In welke gevallen mag de specifieke emissiefactor van aangevoerde / afgevoerde warmte in de blauwgrijze kaders in het datarapport leeg gelaten worden?

Op een aantal plaatsen in het datarapport wordt voor het updaten van de benchmarkwaarden gevraagd naar de specifieke emissiefactor van aangevoerde of afgevoerde warmte van/naar de subinstallatie. Deze velden zijn lichtgeel gekleurd, wat aangeeft dat invullen niet verplicht is. Maar in veel gevallen is het invullen van een waarde hier wel degelijk verplicht, omdat de waarde bekend is of achterhaald kan worden.


Het uitgangspunt is dat de specifieke emissiefactor van warmte bekend is (en dus ingevuld moet worden), bijvoorbeeld:

  • De warmte is geproduceerd binnen de installatie. In dat geval zal de ingezette hoeveelheid brandstof en de emissiefactor daarvan bekend zijn.
  • De warmte is ge├»mporteerd uit een andere ETS-installatie. In dat geval zal informatie over de ingezette hoeveelheid brandstof en de emissiefactor verkregen kunnen worden van de drijver van die installatie. Als deze informatie nog niet voorhanden is, dan moet u deze informatie opvragen bij de betreffende installatie om het datarapport te kunnen completeren.
  • De warmte is ge├»mporteerd uit een andere installatie die niet onder het ETS valt. Ook in dat geval zal de drijver van die installatie beschikken over enige informatie omtrent de ingezette hoeveelheid brandstof en de emissiefactor. U moet deze informatie opvragen bij de betreffende installatie om het datarapport te kunnen completeren.


In een beperkt aantal uitzonderingsgevallen is het mogelijk dat de benodigde informatie niet te achterhalen is. In dat geval vult u geen waarde in voor de specifieke emissiefactor, en onderbouwt u in het monitorings-methodologierapport (of een bijlage daarvan) dat deze informatie niet beschikbaar is. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn als sprake is van warmteterugwinning uit een productbenchmark-subinstallatie.