Met de CBAM-aangifte rapporteert de toegelaten CBAM-aangever de ingebedde emissies van ingevoerde CBAM-goederen. Op basis van deze gegevens wordt het aantal CBAM-certificaten vastgesteld dat de CBAM-aangever moet kopen en inleveren.

De aangifte zorgt dat er voor ingevoerde goederen een CO₂-prijs geldt, vergelijkbaar met de prijs die producenten binnen de EU betalen. Hierdoor ontstaat een gelijker speelveld tussen producten van binnen en buiten de EU.

Wanneer doet u een CBAM-aangifte?

Een toegelaten CBAM-aangever die binnen een kalenderjaar meer dan 50 ton CBAM-goederen heeft ingevoerd, dient een CBAM-aangifte in. Dit geldt ook voor een indirect douanevertegenwoordiger die importeurs vertegenwoordigt die bij hen niet, maar in totaal wel, meer dan 50 ton goederen hebben ingevoerd.

De aangifte volgt na afloop van dat kalenderjaar en gebeurt in het CBAM-register. De deadline voor het doen van een aangifte is 30 september van het volgende jaar. De eerste CBAM-aangifte betreft importjaar 2026 en dient de CBAM-aangever dus uiterlijk 30 september 2027 in.

Voor welke goederen doet u CBAM-aangifte? 

De CBAM-aangifte omvat alle CBAM-goederen die in het voorgaande kalenderjaar zijn ingevoerd. De datum waarop de goederen in het vrije verkeer zijn gebracht is bepalend. Welke goederen onder CBAM vallen en hoe uitzonderingen en bijzondere douaneprocedures werken, vindt u op: import van CBAM-goederen.

Inhoud van de CBAM-aangifte

De CBAM-verordening bepaalt op hoofdlijnen welke gegevens in de CBAM-aangifte horen. De Europese Commissie werkt dit nog verder uit in uitvoeringsregels.

De CBAM-aangifte bevat op hoofdlijnen de volgende gegevens.

De totale hoeveelheid van alle soorten geïmporteerde CBAM-goederen in het voorgaande kalenderjaar

De hoeveelheden worden uitgedrukt in gewicht (ton) voor CBAM-goederen en in megawattuur (MWh) voor elektriciteit. Het CBAM-register neemt in beginsel automatisch de hoeveelheid over uit de douaneaangifte.

De ingebedde emissies (in ton CO2 per ton goed) voor iedere soort CBAM-goederen 

De ingebedde emissies zijn de CO2-emissies bij de productie van de ingevoerde goederen. De ingebedde emissies bestaan uit.

  • Directe emissies: 
    • emissies uit de productieprocessen van goederen, en:
    • emissies uit de productie van verwarming en koeling die tijdens de productieprocessen is verbruikt. Hieronder vallen ook de emissies uit de productie van verwarming en koeling op een andere locatie, als de verwarming of koeling tijdens de productieprocessen is verbruikt.
  • Indirecte emissies: 
    • emissies uit de opwekking van elektriciteit die is verbruikt tijdens de productieprocessen van goederen.
  • Directe en indirecte emissies van gebruikte inputmaterialen (precursoren):
    • precursoren zijn materialen die worden gebruikt in het productieproces, bijvoorbeeld als grondstof of hulpstof. Als deze materialen zelf ook aangemerkt zijn als CBAM-goederen, zijn de emissies van de productie van deze materialen onderdeel van de ingebedde emissies.

Voor de CBAM-goederen gietijzer, ijzer en staal, aluminium en waterstof én hun precursoren moeten alleen de directe emissies in de CBAM-aangifte staan. Voor de CBAM-goederen cement en meststoffen en hun precursoren moeten de directe én de indirecte emissies worden aangegeven.

De ingebedde gratis toewijzing (in ton CO2 per ton goed) voor iedere soort CBAM-goederen

De ingebedde gratis toewijzing betreft een (mogelijke) vermindering van het aantal in te leveren CBAM-certificaten. Deze vermindering wordt op soortgelijke wijze bepaald als de gratis toewijzing van emissierechten in het EU ETS. In beide gevallen vindt de berekening plaats met behulp van benchmarks. Op die manier is er een gelijk speelveld binnen en buiten de EU.

Installaties in het EU ETS leveren emissierechten in voor hun CO₂-uitstoot. Tot en met 2033 ontvangen deze installaties gedeeltelijk gratis emissierechten voor de productie van CBAM-goederen (met uitzondering van elektriciteit).

Het aantal gratis emissierechten dat onder het EU ETS wordt toegewezen voor de productie van CBAM-goederen neemt vanaf 2026 jaarlijks af. Vanaf 2034 vervalt de gratis toewijzing voor productie van CBAM-goederen volledig. De ingebedde gratis toewijzing in CBAM volgt hetzelfde afbouwpad tot 2034. Hierdoor neemt het aantal in te leveren CBAM-certificaten tot 2034 jaarlijks toe. Vanaf 2034 geldt geen vermindering meer.

Betaalde koolstofprijs in het land van oorsprong

Wanneer in het land van oorsprong al (gedeeltelijk) een koolstofprijs is betaald voor de ingebedde emissies, leidt dit tot vermindering van het aantal in te leveren CBAM-certificaten. De vermindering wordt berekend door de betaalde koolstofprijs om te rekenen naar ton CO₂ op basis van de ETS-prijs. De Europese Commissie stelt nadere regels vast voor de berekening van deze vermindering.

De Europese Commissie stelt ook standaardwaarden vast voor de betaalde CO2-prijs in het land van oorsprong. Een importeur kan ook de koolstofprijs opgeven die daadwerkelijk is betaald in het land van oorsprong. Bij het bepalen van de werkelijk betaalde koolstofprijs moet de CBAM-aangever rekening houden met elke teruggave of andere vorm van compensatie in het land van oorsprong die tot een verlaging van de koolstofprijs hebben geleid. De CBAM-aangever moet een administratie bijhouden met alle documenten die aantonen welke koolstofprijs van toepassing was. 

Het aantal in te leveren CBAM-certificaten

Het aantal in te leveren CBAM-certificaten in de aangifte wordt berekend aan de hand van de hoeveelheid geïmporteerde goederen, de ingebedde emissies, eventueel gecorrigeerd voor de ingebedde gratis toewijzing en de betaalde koolstofprijs. Één CBAM-certificaat staat voor één ton CO₂.

Bepalen van de gegevens voor de CBAM-aangifte

Voor het bepalen van de ingebedde emissies en de ingebedde gratis toewijzing bestaan er twee routes.

1. CBAM-aangifte met werkelijke gegevens

De exploitant van de productie-installatie stelt een emissieverslag op en laat dit verslag verifiëren. De toegelaten CBAM-aangever kan op twee manieren toegang krijgen tot de gegevens in het geverifieerde emissieverslag.

  1. De exploitant van de productie-installatie registreert de installatie en het emissieverslag vrijwillig in het CBAM-register. De toegelaten CBAM-aangever kan deze gegevens overnemen in de CBAM-aangifte.
  2. De importeur vraagt zelf een geverifieerd emissieverslag op bij de exploitant van de productie-installatie.

2. CBAM-aangifte met standaardwaarden

De toegelaten CBAM-aangever maakt in de CBAM-aangifte gebruik van standaardwaarden die zijn vastgesteld door de Europese Commissie. Bij deze route is geen verificatie vereist.

Berekening van het aantal in te leveren CBAM-certificaten

Het aantal in te leveren certificaten wordt berekend aan de hand van de ingebedde emissies in ton CO2. Daarna kunnen twee correcties volgen: de ingebedde gratis toewijzing en een eventueel reeds betaalde koolstofprijs in het land van oorsprong.

Controle van de CBAM-aangifte

De CBAM-aangifte wordt in het CBAM-register vergeleken met de douaneaangiftes van de CBAM-aangever. Afwijkingen kunnen leiden tot nader onderzoek. De controle omvat ook de berekening van het aantal CBAM-certificaten en de geldigheid van verificatieverklaringen.

De Europese Commissie voert het onderzoek uit in samenwerking met de lidstaten. Bij onjuiste aangifte stelt de NEa de aangifte opnieuw vast en legt de NEa een boete op wanneer te weinig CBAM-certificaten zijn ingeleverd.

Let op
Er zijn commerciële aanbieders die een platform aanbieden dat als doel heeft om gegevens van exploitanten van installaties beschikbaar te stellen voor importeurs. Als u gebruik maakt van zo’n platform, bent u nog steeds verplicht om een volledige aangifte te doen in het CBAM-register.