Jaarverplichting EV

Bedrijven die in Nederland brandstoffen leveren aan vervoer zijn verplicht een jaarlijks toenemend aandeel hernieuwbare energie te leveren, oplopend naar 16,4% in 2020. Dit is de jaarverplichting, die betrekking heeft op benzine en diesel die zijn geleverd aan vervoersbestemmingen waarvoor een verplichting geldt.

Vanaf 2018 geldt bovendien een subdoelstelling voor geavanceerde biobrandstoffen (van afval/residuen) en een limiet voor conventionele biobrandstoffen (van landbouwgewassen).

Soorten brandstoffen en vormen van vervoer

De jaarverplichting geldt voor onderstaande brandstoffen:

  • Benzine (ongelode lichte olie of minerale olie die volgens het tarief van ongelode lichte olie belast is),
  • Diesel (gasolie of minerale olie die volgens het tarief van gasolie belast is).

Aan de volgende vormen van vervoer:

  • Wegvoertuigen,
  • Spoorvoertuigen,
  • Niet voor de weg bestemde mobiele machines,
  • Landbouwtrekkers en bosbouwmachines,
  • Pleziervaart, wanneer niet op zee.

De totale hoeveelheid benzine en diesel (inclusief hun bio-componenten) die een bedrijf heeft geleverd aan vervoersbestemmingen waarvoor in Nederland een verplichting geldt, wordt de levering tot eindverbruik genoemd. Bedrijven registeren deze brandstofleveringen in het Register Energie voor Vervoer.

Zie ook: Verplichting opvoer brandstofleveringen EV

Aandeel hernieuwbare energie

Voor 2018 is het totale verplichte aandeel hernieuwbare energie vastgesteld op 8,5% van de energie-inhoud. Het verplichte aandeel loopt in de jaren erna geleidelijk op naar 16,4% in 2020.

Vanaf 2018 is de jaarverplichting onderverdeeld, met een subdoelstelling (minimum) voor de inzet van geavanceerde biobrandstoffen (van afval/residuen) en een limiet op de inzet van conventionele biobrandstoffen (van landbouwgewassen).

B3 Verplichtingen 2018-2020

De levering tot eindverbruik van benzine en diesel aan vervoerstoepassingen waarvoor in Nederland een verplichting geldt, wordt uitgedrukt in een hoeveelheid energie. Vermenigvuldigd met het verplichte aandeel hernieuwbare energie voor een jaar, bepaalt dit de hoogte van de jaarverplichting van een bedrijf.

De jaarverplichting wordt uitgedrukt in de drie soorten Hernieuwbare Brandstofeenheden (HBE's): de HBE Geavanceerd (HBE-G) voor de subdoelstelling, de HBE Conventioneel (HBE-C) voor de limiet en de HBE Overig (HBE-O) voor de rest.

Let wel, vanaf 2018 wordt de hoogte van de jaarverplichting bepaald inclusief leveringen aan niet-voor de weg bestemde mobiele machines, landbouwtrekkers, bosbouwmachines en pleziervaart.

Bedrijven voldoen aan hun jaarverplichting door op 1 april voldoende HBE’s van de juiste soort in te leveren.

systematiek Energie voor Vervoer - 3 HBE's

Geen jaarverplichting

Bedrijven die op jaarbasis minder dan 500.000 liter benzine of diesel geleverd hebben aan vervoersbestemmingen waarvoor in Nederland een verplichting geldt, hebben geen jaarverplichting.