Brandstofleveranciers die luchtvaartbrandstof of waterstof voor de luchtvaart aan een Unieluchthaven leveren, vallen onder de verplichtingen van ReFuelEU Luchtvaart. Zij moeten voldoen aan een bijmengverplichting en rapportageverplichting.
Unieluchthavens Nederland
Schiphol Airport
Amsterdam
Eindhoven Airport
Eindhoven
Rotterdam The Hague Airport
Rotterdam
De definitie van brandstofleverancier is overgenomen uit de Richtlijn hernieuwbare energie (RED). Dit betekent dat de verplichting in principe ligt bij de partij die de brandstof uitslaat tot verbruik. Op Schiphol zou dit AFS zijn. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) onderkent dat dit lastig is voor een partij die optreedt als brandstofafhandelaar. Het ministerie heeft dan ook het voornemen om in plaats daarvan alle deelnemers aan AFS als ReFuel brandstofleverancier aan te wijzen.
Brandstofleveranciers worden toegewezen aan de lidstaat waarin zij hun hoofdvestiging hebben, of waarin zij in 2023 de meeste luchtvaartbrandstoffen hebben geleverd. De Europese Commissie publiceert jaarlijks een lijst van luchtvaartbrandstofleveranciers per lidstaat. Brandstofleveranciers die aan Nederland zijn toegewezen, zijn in 2023 door het ministerie van IenW via een brief geïnformeerd over hun verplichtingen.
Bijmengverplichting
De luchtvaartbrandstofleveranciers die onder de ReFuelEU-verplichting vallen, moeten een oplopend percentage van hun leveringen van luchtvaartbrandstoffen bijmengen met duurzame luchtvaartbrandstoffen (sustainable aviation fuels; SAF). Dit percentage start met 2% in 2025 en loopt op tot 70% in 2050. Tot en met 2034 mag worden voldaan via een gemiddelde bijmenging in de EU. Daarna geldt de verplichting per Unieluchthaven.
Oplopend aandeel SAF
bijmengverplichting 2025 - 2050
Subverplichting synthetische luchtvaartbrandstoffen
Vanaf 2030 moet een deel van het verplichte percentage worden ingevuld met synthetische luchtvaartbrandstoffen (hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong; RFNBO’s). Deze subverplichting loopt ook op in de loop van de jaren tot 35% in 2050.
In bijlage 1 van de verordening is de hoogte van de subverplichting synthetische luchtvaartbrandstoffen te vinden per jaar.
Op welke brandstoffen is de verplichting van toepassing?
Alle brandstof geleverd aan Unieluchthavens aan luchtvaartexploitanten die onder de verplichting vallen. De Europese Commissie publiceert jaarlijks een lijst met ReFuel luchtvaartexploitanten.
Wat telt mee om te voldoen aan de verplichting?
- Alle biobrandstoffen opgenomen in de RED Annex IXA en IXB
- Overige en conventionele biobrandstoffen, behalve de uitzonderingen zoals hieronder genoemd en met de cap zoals daaronder genoemd
- Alles wat onder de subverplichting valt, zie hieronder
- Brandstoffen op basis van hergebruikte koolstof (RCF’s)
Welke biobrandstoffen tellen niet mee?
- Voedsel/voeder gewassen
- Tussenteelten
- Palmvetzuurdistillaten
- Van palm en soja afgeleide materialen (zover niet in RED Annex IX A)
- Soapstock en derivaten daarvan
Wat is de limiet voor het gebruik van conventionele/overige biobrandstoffen?
Biobrandstoffen die hierboven niet zijn uitgesloten én niet voorkomen in RED bijlage IXA en IXB mogen maximaal 3% van de totale noemer bevatten.
Op welke brandstoffen is de subverplichting van toepassing?
- Hernieuwbare waterstof (RFNBO)
- Synthetische brandstof gemaakt uit hernieuwbare waterstof
- Koolstofarme waterstof
- Brandstoffen gemaakt uit koolstofarme waterstof
Voor alle brandstoffen geldt dat ze moeten voldoen aan de relevante RED duurzaamheids- en broeikasgasreductiecriteria. Indien van toepassing moet dit worden aangetoond met behulp van de massabalans.
Rapportageverplichting
De brandstofleveranciers die onder de verplichting vallen moeten elk jaar vóór 15 februari rapporteren over de geleverde brandstofvolumes en de (duurzaamheids)kenmerken van de SAF per Unieluchthaven.
Het rapporteren gebeurt in de Uniedatabank voor biobrandstoffen (UDB).
Beeld: NEa
De inhoud van de rapportageverplichting staat in Artikel 10 van de verordening:
- De hoeveelheid geleverde luchtvaartbrandstof per Unieluchthaven;
- De hoeveelheid geleverde SAF per type per Unieluchthaven;
- Het omzettingsproces, kenmerken en oorsprong van de voor productie gebruikte grondstoffen en de levenscyclusemissies van elk type SAF;
- Het gehalte aan aromaten en naftalenen in volumeprocenten en het massapercentage zwavel en de testmethode per batch;
- De energie-inhoud van conventionele luchtvaartbrandstof en SAF voor elk type brandstof.