Opstellen monitoringsplan ETS

In het monitoringsplan (MP) werkt een bedrijf uit hoe de relevante uitstoot wordt bepaald of gemonitord voor een afzonderlijke inrichting. Dit monitoringsplan moet voldoen aan specifieke regels. Het MP bestaat uit een ingevuld Excel-document en eventueel aanvullende documenten.

Eisen aan monitoringsplan

De eisen aan de inhoud van het monitoringsplan zijn vastgelegd in de Europese Monitoring en Rapportage Verordening en de Regeling handel in emissierechten. Onder Monitoringseisen vindt u meer informatie en enkele hulp- en voorbeelddocumenten.

Invulformat

Bedrijven moeten voor het opstellen van het monitoringsplan gebruik maken van een invulformat (Excel). Naast het standaard MP-format is er een sterk vereenvoudigd format beschikbaar. Het vereenvoudigde format is alleen bruikbaar als de monitoringssystematiek aan bepaalde voorwaarden voldoet.

In het standaard MP-format wordt gevraagd naar de SBI-code (2008) van uw installatie. Het CBS geeft meer informatie over de SBI-code. Bij het invullen kunt u gebruik maken van allerlei hulpdocumenten, zie onderaan deze pagina.

Referentiedocument

Bij het ingevulde standaard MP-format hoort nog een apart referentiedocument. Daarin kunt u aanvullende gegevens kwijt die u niet eenvoudig in het invulformat kunt opnemen. Voor dit referentiedocument is geen format beschikbaar. Dit document bevat bijvoorbeeld:

  • onderbouwing meetonzekerheden; in de onderbouwing moet het bedrijf aantonen dat per bronstroom wordt voldaan aan de gestelde onzekerheidseisen voor zowel activiteitsgegevens (hoeveelheid) als berekeningsfactoren (emissiefactor, calorische onderwaarde, enzovoorts);
  • resultaten risicoanalyse: hierin toont het bedrijf aan wat de resultaten zijn van de risicoanalyse die is uitgevoerd en geeft zij aan welke maatregelen zijn genomen om deze risico’s te verminderen;
  • monsternemingsplan: als een bedrijf voor de emissiemonitoring gebruik maakt van monstername en analyse van brand- of grondstoffen of materialen, dan moet de werkwijze hiervoor beschreven zijn in een monsterneminsgplan;
  • overige informatie die niet in het MP-format past, zoals een schematische weergave van een inrichting.

Bedrijven hoeven voor inrichtingen met een jaarlijkse uitstoot van minder dan 25 kton CO2 de informatie over de eerste twee punten (onzekerheden en risico-analyse) niet op te nemen in het referentiedocument.