Worden emissierechten wel eerlijk verdeeld?

Het is niet eenvoudig om vast te stellen of een bedrijf te veel of te weinig emissierechten ontvangt. In de 3e fase wordt de gratis toewijzing immers niet bepaald op basis van emissies, maar op basis van productie. De toewijzing wordt bepaald op basis van Europese afspraken. Deze afspraken leiden ertoe dat er soms “te veel” en soms “te weinig” rechten wordt verstrekt:

- Een bedrijf dat heel efficiënt produceert (beter dan de benchmark), kan soms meer rechten krijgen dan het nodig heeft voor de emissies. Vanuit het systeem van toewijzing is dit voordeel juist de bedoeling omdat dit een extra stimulans is om minder CO2 uit te stoten. De benchmarks worden periodiek aangescherpt waardoor er steeds een stimulans is om te verbeteren

- Als meerdere bedrijven in een warmte-netwerk gekoppeld zijn, moeten de CO2-uitstoot en de gratis toewijzing van alle gekoppelde installaties in samenhang worden bekeken. Een “te veel” aan gratis emissierechten bij het ene bedrijf betekent meestal dat een ander bedrijf “te weinig” gratis emissierechten krijgt. Het is niet altijd direct zichtbaar wanneer er sprake is van uitwisseling van warmte en wat dit betekent voor de emissierechten van één individueel bedrijf.

- Bij een inkrimping van de productie is in de Europese toewijzingsregels bepaald dat een bedrijf pas één jaar later wordt gekort. Dit kan ertoe leiden dat er eenmalig meer gratis emissierechten worden verstrekt dan het bedrijf in dat jaar nodig heeft.

- De toewijzingsregels zijn complex. Dat betekent dat er incidentele gevallen zijn waarbij er onvoorziene effecten optreden, die maken dat er te veel of te weinig rechten worden berekend.