De ondergrens van 50 ton voor importeurs
Per 1 januari 2026 geldt voor CBAM-goederen (met uitzondering van waterstof en elektriciteit) een ondergrens van 50 ton goederen per importeur per jaar. Zolang een importeur in een jaar minder dan 50 ton CBAM-goederen invoert, is CBAM niet van toepassing en is er dus geen verplichting om toegelaten te zijn.
Vanaf het moment dat een importeur in een jaar meer dan 50 ton goederen importeert, geldt CBAM. Er is dan een toelating nodig en er moet CBAM-aangifte worden gedaan over alle CBAM-goederen die zijn ingevoerd. Er is geen vrijstelling van 50 ton vanaf dat moment.
Ondergrens van 50 ton voor indirect vertegenwoordigers
Voor indirecte vertegenwoordigers die optreden als CBAM-aangever, is de jaarlijkse hoeveelheid CBAM-goederen per importeur die zij vertegenwoordigen bepalend. Als verschillende importeurs samenwerken in een oneigenlijke constructie die is opgezet om zo onder de grens van 50 ton te blijven, kunnen de hoeveelheden opgeteld worden.
Het kan voorkomen dat een indirect vertegenwoordiger in de douaneaangifte minder dan 50 ton aangeeft voor een niet EU-importeur. Als deze importeur in dat jaar met andere indirecte vertegenwoordigers in totaal wel meer dan 50 ton CBAM-goederen invoert, dan heeft elke indirecte vertegenwoordiger van die importeur CBAM-verplichtingen. Deze moeten dan zijn toegelaten als CBAM-aangever en CBAM-aangifte doen.
Lees hierover meer op de pagina Import van CBAM-goederen.