Bedrijven en particulieren die in Nederland elektriciteit leveren voor vervoer, kunnen deze leveringen laten inboeken in het Register Energie Vervoer (REV). Inboekers ontvangen hiervoor Emissiereductie-eenheden (ERE’s) van het type Elektriciteit (ERE-E). Ze kunnen de ERE’s verkopen aan brandstofleveranciers met een brandstoftransitieverplichting.

Inboekeisen - Wie mag inboeken?

In het Register Energie voor Vervoer (REV) kunnen twee soorten bedrijven elektriciteitsleveringen registreren. Alleen partijen die aan de drempelwaarde voldoen, mogen zelfstandig inboeken via een eigen rekening.

  • Zelfstandige leveranciers
    Een bedrijf dat is ingeschreven bij de Nederlandse Kamer van Koophandel en zelf minstens boven een drempelwaarde aan elektriciteit levert aan vervoer.
    Drempelwaarde:
    • 2 miljoen kWh geleverde elektriciteit per jaar.
  • Inboekdienstverleners
    Een bedrijf dat is ingeschreven bij de Nederlandse Kamer van Koophandel en dat namens andere bedrijven of particulieren elektriciteit registreert. De inboekdienstverlener moet aan een drempelwaarde voldoen. Lees hier voor meer informatie voor inboekdienstverleners.
    Drempelwaarde:
    • minstens 2 miljoen kWh elektriciteit per jaar inboekennamens alle gemachtigden, óf
    • beschikken over minimaal 200 machtigingen van bedrijven en/of particulieren.

Bedrijven en particulieren moeten aangeslotene zijn.

Iedereen die elektriciteit levert aan vervoer is verplicht een aansluiting te hebben volgens de Energiewet. Het maakt niet uit of een partij zelf inboekt of via een inboekdienstverlener. 

Particulieren en kleinere bedrijven
Particulieren en bedrijven die de drempelwaarde niet halen, mogen hun elektriciteitsleveringen niet zelf registreren. Dit kan alleen via een inboekdienstverlener.

Inboekeisen - Wat mag ingeboekt worden?

  • Alleen het hernieuwbare deel van de geleverde elektriciteit wordt beloond. De inboeker voert het totaal geleverde volume op. Het REV berekent automatisch het hernieuwbare deel.
  • De elektriciteit moet aantoonbaar exclusief aan vervoer geleverd zijn. Hiervoor zijn drie constructies toegestaan:
    1. De hoofdaansluiting is exclusief voor vervoer bestemd. Achter de aansluiting is geen andere bestemming van de elektriciteit dan elektrische voer- of vaartuigen of verwisselbare accu’s.
    2. Een secundair allocatiepunt achter de hoofdaansluiting is exclusief voor vervoer bestemd (MLOEA-constructie).
    3. Elk laadpunt beschikt over een geïntegreerde MID-gecertificeerde meter.
  • De elektriciteit moet geleverd zijn via een bemeterd leverpunt. Het op dit punt gemeten aantal kWh is altijd leidend bij inboeking.
  • Inboeken gebeurt per EAN-code van de hoofdaansluiting.
  • Hieronder volgt een lijst van specifieke vervoersmiddelen en hun aanspraak op beloning met ERE’s:
    • Elektriciteit aan spoor(voertuigen) niet.
    • Dokstroom aan luchtvaartuigen niet.
    • Elektriciteit aan accupakketten of opgewekt via een aggregaat niet.
    • Walstroom aan binnenvaart- en zeeschepen wel (tot en met 2029).
    • Elektriciteit aan verwisselbare accu’s (bestemd voor in het voertuig) wel.
    • Elektriciteit aan mobiele machines wel.

Het hernieuwbare deel elektriciteit

Alleen voor het hernieuwbare deel van de elektriciteit geleverd aan vervoer kunt u ERE’s krijgen. 

Elektriciteitsnet:

Voor leveringen van elektriciteit uit het net wordt het Nederlandse aandeel hernieuwbare elektriciteit gebruikt. Dit is het aandeel van twee jaar voor het leverjaar, vastgesteld door het CBS.

Voor 2026 is dit 50,5%.

Opwek uit hernieuwbare bronnen:

In twee scenario’s kan de volledige (100%) levering van elektriciteit aan vervoer met ERE’s beloond worden:

  1. Eigen opwek: elektriciteit is op de leveringslocatie uit hernieuwbare bronnen opgewekt en wordt rechtstreeks aan vervoer geleverd. De opwek- en leveringsinstallaties liggen binnen hetzelfde WOZ-object.
  2. Directe lijn: elektriciteit uit hernieuwbare bronnen wordt via een directe lijn van de opweklocatie naar de leverlocatie gevoerd. Dit loopt niet via het elektriciteitsnet. De locaties zijn onderdeel van twee verschillende WOZ-objecten die niet dezelfde eigenaar hebben. Alléén de leverlocatie mag een aansluiting hebben op het elektriciteitsnet.

Voor opwek uit hernieuwbare bronnen gelden de volgende voorwaarden:

  • De inboeking moet gedekt worden door niet-netlevering Garanties van Oorsprong (GvO).
  • Er mag  geen exploitatiesubsidie ontvangen zijn voor de opwek van de geleverde elektriciteit over de periode van inboeking.
  • Elektriciteit uit biomassa of biogas is niet inboekbaar.
  • Levering aan het net of andere installaties is niet inboekbaar.
  • Alle andere inboekeisen blijven geldig. Zie ook: Inboekeisen - Wat mag ingeboekt worden?

Inboeken in het REV

Leveringen worden ingeboekt in het online Register Energie Vervoer (REV). Meer informatie over de algemene voorwaarden leest u op deze webpagina.

Het inboeken van elektriciteit is vrijwillig maar er komen wel verplichtingen bij kijken. Inboeken gaat gepaard met verantwoordelijkheden en bepaalde kosten en administratieve lasten. Bij het maken van de afweging van een bedrijf om in te boeken, moet het met deze kosten en administratieve lasten rekening houden.

Toezicht en handhaving NEa

In aanvulling op de inboekverificateur voert ook de NEa periodieke controles op de inboekingen uit. Als sprake is van een onjuiste inboeking kan de NEa deze, tot 5 jaar na het kalenderjaar waarop de inboeking betrekking heeft, corrigeren (ambtshalve vaststellen), zie ‘Handhavingsmiddelen’. Het is dus belangrijk om te beseffen dat inboeken een vrijwillige, maar niet vrijblijvende activiteit is. Voor zelfstandige leveranciers kunnen in ieder geval de volgende documenten worden opgevraagd tijdens een verificatie of inspectie. Belangrijke onderdelen voor een AO-IB/IC voor elektriciteit leest u hieronder.