Reductieverplichting EV

Bedrijven die in Nederland brandstoffen leveren aan vervoer zijn verplicht om vanaf kalenderjaar 2020 de gemiddelde broeikasgasuitstoot van hun brandstoffen met 6% te verminderen ten opzichte van 2010. Het gaat hierbij om de vermindering van de broeikasgasuitstoot in de gehele brandstofketen vanaf de winning tot en met de toepassing in vervoer. De inzet van duurzame biobrandstoffen, elektriciteit en “beter fossiele" brandstoffen (LPG, LNG en CNG) leidt tot  een vermindering van de uitstoot.

Soorten brandstoffen en vormen van vervoer met verplichting

De reductieverplichting geldt voor onderstaande brandstoffen:

  • Benzine (ongelode lichte olie of minerale olie die volgens het tarief van ongelode lichte olie belast is)
  • Diesel (gasolie of minerale olie die volgens het tarief van gasolie belast is)

Aan de volgende vormen van vervoer:

  • Wegvoertuigen
  • Spoorvoertuigen
  • Niet voor de weg bestemde mobiele machines
  • Landbouwtrekkers en bosbouwmachines
  • Pleziervaart, wanneer niet op zee.

Bedrijven registreren de hoeveelheden benzine en diesel (inclusief hun biocomponenten) en “betere fossiele" brandstoffen die geleverd zijn aan vervoersbestemmingen, waarvoor in Nederland een verplichting geldt, in het Register Energie voor Vervoer (REV).

Reductiedoelstelling

De broeikasgasuitstoot moet worden verminderd met 6% ten opzichte van de Europese uitgangswaarde voor 2010 van 94,1 gram CO2-equivalenten per megajoule (CO2-eq/MJ). Dit betekent dat de brandstoffenmix van een bedrijf vanaf 2020 een gemiddelde broeikasgasuitstoot mag hebben van 88,45 gram CO2-eq/MJ of lager.

Doelstellingen reductie 2020

Hoogte reductieverplichting

De opgevoerde uitslag tot vervoersverbruik van alle brandstofleveringen aan vervoerstoepassingen, waarvoor in Nederland een verplichting geldt, wordt uitgedrukt in een hoeveelheid energie. De hoeveelheid energie wordt per brandstof vermenigvuldigd met de standaardemissiefactor (in gram CO2-eq/MJ) voor die brandstof; zie hiervoor het overzicht met de referentiegegevens voor het REV. De resulterende hoeveelheid CO2 is de totale uitstoot voor het betreffende jaar. Deze wordt vergeleken met de maximaal toegestane uitstoot: de totale hoeveelheid energie vermenigvuldigd met 88,45 gram CO2-eq/MJ. Het verschil is de reductieverplichting in kilogrammen CO2.

Betere fossiele brandstoffen als aftrekpost
Brandstofleveranciers die naast benzine en diesel ook LNG, LPG of CNG (“betere fossiele brandstoffen") leveren aan vervoer in Nederland kunnen hiermee hun reductieverplichting verlagen. Deze brandstoffen hebben namelijk een lagere broeikasgasuitstoot dan de reductiedoelstelling van 88,45 gram CO2-eq/MJ. De emissiereductie die door het gebruik van deze beter fossiele brandstoffen wordt gerealiseerd ten opzichte van de uitgangswaarde voor benzine en diesel wordt in mindering gebracht op de reductieverplichting. Betere fossiele brandstoffen fungeren hiermee als een aftrekpost; de desbetreffende emissiereductie kan niet gespaard of verhandeld worden. Een rekenvoorbeeld hoe betere fossiele brandstoffen als aftrekpost werken is te vinden in dit document.

Voldoen aan de reductieverplichting

Op 1 april moet elke brandstofleverancier voldoen aan de reductieverplichting. Net als bij de jaarverplichting wordt er voldaan door middel van de inzet van HBE’s. Elke HBE staat namelijk niet alleen voor 1 GJ hernieuwbare energie, maar ook voor een bepaalde reductie van de broeikasgasuitstoot. De NEa stelt de reductie in kilogrammen waar een HBE voor staat jaarlijks vast. Met het inzetten van HBE’s voor de jaarverplichting, wordt dus ook (geheel of grotendeels) voldaan aan de reductieverplichting. Een eventueel resterende reductieverplichting vervult een bedrijf door extra HBE’s in te leveren of met behulp van emissiereductie-eenheden (Upstream Emission Reductions, UER’s). Op basis van de vastgestelde HBE-reductiebijdrage 2021 zal de inzet van extra HBE's of UER’s voor het nalevingsjaar 2021 niet nodig zijn

Zie ook: Voldoen aan de reductieverplichting EV en de Instructie reductieverplichting in het REV.

systematiek Energie voor Vervoer - 3 HBE's

Geen reductieverplichting

Bedrijven die op jaarbasis minder dan 500.000 liter benzine of diesel leveren aan vervoersbestemmingen waarvoor in Nederland een verplichting geldt, hebben geen reductieverplichting.

Ook bedrijven die alleen “beter fossiele" brandstoffen (LPG, LNG of CNG) leveren, hebben geen reductieverplichting. Er wordt immers verondersteld dat deze brandstoffen níet zijn geleverd aan een vervoersbestemming met een verplichting in Nederland. Daarnaast voldoet de broeikasgasuitstoot van deze brandstoffen aan de reductiedoelstelling van 6% ten opzichte van de uitgangswaarde voor 2010.

NEa-rapportage voortgang reductieverplichting

De NEa rapporteert jaarlijks over de voortang van de reductieverplichting voor Nederland als geheel via de Rapportage Energie voor Vervoer in Nederland. Hierbij wordt ingegaan op de bijdragen van de ingezette biobrandstoffen, elektriciteit en de reductie door middel van beter fossiele brandstoffen.