Hebben andere overheidsmaatregelen wel zin naast het EU ETS? Bijvoorbeeld subsidies op windmolens?

Van tijd tot tijd verschijnen berichten in de media van critici die vinden dat de overheid beter kan stoppen met het uitgeven van miljarden euro’s aan CO2-beperkende overheidsmaatregelen. Want dit zou het EU ETS kunnen ondermijnen. Daarbij verwijzen zij naar het ‘waterbedeffect’. CO2-beperking op de ene plek leidt ergens anders binnen het ETS-systeem tot CO2-ruimte. Bijvoorbeeld: de CO2-besparing door windmolens (of het plaatsen van zonnecellen of het indraaien van ledlampen) leidt tot meer ruimte in het uitstootbudget voor het energiebedrijf. Het energiebedrijf stoot immers minder CO2 uit en hoeft dus minder rechten te kopen. Hierdoor zullen andere CO2-beperkende maatregelen niet genomen hoeven worden. Die maatregelen zouden mogelijk kosteneffectiever zijn.

Dat argument gaat niet op als de CO2-prijzen binnen het ETS erg laag blijven. Zolang de prijzen binnen het ETS laag zijn kunnen extra stimulerende maatregelen door de overheid om uitstoot te beperken wel zinvol zijn. Deze maatregelen zetten ontwikkelingen in gang die nodig zijn voor de energietransitie. Bij hogere CO2-prijzen zijn extra maatregelen van de overheid om duurzame energie te stimuleren niet nodig. Het ETS draagt dan bij tot de energietransitie die nodig is voor een klimaatneutrale toekomst op de langere termijn.