Hoogte jaarverplichting 2025

De jaarverplichting in 2025 bedroeg 29,4% van de totale energie-inhoud van de geleverde benzine, diesel en zware stookolie. Bedrijven moeten ervoor zorgen dat 29,4% van de energie in hun geleverde benzine, diesel en zware stookolie bestaat uit hernieuwbare energie. Leveringen van fossiele brandstoffen aan binnen- en zeevaart tellen nog niet mee voor deze verplichting. Vanaf 2026 zullen deze sectoren wel een eigen verplichting hebben. Leveringen van hernieuwbare energie aan de sectoren binnen-, zee- en luchtvaart tellen wel mee om aan de jaarverplichting van 2025 te voldoen.

De jaarverplichting is in 2024 en 2025 flink hoger dan in 2023. Dat is het gevolg van een kabinetsbesluit in de voorjaarsnota van 2023 om de hoeveelheid hernieuwbare energie in het wegvervoer met 20 PJ te verhogen. In 2025 is daadwerkelijk 16,6 PJ (2024: 15 PJ) extra geleverd vergeleken met 2023.

Het totale volume aan geleverde benzine en diesel laat een licht dalende trend zien in de afgelopen jaren, met name diesel. Het totale volume was in 2025 ruim 11,8 miljard liter, dat is 1,8% minder dan in 2024.

(* 1000 liter)

2022

2023

2024

2025

Benzine

5.443.469

5.998.984

5.832.482

5.844.270

Diesel

6.683.413

6.597.073

6.240.097

6.011.545

Stookolie

27.117

37.607

464

527

Totaal

12.153.998

12.633.665

12.073.044

11.856.341

De gezamenlijke jaarverplichting over 2025 bedraagt bijna 118,8 miljoen HBE’s. Dit is bijna 2 miljoen meer dan in 2024 en 37 miljoen meer dan in 2023.

Dit betekent dat brandstofleveranciers 118,8 miljoen gigajoule (GJ) hernieuwbare energie hebben moeten leveren. In de praktijk is een kleinere hoeveelheid nodig, omdat een groot deel van de hernieuwbare energie dubbel meetelt.

Soorten ingezette hernieuwbare energie in het vervoer in 2025

Net als in voorgaande jaren bestond het overgrote deel van de geleverde hernieuwbare energie in 2025 uit vloeibare biobrandstoffen. Biobrandstoffen die diesel vervangen vormden met 72,4% het grootste aandeel, gevolgd door benzine-vervangende biobrandstoffen met 17,0%. De resterende 10,6% (in 2024: 8,6%) betrof hernieuwbare elektriciteit, waterstof en biogas*.

* De percentages zijn bepaald op basis van berekende energie-inhoud, dus met dubbeltelling en andere rekenfactoren. De scheepvaartbrandstoffen en kerosine zijn gevoegd bij de diesel-vervangende biobrandstoffen; bio-LNG is meegeteld bij biogas.

Het aantal bedrijven dat leveringen van hernieuwbare elektriciteit registreert voor het verkrijgen van HBE’s is weer flink toegenomen, van 166 in 2024 naar 277 in 2025. Het aandeel van elektriciteit op de totale hoeveelheid ingeboekte hernieuwbare energie is met 3,9% nog beperkt, maar wel groeiend: het was 2,0% in 2024.

Het aandeel hernieuwbare energie geleverd aan zeevaart is gedaald van 28% in 2023, via 7,5% in 2024 naar 6,3% in 2025. Deze afname is mede het gevolg van het besluit van IenW, op advies van NEa, om de multiplier voor leveringen aan zeevaart per 2024 te halveren van 0,8 naar 0,4. Deze ingreep heeft als belangrijk effect dat het aandeel van de sector wegvervoer is gestegen van 63% in 2023 naar 78% in 2024.

De daling naar 62% in 2025 lijkt verband te hebben met de flinke groei in leveringen aan de luchtvaart. Deze zijn gestegen van 13% in 2024 tot 30% in 2025. Deze stijging is waarschijnlijk voortgekomen uit de mogelijkheid om leveringen van hernieuwbare luchtvaartbrandstof (SAF) voor meerdere doelen in te zetten:

Aandeel sector in leveringen hernieuwbare energie

2022

[%]

2023

[%]

2024

[%]

2025

[%]

Land

60,8

62,5

78,2

61,8

Binnenvaart

0,9

0,7

1,4

1,4

Zeevaart

35,7

28,4

7,5

6,3

Luchtvaart

2,6

8,4

12,9

30,4

Verdeling van de grondstoffen voor biobrandstoffen voor 2025

Het overgrote deel van de biobrandstoffen is gemaakt van grondstoffen uit afvalstromen: 98% in 2025, tegenover 91% in 2024. De energie-inhoud van biobrandstoffen uit afval telt dubbel mee voor het behalen van de doelstelling. Dat vormt een belangrijke prikkel om biobrandstoffen uit afval in te zetten.

Beeld: NEa

Verdeling van de grondstoffen voor biobrandstoffen voor 2025

Vergeleken met 2024 is een verschuiving in grondstoffen te zien.

In 2025 beslaat gebruikt frituurvet 31% van de grondstoffen (2024: 26%), afvalwater van palmoliemolens 20% (2024: 31%) en voedselafval 15% (2024: 12%).

Dit zijn allemaal afvalstoffen die geen hoogwaardige alternatieve toepassing kennen.

** De percentages zijn bepaald op basis van fysieke energie-inhoud, dus zonder dubbeltelling en andere rekenfactoren.

Inzet van conventionele, geavanceerde, bijlage IXb en overige biobrandstoffen in 2025

Inzet conventionele biobrandstoffen in 2025
Voor het gebruik van biobrandstoffen die gemaakt zijn van voedsel- en voedergewassen (conventionele biobrandstoffen) geldt een limiet. Op deze manier wordt de inzet van gewassen voor de productie van biobrandstoffen ontmoedigd.

De Nederlandse limiet voor 2025 bedroeg 1,4% ten opzichte van alle benzine- en dieselleveringen. Het aandeel conventionele biobrandstoffen (als aandeel van energie in het totale brandstofvolume) ligt met 0,2% ver onder deze limiet. Het betreft met name maïs, granen en suikerriet/-biet.

Beeld: NEa

Inzet van conventionele, geavanceerde, bijlage IXb en overige biobrandstoffen in 2025

Inzet bijlage IXb biobrandstoffen in 2025
De inzet van biobrandstoffen gemaakt van grondstoffen genoemd in REDIII, Bijlage IX, deel B is in Nederland begrensd tot 10% van het totale volume biobrandstoffen. In 2025 is 10,9% van de HBE’s ontstaan door inzet van bijlage IXb biobrandstoffen. Het deel boven 10% zal niet ingezet worden voor de jaarverplichting 2025; het wordt toegevoegd aan het spaarsaldo voor 2026.

Het aandeel leveringen biobrandstoffen aan de luchtvaart is dit jaar flink gestegen. Ruim 83% van deze brandstoffen is gemaakt met inzet van bijlage IXb grondstoffen.

Inzet geavanceerde biobrandstoffen in 2025
Sinds 2018 geldt een minimumdoelstelling voor het leveren van geavanceerde biobrandstoffen (uit afvalstromen) om het gebruik ervan te stimuleren. Vanaf 2021 mogen voor de bestemming zeevaart alleen geavanceerde biobrandstoffen meetellen als leveringen hernieuwbare energie.

De doelstelling voor 2025 was een aandeel geavanceerde biobrandstof van minimaal 3,6% van alle benzine- en dieselleveringen; met een inzet van 16,5% is deze ruimschoots behaald.

Trend in CO2-uitstoot transportbrandstoffen

Doelstelling
Brandstofleveranciers hebben de verplichting om steeds meer hernieuwbare energie te leveren. Daarnaast moeten zij er sinds 2020 voor zorgen dat de gemiddelde CO2-uitstoot van hun brandstoffen 6,0% lager is dan de gemiddelde uitstoot van 2010 in Europa. Het gaat daarbij om de vermindering van de broeikasgasuitstoot in de gehele brandstofketen: vanaf de winning tot en met het gebruik in de motor.

Beeld: NEa

Trend in CO2-uitstoot transportbrandstoffen [2010-2025]

De trendfiguur toont het verloop van de gerealiseerde gemiddelde ketenemissiefactor in Nederland: de Europese uitgangssituatie van 2010 bedroeg 94,1 gram CO2 per megajoule. Voor 6% reductie in 2025 moest de gemiddelde emissiefactor gedaald zijn onder de doelstelling van 88,5 gram CO2-eq/MJ.

De gemiddelde emissiefactor van de gerapporteerde brandstoffenmix voor het totale vervoer in Nederland in 2025 bedroeg 82,6 gram CO2-eq/MJ. Dat betekent een reductie van 12,2% ten opzichte van de uitgangsnorm (94,1 gram CO2 per MJ) en een vermeden uitstoot van 4.859 kton CO2-eq.

De emissiereductie die is behaald in zeevaart (in 2025 6,3% van alle fysieke biobrandstofleveringen) mag volgens de Europese rekenregels niet meetellen bij het bepalen van de totale vermeden uitstoot. Inclusief de leveringen aan zeevaart zou het reductiepercentage ruim 13,9% bedragen.

Bijdragen aan CO2-ketenreductie transportbrandstoffen in 2025

De inzet van hernieuwbare energie in vervoer levert een belangrijke bijdrage aan het verminderen van de CO2-uitstoot van transportbrandstoffen. Bij het vaststellen van die uitstoot telt de hele keten mee (“well-to-wheel ketenemissies). De CO2-emissies van hernieuwbare energie zijn namelijk lager dan die van fossiele brandstoffen omdat bij de groei van de grondstoffen CO2 uit de lucht is opgenomen.

Naast hernieuwbare energie, leveren ook de zogeheten betere fossiele brandstoffen een bijdrage aan de CO2-reductie. Ook deze brandstoffen hebben een lagere emissie per geleverde GJ energie dan diesel en benzine. Het gaat daarbij om LNG en LPG.

Biobrandstoffen hadden in 2025 veruit de belangrijkste bijdrage aan de emissiedaling van vervoersbrandstoffen, omdat dit de meest ingezette vorm van hernieuwbare energie was.

Beeld: NEa

Bijdragen aan CO2-ketenreductie transportbrandstoffen in 2025

In 2025 is het aandeel HVO flink gedaald (2024: 36,4%) Deze brandstofsoort wordt veelvuldig ingezet in het wegvervoer, omdat FAME maar tot 7% bijgemengd kan worden in diesel voor het wegvervoer, terwijl HVO tot een veel hoger percentage kan worden bijgemengd. Het aandeel van dieselvervanger FAME is verder gedaald (2024: 19,6%, 2023: 27,5%). 

Ook het aandeel bio-ethanol is licht afgenomen (2024: 17,7%, 2023: 28,0%). Het aandeel bio-kerosine is fors gestegen met bijna 14% (2024: 9,9%, 2023: 8,1%). Groei is ook te zien in het aandeel elektriciteit (2024: 10,6%, 2023: 11,8%. De nieuwe(re) brandstoffen ‘waterstof’ en ‘co-processed diesel’ dragen door de bescheiden volumes nog weinig bij aan de emissiereductie.

FAME en bio-ethanol mogen tot een zeker percentage bijgemengd worden in diesel of benzine. Het totale volume diesel en benzine is redelijk stabiel of licht dalend volume door de jaren heen. Daarmee kan de inzet van FAME en bio-ethanol in het wegverkeer niet groeien.

De daling bij HVO heeft waarschijnlijk te maken met de stijging van bio-kerosine omdat daarvoor (deels) dezelfde grondstoffen worden gebruikt. Leveringen van bio-kerosine (SAF) zijn voor 2025 extra aantrekkelijk omdat deze voor meerdere doelen in te zetten:

Top 15 herkomst grondstoffen voor biobrandstoffen in 2025

De grondstoffen voor de geleverde biobrandstoffen in 2025 kwamen uit 98 landen. De top 15 van landen van herkomst nam 86% van de grondstoffen van de ingezette biobrandstof voor zijn rekening. Dit zijn vooral Aziatische en Europese landen (respectievelijk 66% en 23% van het totaal). De grootste hoeveelheid grondstoffen kwam uit China. Uit dat land komt de grootste hoeveelheid gebruikt frituurvet (58%) en voedselafval (65%).

Beeld: NEa

Top 15 herkomst grondstoffen voor biobrandstoffen in 2025

Indonesië staat nu op plek van twee herkomstlanden met 16%. Dit land is hoofdleverancier van afvalstromen van de palmolie industrie: afvalwater van palmoliemolens (POME, 57%) en lege palmolietrossen (61%). Op plek drie staat Maleisië met 13% net als de vorige twee jaren. Zo’n 37% van het POME is uit dit land afkomstig.

Circa 3% van de grondstoffen kwam uit Nederland zelf, een teruglopend percentage ten opzichte van de voorbije jaren. Deze grondstoffen bestonden geheel uit afvalstoffen; Nederlandse gewassen zijn niet ingezet.