Indirecte douanevertegenwoordigers moeten in principe altijd zijn toegelaten als CBAM-aangever als zij een importeur vertegenwoordigen die buiten de EU is gevestigd én CBAM-goederen invoert. 

Indirecte vertegenwoordigers die een importeur vertegenwoordigen die wel in de EU is gevestigd, kunnen ermee instemmen om op te treden als CBAM-aangever. Zij moeten dan ook een toelating aanvragen. Dit geldt ook als  de vertegenwoordigde importeur(s) in 2026 minder dan 50 ton CBAM-goederen zullen invoeren.

Een indirect vertegenwoordiger heeft alleen geen toelating nodig als deze:

Helemaal geen importeurs van CBAM-goederen vertegenwoordigt, of
Alleen in de EU gevestigde importeurs vertegenwoordigt én bij geen van deze importeurs ermee instemt om op te treden als CBAM-aangever
We raden indirecte douanevertegenwoordigers die een toelating nodig hebben aan om zo spoedig mogelijk een aanvraag in te dienen. Zie ook: de pagina Toelating als CBAM-aangever.