ETS bedrijven die vloeibare biomassa verbruiken in hun inrichting en hiervoor een emissiefactor van 0 opnemen in hun emissieverslag moeten, wanneer hierom gevraagd wordt, de duurzaamheid van de vloeibare biomassa aan kunnen tonen aan de NEa.

Hieronder leest u wat daar voor nodig is, wat u moet doen en hoe dit voortvloeit uit wet- en regelgeving.

Duurzame keten

Om de duurzaamheid van geleverde biomassa van producent tot eindgebruiker te waarborgen, moet elke schakel in de duurzame keten tot de eindgebruiker gecertificeerd zijn. Zo’n ‘schakel’ houdt een massabalans bij, zodat dubbeltelling voorkomen wordt.

Het is de bedoeling dat bij elke levering van duurzame biomassa door de verkopende partij een bewijs van duurzaamheid uitgeschreven wordt. Dit gebeurt ook bij de laatste levering van de leverancier die aan de eindgebruiker levert. Iedere levering gaat dus vergezeld van een factuur en een bewijs van duurzaamheid. De hoeveelheid vermeld op de factuur moet overeenkomen met de hoeveelheid vloeibare biomassa op het bewijs van duurzaamheid. Ook de leverancier en de ontvanger moeten op zowel de factuur als het bewijs van duurzaamheid overeenkomen.

Wat moet u als eindgebruiker doen

Bij iedere levering van vloeibare biomassa moet er door de leverancier een bewijs van duurzaamheid naar u uitgeschreven worden. Wanneer de NEa ernaar vraagt, moet u deze bewijzen aan de NEa kunnen laten zien.

U hoeft als eindgebruiker van de vloeibare biomassa niet zelf gecertificeerd te zijn. Uw leverancier moet wel gecertificeerd zijn.

Websites van de verschillende duurzaamheidssystemen bieden zoekfuncties voor het controleren van de certificering van aanbieders voor dat specifieke duurzaamheidssysteem. Op de webpagina van de EU over ‘voluntary schemes’ vindt u een overzicht van aanbieders.

Juridisch kader

Artikel 10 lid 1 van de Regeling handel in emissierechten schrijft voor dat de duurzaamheid van vloeibare biomassa aangetoond dient te worden door middel van een bewijs van duurzaamheid van een door de Europese Commissie erkend duurzaamheidssysteem. Lid 2 van dit artikel biedt de mogelijkheid voor andere duurzaamheidssystemen, maar in de praktijk komt dit niet meer voor.