Eerste resultaten hernieuwbare energie voor vervoer 2019

Bedrijven die brandstoffen aan het Nederlandse vervoer leveren zijn verplicht om elk jaar een bepaald aandeel hernieuwbare energie te leveren en om de CO2-uitstoot van hun vervoersbrandstoffen te verminderen. Op onderstaande afbeelding vindt u de belangrijkste resultaten over de inzet van hernieuwbare energie in de Nederlandse vervoerssector in 2019. Meer informatie vind u in de uitgebreidere rapportage.

Een steeds groter deel van de biobrandstoffen wordt gemaakt van afval: in 2019 was dit 83%. Gebruikt frituurvet speelt hierbij de hoofdrol. Biobrandstoffen gemaakt uit afval kunnen dubbel meetellen voor het behalen van de doelstelling. Naast afval, worden biobrandstoffen ook gemaakt van gewassen zoals mais en tarwe. *** 1) Bij het opstellen van de grafiek is geen rekening gehouden met dubbeltelling: de energie-inhoud van zowel enkeltellende als dubbeltellende biobrandstof wordt slechts éénmaal meegeteld.***2) In de grafiek is een klein aanpassing gedaan t.o.v. de versie die 23/04/20 is gepubliceerd. Dit betreft de bijdragen bij stedelijk afval en overig - afval.***

Sinds 2018 geldt er een doelstelling voor het leveren van zogeheten geavanceerde biobrandstoffen. Op deze manier wordt het gebruik ervan gestimuleerd. Wat geavanceerde biobrandstoffen precies zijn, is gedefinieerd in Europese regelgeving. In de Nederlandse praktijk van dit zijn de geleverde geavanceerde biobrandstoffen vooral gemaakt van afvalstromen en residuen. De doelstelling voor 2019 was een aandeel van 0,8%: met een inzet van 1,9% is deze ruimschoots behaald. Daarnaast geldt er een grens voor het gebruik van biobrandstoffen die gemaakt zijn van gewassen (conventionele biobrandstoffen). Op deze manier wordt de inzet van voedselgewassen voor de productie van biobrandstoffen ontmoedigd. De Nederlandse limiet voor 2019 bedroeg 4%, voor 2020 is deze 5%. In 2019 is slechts 1,2% conventionele biobrandstoffen ingezet, een daling ten opzichte van 2018. De figuur toont ook de categorie "Overige biobrandstoffen". Dit zijn biobrandstoffen die gemaakt zijn van gebruikt frituurvet en dierlijk vet. *** Bij het opstellen van de grafiek is rekening gehouden met dubbeltelling van biobrandstoffen die daarvoor in aanmerking komen. ***

Brandstofleveranciers moeten er voor zorgen dat de CO2-uitstoot van hun brandstoffen in 2020 met 6% is gedaald ten opzichte van de gemiddelde uitstoot van 2010. Het gaat daarbij om de vermindering van de broeikasgasuitstoot in de gehele brandstofketen: vanaf de winning tot en met het gebruik in de motor. De doelstelling is in deze figuur getoond als een gemiddelde emissiefactor: de uitgangssituatie van 2010 bedroeg 94,1 gram CO2 per megajoule; in 2020 moet de gemiddelde emissiefactor zijn gedaald tot een waarde van 88,5. Met een waarde van 88,6 in 2019 heeft Nederland het doel van 2020 nagenoeg al bereikt.

De inzet van hernieuwbare energie aan vervoer levert een belangrijke bijdrage aan het verminderen van de CO2-uitstoot van transportbrandstoffen, beschouwd vanuit de gehele levenscyclus (de zogenaamde “well–to-wheel” ketenemissies). De CO2-emissies van hernieuwbare energie zijn namelijk lager dan die van fossiele brandstoffen. Naast hernieuwbare energie, leveren ook de zogeheten betere fossiele brandstoffen een bijdrage aan de CO2-reductie. Ook deze brandstoffen hebben lagere emissies dan normale diesel en benzine. Het gaat daarbij om LNG, CNG en LPG. Biobrandstoffen leveren de belangrijkste bijdrage aan de CO2 daling van de vervoersbrandstoffen, omdat deze het meest worden gebruikt. HVO speelt in 2019 een grotere rol bij de behaalde reductie dan in 2018, FAME juist iets minder. Dit komt omdat in 2019 de inzet van HVO is toegenomen en die van FAME juist afgenomen. Omdat HVO een biobrandstof is die technisch gezien in grotere mate in diesel kan worden bijgemengd dan FAME, is dit voor brandstofleveranciers een interessante biobrandstof om in te zetten voor de verder stijgende jaarverplichting. ***1) Bij het opstellen van de grafiek is geen rekening gehouden met dubbeltelling: de energie-inhoud van zowel enkeltellende als dubbeltellende biobrandstof wordt slechts éénmaal meegeteld.***2) in de grafiek is een klein aanpassing gedaan t.o.v. de versie die 23/04/20 is gepubliceerd. Dit betreft de genoteerde bijdragen bij de energiedragers.***

De grondstoffen voor de productie van biobrandstoffen komen uit 88 landen. De top vijftien neemt ongeveer 85% van de hoeveelheid grondstoffen voor zijn rekening en bestaat vooral uit Europese en Aziatische landen. *** Bij het opstellen van de grafiek is geen rekening gehouden met dubbeltelling: de energie-inhoud van zowel enkeltellende als dubbeltellende biobrandstof wordt slechts éénmaal meegeteld. ***

Nog geen 10% van de grondstoffen die gebruikt worden voor de productie van biobrandstoffen voor het Nederlandse vervoer komt daadwerkelijk uit Nederland. Deze grondstoffen bestaan vrijwel geheel uit afvalstoffen; Nederlandse gewassen zijn bijna niet ingezet. Nederland staat op de derde plaats als leverancier van gebruikt frituurvet (voor biobrandstoffen voor Nederlands vervoer in 2019), na China en Amerika.

De grootste hoeveelheid grondstoffen voor biobrandstoffen voor het Nederlandse vervoer komt uit China. Het gaat daarbij geheel om gebruikt frituurvet.

In totaal vallen 73 landen onder de categorie “Overige landen”. Deze leveren in totaal 15% van grondstoffen.

In 2019 is de verplichting voor brandstofleveranciers om 12,5% hernieuwbare energie te leveren, behaald. Net als voorgaande jaren bestaat het overgrote deel van de geleverde hernieuwbare energie in 2019 uit vloeibare biobrandstoffen. Dieselvervangende biobrandstoffen vormen het grootste deel (76%) van de hernieuwbare energie, gevolgd door benzinevervangende biobrandstoffen (20%). De resterende 4% hernieuwbare energie voor vervoer betreft elektriciteit en biogas.