Samenvatting Rapportage Energie voor Vervoer 2018

Bedrijven die brandstoffen aan het Nederlandse vervoer leveren zijn verplicht om elk jaar een bepaald aandeel hernieuwbare energie te leveren en om de CO2-uitstoot van hun vervoersbrandstoffen te verminderen. Op onderstaande afbeelding vindt u een samenvatting van de rapportage over de inzet van hernieuwbare energie in de Nederlandse vervoerssector in 2018. De volledige rapportage Energie voor Vervoer in Nederland in 2018 kunt u hier lezen.
 

Een steeds groter deel van de biobrandstoffen wordt gemaakt van afval: in 2018 was dit 72%. Gebruikt frituurvet speelt hierbij de hoofdrol. Biobrandstoffen gemaakt uit afval kunnen dubbel meetellen voor het behalen van de doelstelling. Naast afval, worden biobrandstoffen ook gemaakt van gewassen zoals mais en tarwe.

Vanaf 2018 geldt er ook een doelstelling voor het leveren van zogeheten geavanceerde biobrandstoffen. Op deze manier wordt het gebruik ervan gestimuleerd. Wat geavanceerde biobrandstoffen precies zijn, is gedefinieerd in Europese regelgeving. In de Nederlandse praktijk bestaat deze categorie biobrandstoffen vooral uit afvalstromen en residuen. De doelstelling voor 2018 was een aandeel van 0,6%: deze is behaald. Vanaf 2018 geldt er ook een grens voor het gebruik van biobrandstoffen die gemaakt zijn van gewassen (conventionele biobrandstoffen). Op deze manier wordt de inzet van voedselgewassen voor de productie van biobrandstoffen ontmoedigd. De limiet voor 2018 bedroeg 3%, voor 2020 is deze 5%. In 2018 is slechts 1,5% conventionele biobrandstoffen ingezet. De figuur toont ook de categorie "Overige biobrandstoffen". Dit zijn biobrandstoffen die gemaakt zijn van gebruikt frituurvet en dierlijk vet.

Brandstofleveranciers moeten er voor zorgen dat de CO2-uitstoot van hun brandstoffen in 2020 met 6% is gedaald ten opzichte van de gemiddelde uitstoot van 2010. Het gaat daarbij om de vermindering van de broeikasgasuitstoot in de gehele brandstofketen: vanaf de winning tot en met het gebruik in de motor. De doelstelling is in deze figuur getoond als een gemiddelde emissiefactor: in 2020 moet deze gedaald zijn tot een waarde van 88,5 gram CO2 per megajoule. Met een waarde van 90,2 in 2018 is Nederland goed op weg om het doel te halen.

De inzet van hernieuwbare energie aan vervoer levert een belangrijke bijdrage aan het verminderen van de CO2 uitstoot van transportbrandstoffen. De CO2-emissies van hernieuwbare energie zijn namelijk lager dan die van fossiele brandstoffen. Naast hernieuwbare energie, leveren ook de zogeheten betere fossiele brandstoffen een bijdrage aan de CO2-reductie. Ook deze brandstoffen hebben lagere emissies dan normale diesel en benzine. Het gaat daarbij om LNG, CNG en LPG. Biobrandstoffen leveren de belangrijkste bijdrage aan de CO2 daling van de vervoersbrandstoffen, omdat deze het meest worden gebruikt.

De grondstoffen voor de productie van biobrandstoffen komen uit 80 landen. De top vijftien neemt ongeveer 80% van de hoeveelheid grondstoffen voor zijn rekening en bestaat vooral uit Europese en Aziatische landen.

Nog geen 10% van de grondstoffen die gebruikt worden voor de productie van biobrandstoffen voor het Nederlandse vervoer komt daadwerkelijk uit Nederland. Deze grondstoffen bestaan vrijwel geheel uit afvalstoffen; Nederlandse gewassen zijn bijna niet ingezet. Nederland staat op de derde plaats als leverancier van gebruikt frituurvet (voor biobrandstoffen voor Nederlands vervoer in 2018), na China en Amerika.

De grootste hoeveelheid grondstoffen voor biobrandstoffen voor het Nederlandse vervoer komt uit China. Het gaat daarbij geheel om gebruikt frituurvet.

In totaal vallen 65 landen onder de categorie “Overige landen”. Deze leveren in totaal 20% van grondstoffen.

In 2018 is de doelstelling voor brandstofleveranciers om 8,5% hernieuwbare energie te leveren, behaald. Het overgrote deel van de hernieuwbare energie bestaat uit vloeibare biobrandstoffen. De biobrandstoffen worden bijgemengd in diesel en benzine: 79% in diesel en 19% in benzine. De resterende 2% hernieuwbare energie voor vervoer bestaat uit elektriciteit en biogas.