CO2-efficiëntie Nederlandse industrie

De Nederlandse bedrijven die onder het EU ETS vallen stoten CO2 uit. Deze uitstoot wordt gemonitord en jaarlijks gerapporteerd aan de NEa. De totale uitstoot van de industrie neemt al jaren af en alhoewel dit goed nieuws is, zegt het weinig over hoe efficiënt of “duurzaam” de industrie produceert. Een bedrijf kan minder CO2 gaan uitstoten omdat het geïnvesteerd heeft in een duurzamer productieproces, maar ook omdat het minder producten is gaan maken. De CO2-efficiëntie van een bedrijf wordt bepaald door de uitgestoten hoeveelheid CO2 per vaste hoeveelheid product te berekenen, bijvoorbeeld in ton CO2 per ton product.

EU ETS Benchmarks

Een EU ETS benchmark is een maatstaf voor de hoeveelheid CO2 die vrijkomt bij het productieproces van de vaste hoeveelheid van een specifiek product (ton CO2 per ton geproduceerd product). De huidige benchmarks zijn op 12 maart 2021 vastgesteld door de Europese Commissie. Deze benchmarks gelden voor de periode 2021-2025. De benchmarks zijn vastgesteld op basis van gegevens die zijn aangeleverd in 2018. Deze gegevens heeft de Commissie gebruikt om de 10% meest CO2- efficiënt presterende installaties in een bedrijfstak te identificeren. De best presterende installaties zijn hier dus de installaties met de laagste CO2-uitstoot per ton product. Deze benchmarkwaarden zijn van belang omdat ze de basis vormen voor de verdeling van de gratis ETS-rechten. Bedrijven die op benchmarkniveau produceren krijgen bijna al hun emissierechten gratis. Als een bedrijf ver onder benchmarkniveau produceert zal het juist veel emissierechten moeten aankopen. Op deze manier krijgt CO2-uitstoot een prijs en stimuleert het EU ETS innovatie en schonere productieprocessen. 

Onderzoek

Alle Nederlandse bedrijven die gratis emissierechten ontvangen binnen het EU ETS hebben geverifieerde gegevens over hun CO2 uitstoot en productie aangeleverd bij de NEa. Dit is in alle landen gebeurd die deelnemen aan het EU ETS. Vervolgens zijn deze gegevens gedeeld met de Europese Commissie om de benchmarkwaarden voor de 4e fase van het ETS te bepalen en vast te stellen. Naast de Europa-brede analyse van de Commissie kan ook voor Nederland een vergelijking gemaakt worden tussen de CO2-efficiëntie van de Nederlandse industrie en de nieuwe benchmark.

Waar staat de Nederlandse industrie?

De CO2-uitstoot van elk bedrijf is vergeleken met de CO2-uitstoot van het benchmarkniveau. In onderstaande grafiek is dit weergeven als een relatieve prestatie ten opzichte van het benchmarkniveau, waarbij een prestatie van 0% betekent dat het bedrijf op benchmarkniveau presteert, een prestatie van boven de 0% betekent dat het bedrijf beter presteert dan het benchmarkniveau en onder de 0% slechter dan het benchmarkniveau. Van de 282 bedrijven die zijn meegenomen in het onderzoek, presteert 8% boven benchmarkniveau en 92% onder benchmarkniveau. Het grootste deel van de Nederlandse industrie is dus minder CO2-efficiënt dan de benchmark.

Beeld: NEa

Relatieve prestatie sectoren

Alhoewel veel bedrijven dus onder benchmarkniveau produceren zijn er grote verschillen tussen de verscheidene sectoren zichtbaar. De Nederlandse papier industrie is de enige sector die gemiddeld beter presteert dan de nieuwe benchmark. Alle andere sectoren presteren gemiddeld minder goed dan de benchmarkwaarden hun branche. Voor de sectoren raffinage, aardolie- en gaswinning en vervaardiging van niet metaalhoudende minerale producten zoals keramiek, glas en asfalt, geldt dat ze gemiddeld het verst onder benchmarkniveau produceren. Deze relatieve prestatie per sector zegt niet hoeveel CO2-winst er te behalen valt in een sector. Sommige sectoren stoten veel minder CO2 uit dan andere. Ook kan op basis van deze cijfers niet gezegd worden of een sector gemiddeld genomen beter of slechter presteert dan soortgelijke sectoren elders in Europa. Het geeft alleen aan hoe groot de afstand is tot de top-presteerders.

Beeld: NEa

Absolute prestatie sectoren

In de onderstaande grafiek is te zien hoeveel ton CO2-uitstoot sectoren nog moeten verminderen in het productieproces om op benchmarkniveau te gaan produceren. De papiersector is, zoals eerder benoemd, de enige sector die al minder CO2 per ton product uitstoot dan de benchmark.

Beeld: NEa

Uit bovenstaande figuur blijkt dat de Nederlandse industrie als geheel een reductie van 7miljoen ton (Mton) CO2 moet bewerkstelligen om gemiddeld op benchmarkniveau te presteren. Niet alle sectoren stoten evenveel CO2 uit, dus het besparingspotentieel is ook niet overal even groot. De chemische industrie, raffinaderijen en metaalindustrie zijn samen goed voor bijna 6 van de 7 Mton CO2, die de Nederlandse industrie teveel uitstoot ten opzichte van de nieuwe benchmark. In die sectoren valt dus de meeste CO2 winst te behalen. De papier industrie doet het relatief het beste maar stoot in verhouding weinig CO2 uit, waardoor de behaalde winst wegvalt in de grafiek. Datzelfde geldt voor de glastuinbouw. In die sector moet ongeveer 4500 ton CO2 bespaard worden om op benchmarkniveau te produceren. Dit valt echter in het niet bij de 2,5 Mton CO2 die bespaard moet worden in de chemie en raffinage. 

Spreiding binnen sectoren

Er zijn niet alleen verschillen tussen de sectoren maar ook binnen de sectoren. De onderstaande grafiek laat zien hoeveel procent van de bedrijven binnen een sector beter of slechter presteert. Wat opvalt is dat in de sector Papier en papierwaren maar iets meer dan 20% van de bedrijven beter presteert dan de benchmark terwijl dit de enige sector is die gemiddeld boven benchmarkniveau produceert. Dat kan komen doordat een aantal bedrijven veel efficiënter produceren dan de rest, maar bijvoorbeeld ook doordat veel bedrijven in de papiersector net onder benchmarkniveau produceren. Deze grafiek laat alleen zien hoeveel bedrijven in een sector boven of onder benchmarkniveau produceren, niet hoe ver ze boven of onder dat niveau zitten. Voor drie sectoren geldt dat geen enkel bedrijf het benchmarkniveau haalt.

Beeld: NEa