Bedrijven en particulieren die in Nederland elektriciteit leveren voor vervoer, kunnen deze leveringen laten registreren in het Register Energie voor Vervoer (REV).
Er geldt een minimale hoeveelheid elektriciteit om dit zelf te mogen doen: 2 miljoen kWh per jaar.
Levert een bedrijf meer dan 2 miljoen kWh per jaar? Dan kan het de elektriciteitsleveringen zelf in het REV registreren.
Levert een bedrijf minder dan 2 miljoen kWh per jaar, of gaat het om een particulier? Dan kan de registratie alleen worden gedaan door een inboekdienstverlener.
Voor elke geregistreerde levering elektriciteit ontvangt de inboeker Emissiereductie-eenheden (ERE’s) van het type elektriciteit (ERE-E).
Wie mag inboeken?
In het Register Energie voor Vervoer (REV) kunnen twee soorten bedrijven elektriciteitsleveringen registreren:
Zelfstandige leveranciers
Een bedrijf dat is ingeschreven bij de Nederlandse Kamer van Koophandel en dat in Nederland minstens de drempelwaarde aan elektriciteit levert voor vervoer (exclusief spoorvervoer). Dit bedrijf mag de leveringen zelf in het REV registreren.
Inboekdienstverleners
Een bedrijf dat is ingeschreven bij de Nederlandse Kamer van Koophandel en dat namens andere bedrijven of particulieren minstens de drempelwaarde aan elektriciteit registreert. Deze bedrijven of particulieren leveren elektriciteit voor vervoer (exclusief spoorvervoer), maar mogen dit niet zelf doen.
Particulieren en kleinere bedrijven Particulieren en bedrijven die de drempelwaarde niet halen, mogen hun elektriciteitsleveringen niet zelf registreren. Dit kan alleen via een inboekdienstverlener.
Aansluiting volgens de Energiewet
Iedereen die elektriciteit levert voor vervoer, moet een aansluiting hebben volgens de Energiewet. Dit betekent dat zij beschikken over één of meer volledige aansluitingen: een verbinding tussen het elektriciteitsnet en een gebouw of terrein waar de elektriciteit voor vervoer wordt geleverd.
Inboekdienstverlener
Sinds 2026 bestaat de mogelijkheid om een inboekdienstverlener in te schakelen voor het registreren van elektriciteitsleveringen.
Een inboekdienstverlener is een bedrijf dat gebundeld (geaggregeerd) elektriciteitsleveringen voor vervoer registreert in het Register Energie voor Vervoer (REV). Dit doet het bedrijf namens andere bedrijven en/of particulieren.
De bedrijven en particulieren blijven zelf eigenaar van de elektriciteitsaansluitingen. De inboekdienstverlener registreert uitsluitend de inboekingen voor deze aansluitingen. Hiervoor geldt een aantal aandachtspunten.
Een inboekdienstverlener dient ingeschreven te zijn bij de KvK;
Een inboekdienstverlener komt alleen in aanmerking voor een rekening indien zij voldoet aan de drempelwaarde;
Ondernemingen hebben een aansluiting waar elektriciteit aan vervoer wordt geleverd;
Ondernemingen machtigen de inboekdienstverlener (ten minste per kalenderjaar) om voor hen in te boeken. De inboekdienstverlener dient per onderneming waarvoor hij inboekt een machtiging te bezitten. Elke onderneming, inclusief dochterondernemingen, dienen individueel de inboekdienstverlener te machtigen. Net zoals voor zelfstandige inboekers, geldt alleen voor de ondernemingen die een inboekdienstverlener machtigen dat het eigenaarschap van de aansluitingen door het jaar heen mag wijzigen;
Natuurlijke personen hebben een aansluiting waar onder andere elektriciteit aan vervoer wordt geleverd. De natuurlijke persoon dient in het Centraal Aansluitingenregister geregistreerd te staan als eigenaar van de aansluiting;
Natuurlijke personen machtigen de inboekdienstverlener (ten minste per kalenderjaar) om voor hen in te boeken;
Machtigingen voor ondernemingen én natuurlijke personen worden ter grootte van gehele kalenderjaren getekend. De machtigingen mogen wel voor meerdere jaren gelden. Dat betekent dat machtigingen geldig kunnen zijn voor één jaar, twee jaar, drie jaar, etc.;
De inboeking gebeurt op basis van de levergegevens die zijn gemeten door het bemeterd leverpunt. Een bemeterd leverpunt is een punt voor levering van elektriciteit, met een voertuigaansluiting en een meter die de hoeveelheid van de levering meet. In de praktijk zijn dit de verkoopmeters. Dit geldt voor zowel de ondernemingen als voor de natuurlijke personen. Indien de aansluiting niet exclusief voor vervoer is, moet de meter MID-gecertificeerd zijn;
De EAN registratie van de aansluiting in het Centraal Aansluitingenregister (CAR) is leidend. Inboeken voor een EAN-aansluiting kan alleen indien de onderneming of natuurlijke persoon in het CAR aan de aansluiting is verbonden;
De inboekdienstverlener draagt zorg voor de correctheid van inboekingen en de bijbehorende administratie en bewijslast;
Een inboekdienstverlener dient ingeschreven te zijn bij de KvK;
Een inboekdienstverlener komt alleen in aanmerking voor een rekening indien zij voldoet aan de drempelwaarde;
Ondernemingen hebben een aansluiting waar elektriciteit aan vervoer wordt geleverd;
Ondernemingen machtigen de inboekdienstverlener (ten minste per kalenderjaar) om voor hen in te boeken. De inboekdienstverlener dient per onderneming waarvoor hij inboekt een machtiging te bezitten. Elke onderneming, inclusief dochterondernemingen, dienen individueel de inboekdienstverlener te machtigen. Net zoals voor zelfstandige inboekers, geldt alleen voor de ondernemingen die een inboekdienstverlener machtigen dat het eigenaarschap van de aansluitingen door het jaar heen mag wijzigen;
Natuurlijke personen hebben een aansluiting waar onder andere elektriciteit aan vervoer wordt geleverd. De natuurlijke persoon dient in het Centraal Aansluitingenregister geregistreerd te staan als eigenaar van de aansluiting;
Natuurlijke personen machtigen de inboekdienstverlener (ten minste per kalenderjaar) om voor hen in te boeken;
Machtigingen voor ondernemingen én natuurlijke personen worden ter grootte van gehele kalenderjaren getekend. De machtigingen mogen wel voor meerdere jaren gelden. Dat betekent dat machtigingen geldig kunnen zijn voor één jaar, twee jaar, drie jaar, etc.;
De inboeking gebeurt op basis van de levergegevens die zijn gemeten door het bemeterd leverpunt. Een bemeterd leverpunt is een punt voor levering van elektriciteit, met een voertuigaansluiting en een meter die de hoeveelheid van de levering meet. In de praktijk zijn dit de verkoopmeters. Dit geldt voor zowel de ondernemingen als voor de natuurlijke personen. Indien de aansluiting niet exclusief voor vervoer is, moet de meter MID-gecertificeerd zijn;
De EAN registratie van de aansluiting in het Centraal Aansluitingenregister (CAR) is leidend. Inboeken voor een EAN-aansluiting kan alleen indien de onderneming of natuurlijke persoon in het CAR aan de aansluiting is verbonden;
De inboekdienstverlener draagt zorg voor de correctheid van inboekingen en de bijbehorende administratie en bewijslast;
Drempelwaarde voor inboekdienstverleners
Een inboekdienstverlener moet aan een drempelwaarde voldoen om te mogen inboeken. Dat kan op twee manieren:
samen namens alle gemachtigden minstens 2 miljoen kWh elektriciteit per jaar registreren, óf
beschikken over minimaal 200 machtigingen van bedrijven en/of particulieren.
Bij het aanvragen van een rekening moet de inboekdienstverlener aantonen dat aan deze drempelwaarde wordt voldaan.
Verificatie, inspectie en handhaving
De inboekdienstverlener is verantwoordelijk voor een jaarlijkse controle (verificatie) van alle inboekingen door een geaccrediteerde verificateur. De regels hiervoor staan in de Regeling energie vervoer.
Deze verificatie geldt per soort hernieuwbare energie. Voor elektriciteit betekent dit dat alle elektriciteitsinboekingen die de inboekdienstverlener in dat jaar namens gemachtigden heeft geregistreerd, worden gecontroleerd.
Als de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) vaststelt dat er fouten zijn gemaakt bij het inboeken, dan worden handhavende maatregelen genomen tegen de inboekdienstverlener. De inboekdienstverlener is aansprakelijk voor onjuiste inboekingen.
Een aangeslotene is een bedrijf of particulier met een volledige elektriciteitsaansluiting. Dit is de fysieke verbinding tussen het elektriciteitsnet en een gebouw of terrein.
Alleen een secundair allocatiepunt is niet voldoende. Het primaire allocatiepunt moet ook op naam staan van degene die de elektriciteit inboekt.
Controle door de NEa
De Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) controleert of aansluitingen daadwerkelijk op naam staan van het bedrijf of de particulier. Dit gebeurt via de netbeheerder.
Daarbij wordt gekeken naar de gegevens in het Centraal Aansluitingsregister van de netbeheerders. De controle is dus niet gebaseerd op het energiecontract, maar op wie officieel als eigenaar van de aansluiting staat geregistreerd.
Bedrijven kunnen elektriciteit alleen zelf inboeken als ze voldoen aan een drempelwaarde van 2 miljoen kWh per jaar.
Voldoet een bedrijf in een jaar niet aan deze drempelwaarde? Dan wordt na het jaar de rekening gesloten en kan het bedrijf volgend jaar alleen nog via een inboekdienstverlener inboeken (zie het kopje ‘Inboekdienstverlener’ voor meer informatie).
Bij een nieuwe rekeningaanvraag moet vooraf duidelijk zijn dat de drempelwaarde wordt gehaald.
Wat mag ingeboekt worden?
Alleen elektriciteit geleverd aan vervoer komt in aanmerking voor ERE’s;
Elektriciteit geleverd aan spoor(voertuigen) komt niet in aanmerking voor ERE's;
Dokstroom geleverd aan luchtvaartuigen komt niet in aanmerking voor ERE’s.
Elektriciteit geleverd aan accupakketten of opgewekt via een aggregaat komt niet in aanmerking voor ERE’s.
Walstroom geleverd aan schepen komt wel in aanmerking voor ERE’s.
Elektriciteit geleverd aan verwisselbare accu’s (bestemd voor in het voertuig) komt wel in aanmerking voor ERE’s.
Alleen het hernieuwbare deel van de geleverde elektriciteit wordt beloond met ERE’s;
Hoeveelheden zoals gemeten door een bemeterd leverpunt mogen ingeboekt worden. Een bemeterd leverpunt is een punt voor levering van elektriciteit, met een voertuigaansluiting en een meter die de hoeveelheid van de levering meet. In de praktijk zijn dit de verkoopmeters.
De bovengenoemde ondernemingen mogen elektriciteit inboeken die aan voertuigen/vaartuigen/verwisselbare accu’s is geleverd via exclusief daarvoor bestemde aansluitingen van deze of andere ondernemingen/natuurlijke personen op het elektriciteitsnet. Achter de aansluiting mag dus geen andere bestemming van de elektriciteit zijn dan elektrische voer- of vaartuigen of verwisselbare accu’s. Zij boeken de hoeveelheid elektriciteit (kWh) per aansluiting in, zoals gemeten door een of meerdere bemeterde leverpunten (verkoopmeters) achter de aansluiting.
In de praktijk kan het voorkomen dat een aansluiting niet exclusief bestemd is voor de levering van elektriciteit aan voertuigen/vaartuigen/verwisselbare accu’s. Dit geldt bijvoorbeeld als er ook verbruik plaatsvindt door een kantoor of winkel. Indien er geen sprake is van een aansluiting (of secundair allocatiepunt, zie hieronder), die exclusief voor vervoer bestemd is, worden er extra eisen gesteld aan het bemeterd leverpunt (verkoopmeter) in de laadpaal. Elk bemeterd leverpunt dient dan te beschikken over een MID-meter.
Een geregeld meetinstrument als bedoeld in de Metrologiewet, voorzien van een geldige conformiteitbeoordeling en merktekens om de kwaliteit van de gegevens te waarborgen.
Wanneer een aansluiting niet exclusief bestemd is voor de levering van elektriciteit aan vervoer kan het ‘Codebesluit meerdere leveranciers op één aansluiting (MLOEA)’ van de Autoriteit Consument en Markt (ACM) mogelijk een oplossing bieden.
Het Codebesluit MLOEA maakt het mogelijk om bij een opgestelde installatie achter de aansluiting een secundair allocatiepunt aan te maken. Elk secundair allocatiepunt krijgt volgens het Codebesluit een aparte EAN-code toegewezen en een bijbehorende meter. Op deze manier is het mogelijk om de levering van elektriciteit door verschillende installaties administratief ‘op te splitsen’, zonder dat er aparte (fysieke) aansluitingen gerealiseerd hoeven te worden. Een aanvraag voor secundaire allocatiepunten moet worden ingediend bij de netbeheerders. Een brutoproductiemeter geplaatst voor een of meerdere laadpal(en) alleen is niet voldoende.
De NEa zal inboekingen van leveringen van elektriciteit aan vervoer via deze constructie accepteren, als aangetoond wordt dat het secundaire allocatiepunt exclusief voor deze leveringen bestemd is. Het secundaire allocatiepunt kan in eigendom zijn van een andere partij dan de aansluiting.
NB: Hierbij geldt nog steeds dat alleen de aangeslotene in de zin van de Energiewet inboeker kan zijn. Een partij die eigenaar is van een secundair allocatiepunt maar niet van de hoofdaansluiting, kan dus niet inboeken. Ook blijft gelden dat de hoeveelheid zoals gemeten door het bemeterde leverpunt (op de laadfaciliteit) leidend is bij het inboeken. Het gaat dus niet om de gemeten hoeveelheid op de inkoopmeter, die dient slechts als contra-informatie.
ERE's voor hernieuwbaar deel
Alleen voor het hernieuwbare deel van de elektriciteit geleverd aan vervoer schrijft het register ERE’s bij. Voor leveringen van elektriciteit uit het net wordt het Nederlandse aandeel hernieuwbare elektriciteit (van twee jaar voor het leverjaar) gebruikt. Voor 2026 is dit 50,5%.
In twee scenario’s kan de volledige (100%) levering van elektriciteit aan vervoer met ERE’s beloond worden:
elektriciteit die op de leveringslocatie (binnen hetzelfde WOZ-object) uit hernieuwbare bronnen opgewekt wordt en rechtstreeks aan vervoer is geleverd met behulp van een bemeterd leverpunt. Een bemeterd leverpunt is een punt voor levering van elektriciteit, met een voertuigaansluiting en een meter die de hoeveelheid van de levering meet. In de praktijk zijn dit de verkoopmeters.;
elektriciteit uit hernieuwbare bronnen die via een directe lijn van de opweklocatie naar de leverlocatie gevoerd is waar het vervolgens met een bemeterd leverpunt aan vervoer geleverd wordt. De elektriciteit loopt niet via het elektriciteitsnet. De opwek- en leverlocatie dienen hierbij onderdeel te zijn van twee verschillende WOZ-objecten en enkel één van deze locaties mag een aansluiting hebben op het elektriciteitsnet. Daarnaast mag de eigenaar van de opwekinstallatie niet dezelfde entiteit zijn als de eigenaar van de laadinfrastructuur.
Voor beide vormen geldt dat men moet beschikken over een Garantie van Oorsprong (GvO) niet-netlevering voor de hernieuwbare energie, welke voor het moment van inboeken overgemaakt dient te zijn naar het account van de NEa. Voor zowel inboekingen via de directe lijn, als de opwek op eigen locatie mag geen exploitatiesubsidie verkregen zijn. Het is daarnaast niet mogelijk om elektriciteit opgewekt door biomassa of biogas in te boeken als 100% hernieuwbare elektriciteit.
De inboeker moet over een niet-net Garantie van Oorsprong (GvO) ter grootte van de inboeking beschikken. Bij de registratie voor ERE’s vermeldt de inboeker het nummer van deze GvO('s). De GvO(’s) blijven in VertiCer op de rekening van de producent staan. Ten slotte mag er voor de elektriciteit geen exploitatiesubsidie betaald zijn.
De inboeker moet altijd kunnen aantonen dat de hernieuwbare elektriciteit (al dan niet na tussenopslag in een accu) aan voertuigen of verwisselbare accu’s is geleverd. Elektriciteit die terug geleverd is aan het net of aan andere installaties op de aansluiting is geleverd, kan niet ingeboekt worden.
De berekening van het aantal ERE’s gebeurt automatisch in het REV. De formules zijn als volgt:
Aantal ERE-E voor leveringen uit het net (2026) = levering [kWh] * 0,505 * 183 [g/MJ] * 3,6 [MJ/kWh] / 1000
Aantal ERE-E voor 100% hernieuwbare elektriciteit = levering [kWh] * 183 [g/MJ] * 3,6 [MJ/kWh] / 1000
Algemene voorwaarden inboeken
Het inboeken van elektriciteit is vrijwillig maar er komen wel verplichtingen bij kijken:
Ieder jaar moeten inboekingen (geregistreerde leveringen) geverifieerd worden door een geaccrediteerde verificateur. De kosten hiervoor zijn voor de inboeker.
Inspecteurs van de NEa zullen op inspectie komen, bijvoorbeeld naar aanleiding van de verificatie, omdat een onderneming voor het eerst heeft ingeboekt, of op reguliere (periodieke) basis. Indien nodig kan de NEa handhavend optreden.
Inboekers moeten een goede administratie bijhouden, waarin de onderbouwing is te vinden van wat (per aansluiting) wordt ingeboekt, zoals factuur- en meetgegevens. De werkwijze voor het bepalen en controleren van de ingeboekte hoeveelheid moet hierin zijn vastgelegd.
De inboeker dient op de hoogte te zijn van de geldende wet- en regelgeving (Wet milieubeheer 9.7; Besluit energie vervoer; Regeling energie vervoer).
Administratieve organisatie met processen voor interne beheersing en controle
De eisen rondom machtigingen en de administratieve organisatie voor natuurlijke personen is nog niet rond. Deze informatie wordt daarom op een later moment bijgewerkt. Voor ondernemingen kunnen in ieder geval de volgende documenten worden opgevraagd tijdens een verificatie of inspectie. Belangrijke onderdelen voor een AO-IB/IC voor elektriciteit leest u hieronder.
Permanente gegevens, zoals technische tekeningen, type laadpaal en werking laadpaal
Contracten met andere partijen, zoals de energieleverancier
Procesbeschrijvingen voor interne controles, omgang met storingen etc.
Inkoopadministratie van de elektriciteit per EAN-code zoals de jaarafrekening van de energieleverancier en meetdata van de netbeheerder/meetverantwoordelijke
Verkoopadministratie (indien van toepassing)
kWh-data van de meter in de laadpaal
Eventueel de gegevens van de opwekinstallatie voor hernieuwbare elektriciteit (technische gegevens zoals maximale capaciteit, meetgegevens van de meter die bijhoudt hoeveel elektriciteit er naar vervoer is gegaan).
Ondernemingen kunnen leveringen gedaan in jaar X inboeken tot 1 maart van jaar X+1.
ERE’s worden direct bijgeschreven na inboeking. De inboekingen kunnen daarna wel nog worden gewijzigd tot 1 maart. Let op, inboekingen (en wijzigingen daarvan) zijn alleen definitief als deze zijn geregistreerd.
Voor 1 april moet elke inboeker over een inboekverificatieverklaring beschikken.
Op 1 april vindt de jaarafsluiting plaats. ERE’s die boven het spaarlimiet vallen, komen te vervallen. Zie ook deze webpagina.