Het monitoringsplan moet altijd actueel zijn, inclusief alle bijbehorende documenten (zoals het referentiedocument). Verandert er iets binnen uw organisatie of bedrijfsvoering dat de werking van uw monitoringsplan beïnvloedt? Dan moet u het monitoringsplan tijdig aanpassen. Er zijn verschillende manieren waarop u uw monitoringsplan kunt wijzigen. Op deze pagina vindt u informatie over het doorgeven van wijzigingen aan de NEa en leggen wij u uit hoe u moet handelen in verschillende situaties.
U wilt een wijziging doorgeven:
U kunt veranderingen op drie manieren bij de NEa melden. Elk van deze mogelijkheden vindt plaats in het Emissiehandelsportaal (EHP2) Welke procedure u moet volgen, hangt af van uw specifieke situatie:
- Significante wijziging
Dit zijn wijzigingen die invloed hebben op de monitoring of de berekening van uw emissies. Deze moet u vooraf ter goedkeuring aan de NEa voorleggen. - Niet-significante wijziging
Dit zijn alle aanpassingen die géén invloed hebben op het emissiecijfer. Hiervoor is geen voorafgaande goedkeuring van de NEa nodig. U meldt deze alleen. Als de NEa van mening is dat het wel een wijziging is die invloed heeft op de berekening, kan zij de wijziging omzetten naar een significante wijziging. - Tijdelijke wijziging
Kunt u door omstandigheden tijdelijk uw monitoringsplan niet volgen? Meld dit direct bij de NEa via een tijdelijke afwijking. Omdat de situatie tijdelijk is leidt dit niet tot een permanente aanpassing van uw plan.
In de onderstaande menu’s vindt u per type wijziging een toelichting en voorbeelden die u helpen de juiste keuze te maken. In het laatste menu leest u wat u moet doen als de praktijk binnen uw bedrijf al verandert maar de NEa uw wijziging nog niet heeft goedgekeurd. Dit overzicht is niet uitputtend. Als u twijfelt of u wijziging significant is of u wilt weten wat u in uw situatie moet doen adviseren wij u contact op te nemen. Dat kan via de contactgegevens op onze website.
Type wijzigingen en voorbeelden
Hieronder volgen een aantal voorbeelden van significante wijzigingen. Daarnaast is toegelicht op welk deel van het monitoringsplan de wijziging betrekking kan hebben.
|
Verandering |
Voorbeeld/uitleg/toelichting |
monitoringsplan |
|
Berekeningsfactoren wijzigen |
Als u standaardwaarden in het monitoringsplan heeft vastgelegd en u wijzigt deze, dan is sprake van een significante wijziging. |
C.5b |
|
Het toevoegen of verwijderen van een fuel stream |
Dit heeft direct invloed op de hoeveelheid emissies die u rapporteert. Ook als u een fuel stream toevoegt die aan een sector buiten het EU ETS-2 wordt geleverd. |
A.8a |
|
Geschatte emissies aanpassen |
U moet een significante wijziging indienen als de wijziging van uw schatting tot gevolg heeft dat uw klasse (A, B, klein, mini) verandert. Als u uw schatting wijzigt maar dit niet tot een andere klasse leidt hoeft u geen wijziging in te dienen. |
A.3, A.4, A.5 |
|
Wijzigen van de classificering van een fuel stream (de-minimis naar groot of omgekeerd) |
U moet een significante wijziging indienen als één van uw fuel streams wijzigt van de-minimis naar groot en alleen als u hierdoor verplicht bent hogere tiers te gebruiken. |
A.8b |
|
Verandering van procedures voor analyses, biomassa, hoeveelheden brandstof of de bepaling van de scopefactor |
Procedures kunnen van invloed zijn op berekeningsfactoren. Het wijzigen van procedures die te maken hebben met analyses om berekeningsfactoren te bepalen, het bepalen van leveringen binnen of buiten de scope van het EU ETS-2 of procedures die betrekking hebben op biomassa, vereisen een significante wijziging. |
B.1, B.4, B.6, B.7, B.8, B.9, B10, B11, B12 C.1, C.2, C.4, C.6 D.4 Bemonsteringsplan, Referentiedocument |
|
Meetinstrumenten toevoegen, aanpassen of verwijderen |
Als uw meters niet onder metrologische controle staan is een significante wijziging nodig als u uw meters aanpast. Daarnaast moeten ze ook benoemd zijn in de procedures B.8 (lijst) en B.9 (onderhoud en kalibratie). Als meters onder metrologische controle staan hoeven meters niet opgevoerd te worden in het monitoringsplan. Wijzigingen aan meters die onder metrologische controle staan en wel opgevoerd zijn in sectie B2 van het MP, zijn niet-significant. |
B.2, B.8, B.9 C.2 D.6 |
|
Veranderingen in de toegepaste tier (nauwkeurigheidsniveau) van berekeningsfactoren zoals de eenheidsconversiefactor, emissiefactor, scope factor en de biomassafractie |
Een wijziging van een tier, een bijhorende methode of de toelichting daarop vereist altijd een significante wijziging. Het doel van uw monitoringsplan is een zo hoog mogelijke nauwkeurigheid. Elke wijziging die de nauwkeurigheid verhoogt is daarom verplicht, tenzij de benodigde inspanning of kosten hiervoor te hoog zijn. |
C.3, C.4, C5a, C6 |
|
Informatiebronnen |
Informatiebronnen zijn gekoppeld aan nauwkeurigheidsniveaus (tiers). Wijzigt u een informatiebron en verandert hierdoor het nauwkeurigheidsniveau? Dan is er sprake van een significante wijziging. |
B.3 |
|
Verandering in leveringsmethode of afnemende partijen |
Een wijziging in afnemende partijen of levermethoden kan gevolgen hebben voor uw emissieberekening. Er is bijvoorbeeld sprake van een significante wijziging als u door een nieuwe afnemer moet overstappen naar een andere methode voor het bepalen van de scope-factor, of als de wijziging invloed heeft op de monitoring van brandstofhoeveelheden binnen het EU ETS-2. |
A.6, A.7, A.8 B.1, B10 C.4 |
|
Wijziging van bedrijfsgegevens |
Er is sprake van een signicante wijziging als u de ingangsdatum van uw verplichting of de identiteit (rechtspersoon) van de vergunninghouder wijzigt. |
Gegevens brandstofleverancier |
Artikel 75 ter van de Monitoring en Rapportage Verordening (MRV) beschrijft welke wijzigingen significant zijn. De volgende wijzigingen zijn significant:
- veranderingen van categorie van de gereglementeerde entiteit, indien dergelijke veranderingen een wijziging van de monitoringmethode vereisen of gevolgen hebben voor het toepasselijke materialiteitsniveau uit hoofde van artikel 23 van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2067;
- onverminderd artikel 75 quindecies, veranderingen met betrekking tot de vraag of de gereglementeerde entiteit als gereglementeerde entiteit met geringe emissies wordt beschouwd;
- een verandering in het niveau dat wordt toegepast;
- de invoering van nieuwe brandstofstromen;
- een verandering in de categorisering van brandstofstromen, tussen grote of de-minimisbrandstofstromen, indien die verandering een wijziging van de monitoringmethode vereist;
- een verandering in de standaardwaarde voor een berekeningsfactor, wanneer deze waarde in het monitoringplan moet worden vastgelegd;
- een verandering in de standaardwaarde voor de bereikfactor (scope factor);
- de introductie van nieuwe methoden of de wijziging van bestaande methoden met betrekking tot bemonstering, analyse of kalibratie, wanneer dat direct van invloed is op de nauwkeurigheid van de emissiegegevens.
Significante veranderingen in het monitoringsplan meldt u via het EHP2. U kunt hier een nieuw monitoringsplan en/of een nieuw referentiedocument indienen.
Zorg ervoor dat alle aangepaste documenten volledig en consistent zijn, zodat de NEa deze melding kan beoordelen en goedkeuren. De NEa neemt binnen 8 weken een besluit.
U mag een significante wijziging pas in de praktijk doorvoeren nadat de NEa deze heeft goedgekeurd door middel van een besluit. Daarop is een uitzondering: u kunt de veranderde methodiek wel alvast toepassen als dit nodig is voor een correcte en volledige monitoring. Twijfelt u over de uitkomst van de beoordeling door de NEa? Dan moet u de monitoring tijdelijk parallel uitvoeren: zowel op basis van het veranderde als het oorspronkelijke monitoringsplan.
Let op: dient u een significante wijziging te laat in? Dan voldoet u op dat moment niet aan de regels en is er sprake van een overtreding. Zorg er voor dat u in dat geval zo snel mogelijk een significante wijziging indient.
Hieronder volgen een aantal voorbeelden van niet-significante wijzigingen. Daarnaast is toegelicht op welk deel van het monitoringsplan de wijziging betrekking kan hebben.
|
Verandering |
Voorbeeld/uitleg/toelichting |
Relevante sectie(s) van het monitoringsplan |
|
Veranderingen in procedures |
Verandering van procedures die geen invloed hebben op de berekening van uw emissies of de nauwkeurigheid daarvan. Bijvoorbeeld personele wisselingen, werkafspraken/instructies, controlemaatregelen, etc. |
D1 – D17 |
|
Adreswijziging, wijziging van bedrijfsgegevens |
Er is sprake van een niet-significante wijziging, mits de wijzigingen geen betrekking hebben op de ingangsdatum van uw verplichting of de identiteit (rechtspersoon) van de vergunninghouder. |
Gegevens brandstofleverancier |
|
Meetbereik van meetinstrumenten aanpassen |
Alleen als de wijzigingen in het meetbereik gevolgen heeft voor de behaalde nauwkeurigheid (tier) vereist dit een significante wijziging. In alle andere gevallen is een niet-significante wijziging voldoende. |
B.2 C.2 D.6 |
|
Aanpassingen in omschrijvingen van bedrijfsactiviteiten, schematische weergaven of andere tekstuele aanpassingen |
Het is belangrijk dat uw monitoringsplan actuele informatie bevat van uw bedrijfsactiviteiten en interne procedures. U bent verplicht deze aan de NEa te rapporteren. Als de wijziging zich beperkt tot tekstuele of schematische wijzigingen en geen verdere gevolgen heeft voor de monitoring kunt u dit als niet-significante wijziging bij de NEa melden. |
A.1, A.2 Referentiedocument |
|
Corrigeren van typefouten / referenties |
U kunt voor het herstellen van typefouten of referenties een niet-significante wijziging indienen. Als het een typefout in een berekeningsfactor betreft is er wel sprake van een significante wijziging. |
Monitoringsplan |
|
Risicoanalyse aanvullen |
U kunt voor wijzigingen die betrekking hebben op risico’s een niet-significante wijziging indienen. |
D.5, D.13 Referentiedocument |
Het melden van een niet-significante verandering in het monitoringsplan doet u via het EHP2. U kunt deze meldingen meteen doen wanneer ze zich voordoen. Maar u kunt ze ook opsparen en uiterlijk 31 december van het jaar waarin ze zich voor hebben gedaan in 1 keer melden. U ontvangt alleen een bevestiging van uw melding. Een inhoudelijke reactie volgt alleen als de NEa vragen of opmerkingen heeft over de melding, bijvoorbeeld als de melding wél significant is, of niet in voldoende detail beschreven is.
Is het om technische redenen tijdelijk niet haalbaar om een tier (nauwkeurigheidsniveau) uit het gevalideerde monitoringsplan toe te passen? Dan is sprake van een tijdelijke afwijking van de monitoringsmethodiek. Deze moet u melden aan de NEa via EHP2. Dit geldt voor tierafwijkingen van zowel hoeveelheidsbepalingen als van berekeningsfactoren (onder andere emissiefactor, calorische onderwaarde).
Tijdens de periode van afwijking moet de hoogst haalbare niveau tier (nauwkeurigheid) worden toegepast. U moet alle noodzakelijke maatregelen nemen om zo snel mogelijk weer volgens de tier in het goedgekeurde monitoringsplan te kunnen monitoren. Daarnaast moet u de risicoanalyse opnieuw beoordelen en de procedure voor de omgang met ontbrekende gegevens aanpassen zodat deze de geconstateerde afwijking afdekt. Voor invulling van de procedure voor ontbrekende gegevens heeft de Europese commissie in samenwerking met de lidstaten een working paper over ‘DATA GAPS AND NON-CONFORMITIES’ opgesteld.
Tijdelijke afwijkingen meldt u via het EHP2. De planning voor indiening is (naar eigen keuze):
- binnen 5 dagen na het ontstaan van de afwijking of
- in een maandelijks overzicht vóór de 6e van de volgende maand
Tijdelijke afwijkingen hoeven niet te leiden tot aanpassing van het monitoringsplan.
Als u redelijkerwijs kunt aannemen dat de NEa akkoord zal gaan met uw wijziging (bijvoorbeeld omdat u een brandstofstroom toevoegt op exact dezelfde wijze als een andere brandstofstroom) mag u de wijziging al in de praktijk doorvoeren.
• De actie: u past het nieuwe monitoringplan meteen in de praktijk toe, nog vóórdat goedkeuring is ontvangen.
Als het een complexe of unieke wijziging is en u niet zeker bent u de NEa uw wijziging zal goedkeuren, dan geldt:
• De actie: u gaat parallel monitoren. Dit betekent dat u de data tijdelijk op twee manieren bijhoudt: volgens de oude methode én volgens de voorgestelde nieuwe methode.
• De afhandeling: zodra de NEa uw wijziging goedkeurt, gooit u de 'oude' data weg en gebruikt u met terugwerkende kracht alleen de data die volgens het nieuwe (en nu goedgekeurde) MP zijn verzameld.
Als de verandering in uw bedrijf pas écht ingaat nadat de NEa uitsluitsel geeft, is er logischerwijs geen haast:
- De actie: u blijft volgens het oude MP monitoren totdat de officiële goedkeuring voor het nieuwe plan binnen is.
Als u vragen heeft over deze informatie of als u twijfelt wat voor u van toepassing is, adviseren wij u contact op te nemen via ons contactformulier.