Laadt u uw elektrische auto thuis op met een eigen laadpaal? Dan kunt u misschien geld krijgen voor de elektriciteit die u levert aan uw auto. Sinds 2026 komt elektriciteit geleverd aan auto’s aan huis in aanmerking voor vergoeding. Dat regelt u uitsluitend via een inboekdienstverlener. Deze partij registreert uw geladen elektriciteit bij de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa). Voor die registratie ontvangt de dienstverlener verhandelbare eenheden: emissiereductie-eenheden (ERE’s). Deze kan hij verkopen. De opbrengst kan hij met u delen.

Wanneer komt u in aanmerking

U komt in aanmerking als u:

  • een laadpaal heeft met geïntegreerde kWh-meter bij u thuis;

  • eigenaar bent van de netaansluiting op uw adres;

  • een laadpaal heeft met een MID-gecertificeerde meter.

In enkele gevallen komen situaties zonder MID-gecertificeerde meter ook in aanmerking*.

Twijfelt u? Neem contact op met een inboekdienstverlener. Die beoordeelt uw situatie.

* Uitzondering zonder MID-meter
In enkele gevallen komen laadpalen zonder MID-gecertificeerde meter ook in aanmerking. Dat is alleen het geval wanneer de netbeheerder een afsplitsing heeft gemaakt, waarachter alléén het verbruik van de laadpaal plaatsvindt. Dat heet een (exclusief) allocatiepunt. Een allocatiepunt vraagt u aan bij uw netbeheerder. Vraag uw inboekdienstverlener of uw situatie geschikt is.

Wat zijn ERE’s

Leveranciers van diesel en benzine aan vervoer in Nederland hebben een verplichting om hun brandstoffen te verduurzamen. Die verplichting moeten ze onder andere invullen met verhandelbare eenheden (de emissiereductie-eenheid, ERE). Een ERE staat voor een kilogram CO2-uitstoot gereduceerd ten opzichte van fossiele brandstof. Bedrijven met een verplichting kunnen die invullen door brandstoffen van biologische oorsprong in te zetten, maar ook door ERE’s te kopen van andere bedrijven. Dit is een marktsystematiek: jaarlijks maken de leveranciers de afweging op basis van de prijs van brandstoffen en de beschikbare ERE’s op de markt.

Bedrijven, en sinds 2026 ook particulieren, die elektriciteit aan vervoer leveren, kunnen hun leveringen (laten) registreren in ruil voor ERE’s. Particulieren regelen dit uitsluitend via een inboekdienstverlener.

Hoe werkt het

Wat doet een inboekdienstverlener?
U meldt zich aan bij een inboekdienstverlener. Een inboekdienstverlener registreert de hoeveelheid elektriciteit die door u geleverd is aan uw elektrische auto. Dit heet ‘inboeken’. De inboekdienstverlener registreert deze hoeveelheid in het register van de NEa. Voor deze registratie ontvangt de inboekdienstverlener ERE's, die hij kan verhandelen. De opbrengst uit deze verhandeling kan de inboekdienstverlener aan u uitkeren.

De inboekdienstverlener moet met u een contract sluiten en is verantwoordelijk voor de correctheid van de inboeking. Hij is ook verantwoordelijk om bij u alle gegevens uit te vragen.

  • u kunt zich bij één inboekdienstverlener tegelijk aanmelden;
  • u sluit het contract af voor minimaal één heel kalenderjaar;

  • overstappen tijden het jaar kan niet, het contract loopt dus altijd tot en met 31 december.

Heeft u vragen over uw contract of voorwaarden? Neem dan contact op met uw inboekdienstverlener.

Wat doet het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en de NEa

Het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat gaat over de brandstoftransitieverplichting en heeft de wetgeving omtrent elektriciteit inboeken vastgesteld.

De NEa voert deze regels uit en houdt toezicht op naleving. De NEa houdt in deze rol dus ook toezicht op de inboekdienstverleners. De NEa controleert de ingeboekte hoeveelheden elektriciteit. Een locatiebezoek (bij een particulier) kan onderdeel zijn van de controle die de NEa uitvoert bij de inboekdienstverlener. De NEa keurt geen inboekdienstverleners goed en accrediteert ze niet.

Veelvoorkomende misverstanden