaan?

Het REV schrijft op 1 april de HBE’s in een vaste volgorde af, totdat een bedrijf daarmee aan de jaarverplichting voldoet:
1.Het benodigde aantal HBE-G voor de ‘ subdoelstelling geavanceerd’,
2.Het beschikbare aantal HBE-C tot aan de ‘limiet conventioneel’,
3.Het beschikbare aantal HBE-O,
4.Het beschikbare aantal HBE-G,
5.Indien nodig, een aanvullend aantal HBE-C, voor zover de limiet nog niet is overschreden,
6.Indien nodig, een aanvullend aantal HBE-O.
Vervolgens schrijft het REV de resterende HBE’s af, met uitzondering van de hoeveelheid die het bedrijf mag houden voor het volgende jaar conform de spaarregels.

Voorbeeldberekening situatie 2018
Stel:

  • U heeft een totale jaarverplichting in 2018 van 20.000 HBE’s (8,5%), waarvan minimaal 1.412 HBE-G (0,6%) moet zijn en er maximaal 7.058 HBE-C (3%) mag zijn.
  • U heeft een saldo van 22.000 HBE’s op uw rekening, waarvan 1.500 HBE-G, 8.000 HBE-C en 12.500 HBE-O.

Dan wordt de jaarverplichting als volgt ingevuld:

  • Eerst de 1.412 HBE-G (resteert een overschot van 88 HBE-G)
  • Vervolgens 7.058 HBE-C (resteert een overschot van 942 HBE-C)
  • Er is dan nog 20.000 minus 1.412 minus 7.058 = 11.530 HBE nodig.
  • Deze kan, en wordt, ingevuld met HBE-O (resteert een overschot van 970 HBE-O)

Het overschot van 2.000 HBE (bestaande uit 88 HBE-G; 942 HBE-C en 970 HBE-O) kunt u volgens de spaarregels meenemen naar het volgende kalenderjaar.