Bedrijven mogen alleen biobrandstoffen inboeken in het Register Energie voor Vervoer (REV) als zij voldoen aan de Europese emissiereductie- en duurzaamheidseisen. Deze eisen gelden voor vloeibare en gasvormige biobrandstoffen.

Certificering van de productieketen

Certificering is een belangrijke voorwaarde voor het aantonen dat geleverde biobrandstoffen voldoen aan de eisen. Alle schakels in de productieketen van biobrandstoffen moeten gecertificeerd zijn volgens een duurzaamheidssysteem. De keten begint bij de inzameling van afvalstoffen of teelt van gewassen en eindigt bij de bedrijven die de biobrandstoffen leveren aan de Nederlandse markt voor vervoer en inboeken in het REV. De certificering van de inboeker moet betrekking hebben op de specifieke locatie waarvan wordt geleverd wordt.


Bedrijven mogen alleen duurzaamheidssystemen (voluntary schemes) gebruiken die zijn erkend door de Europese Commissie.

Duurzaamheidsclaim bij inboeken

Eenmaal ingeboekte biobrandstof mag niet als duurzame biobrandstof worden doorgeleverd aan een afnemer; de duurzaamheidsclaim vervalt namelijk bij het inboeken. Hierdoor kan de duurzaamheid slechts door één partij verzilverd worden met emissiereductie-eenheden (ERE’s) . Dit wordt geborgd doordat de inboeker in de massabalans de ingeboekte biobrandstoffen afboekt en de bestemming ‘NEa’ geeft. Een uitzondering hierop zijn parallelle claims die plaatsvinden voor leveringen aan de zeevaart. Naast de brandstofleverancier die ERE’s ontvangt, mag ook de scheepsmaatschappij voor FuelEU Maritime en ETS zeevaart claimen gebruik te maken van duurzame hernieuwbare brandstoffen om zo de emissies te verlagen.

Als een bedrijf de duurzaamheid van biobrandstoffen niet kan aantonen, dan kan het deze brandstoffen niet inboeken in het REV. Hiervoor ontvangt het bedrijf dus geen ERE’s.

Duurzaamheidseisen

De duurzaamheidseisen voor biobrandstoffen zijn op Europees niveau uitgewerkt in de Richtlijn hernieuwbare energie. In Nederland is het aantonen van duurzaamheid van biobrandstoffen alleen mogelijk met door de Europese Commissie erkende duurzaamheidssystemen. Deze duurzaamheidssystemen moeten aantonen dat aan de hieronder genoemde vereisten voldaan is.

Bewijs van duurzaamheid biobrandstof

Elk bedrijf mag voor leveringen van biobrandstof vanaf zijn gecertificeerde locaties een bewijs van duurzaamheid afgeven. Dit bewijs van duurzaamheid is bestemd voor de afnemer van de vloeibare biobrandstoffen.

De bewijzen van duurzaamheid (proof of sustainability, PoS) doorlopen uiteindelijk de hele productie- en handelsketen, totdat een inboeker de duurzaamheid verzilverd. Dit doet hij door de biobrandstoflevering aan vervoer in Nederland in te boeken in het REV en een bewijs van duurzaamheid voor de NEa op te stellen, met daarop de relevante duurzaamheidsgegevens.

Een bewijs van duurzaamheid is slechts een bewijs dat de biobrandstof voldoet aan de duurzaamheidscriteria. Het is geen bewijs dat er biobrandstof geleverd is.

Rapportage door de NEa

De NEa rapporteert jaarlijks over de duurzaamheidsgegevens van de hernieuwbare energie die in het REV is ingeboekt. Dit gebeurt voor Nederland als geheel en per inboeker van vloeibare en gasvormige biobrandstoffen.