Op 1 januari van dit jaar is de brandstoftransitieverplichting (BTV) in werking getreden. De brandstoftransitieverplichting is de Nederlandse uitwerking van het vervoersonderdeel van de Europese richtlijn hernieuwbare energie, RED III. Een belangrijke wijziging is de overgang van hernieuwbare brandstofeenheden (HBE’s) naar emissiereductie-eenheden (ERE’s). Wat betekent dit voor bedrijven die na de handelingen van de jaarafsluiting nog HBE-saldo op hun rekening hebben?

Overgang

De NEa is naast uitvoerder van het marktsysteem ook onafhankelijk toezichthouder op naleving van de wet- en regelgeving van het ministerie van IenW. Met de invoering van de brandstoftransitieverplichting zullen de voorwaarden van het marktsysteem wijzigen.

Beeld: © NEa / Apiruk

Zo wijzigt het behalen van een jaarlijks groeiend aandeel geleverde hernieuwbare energie naar het behalen van een groeiend aandeel emissiereductie in de brandstofleveringsketen.

Dit betekent ook het einde van de HBE’s en de introductie van de ERE’s.

Het marktsysteem blijft, bedrijven hebben een ERE verplichting, of kunnen voortaan ERE’s met elkaar verhandelen.

Tot 1 mei worden HBE’s gebruikt om aan de jaarverplichting van 2025 te voldoen. De spaarsaldi die bedrijven na de handelingen van de jaarafsluiting nog op hun rekening hebben staan, zullen omgezet worden in ERE’s.  

Sectorverdeling ERE’s uit sparen

Het ministerie van IenW heeft in de overgangsbepalingen naar de nieuwe wet- en regelgeving regels vastgesteld voor de overgang van HBE naar ERE.

  • Het HBE saldo dat bedrijven na de handelingen van de jaarafsluitingen 1 mei op hun rekening in het REV hebben staan, wordt vanaf dat moment omgezet naar ERE’s. De omrekenregel hierbij is: 1 HBE > 46 ERE.
  • Het soort HBE wordt omgezet naar hetzelfde soort ERE. De bestemming waaraan een bedrijf brandstoffen levert, bepaalt het type HBE/ ERE die ze daarvoor ontvangen.
  • Er zijn drie sectoren in de BTV: land, binnenvaart en zeevaart. Op basis van de inboekresultaten van 2025 verdelen we de ERE’s naar deze sectoren.
  • HBE’s verkregen door brandstofleveringen aan luchtvaart worden omgezet naar vervoersector land.

HBE-rapportage

Zes keer per jaar publiceert de NEa de HBE-rapportage. Deze rapportage laat periodiek zien hoeveel HBE’s er op de rekeningen in het register staan. Het biedt cijfers over het totaal aantal HBE’s, het aandeel gespaarde HBE’s, maar ook hoe het aantal HBE’s per vervoersector is verdeeld. Na het afronden van de Jaarafsluiting 2025 (1 mei 2026) vervangt de ERE-rapportage de HBE-rapportage.

De gegevens die voortkomen uit de HBE-rapportage van 4 maart 2026 gebruikt voor de sectorverdeling van de ERE’s die voortkomen uit gespaarde HBE’s:

Bron: NEa
ERE-CERE-BERE-OERE-G
Land100,0%99,1%98,0%87,8%
Binnenvaart0,0%0,952,0%2,3%
Zeevaart0,0%0,0%0,0%9,9%

Voor deze sectorverdeling in deze weergave hanteerde de NEa de volgende uitgangspunten:

  • Alle HBE’s die potentieel nog bijgeschreven kunnen worden door dubbeltellingverklaringen die later komen, zijn meegerekend in deze verdeling.
  • De HBE’s uit de sector luchtvaart zijn conform de overgangsbepalingen van het ministerie van IenW bij de sector land toegevoegd.

Vernieuwd register

De invoering van de brandstoftransitieverplichting en de overgang van HBE’s naar ERE’s hebben ook invloed op het register (REV). Naar verwachting is het vernieuwde REV rond mei/ juni 2026 beschikbaar voor de registratie van brandstofleveringen waar bedrijven dan ERE’s voor ontvangen. Bij de daadwerkelijke bijschrijving zal NEa afronden naar boven.