In 2025 bedroeg de jaarverplichting voor brandstofleveranciers 29,4%. Dit betekent dat het totaal aan geleverde benzine, diesel en zware stookolie aan wegvervoer in Nederland voor bijna één derde uit hernieuwbare energie moest bestaan. De Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) ziet dat bedrijven op koers liggen om hun jaarverplichting hernieuwbare energie voor vervoer 2025 te halen.

Op 1 mei rondt de NEa de jaarafsluiting af en zijn de resultaten van 2025 bekend. 

Verdere daling CO2-uitstoot transportbrandstoffen

De inzet van hernieuwbare energie in vervoer levert een belangrijke bijdrage aan het verminderen van de CO2-uitstoot van transportbrandstoffen. De CO2-uitstoot van hernieuwbare energie is lager dan die van fossiele brandstoffen. De CO2-uitstoot van een gemiddelde liter brandstof daalt ook in 2025 weer verder. De inzet van vloeibare biobrandstoffen had in 2025 veruit de meeste impact op de emissiedaling.

Overigens daalde het volume aan geleverde brandstoffen (fossiel en bio) in zijn geheel licht ten opzichte van 2024.

Aan de jaarverplichting voldoen

Om aan de jaarverplichting 2025 te voldoen, hebben bedrijven een gezamenlijk totaal van 118,8 miljoen hernieuwbare brandstofeenheden (HBE’s) nodig. Zij hebben fysiek 60,9 gigajoule hernieuwbare energie aan vervoer in Nederland geleverd. Dit leverde een gezamenlijk ongeveer 123 miljoen hernieuwbare brandstofeenheden (HBE’s) op.

Hiermee zijn bedrijven goed op koers om op 1 mei de jaarverplichting over 2025 te halen. Wat resteert om dat te bereiken, is het verhandelen van HBE’s tussen de verschillende bedrijven.

Meest geleverde biobrandstoffen

Beeld: © iStock

De geleverde hernieuwbare energie bestond voornamelijk uit vloeibare biobrandstoffen. Bijna driekwart hiervan betreft dieselvervangers; verder gaat het om benzinevervangers en een veel kleiner deel elektriciteit, waterstof en biogas.

Afvalstromen voor biobrandstoffen

De biobrandstoffen die in 2025 werden ingezet zijn vooral gemaakt uit afvalstromen. Gebruikt frituurvet was de meest ingezette grondstof voor biobrandstoffen. Van het totaal was ongeveer een-derde gebruikt frituurvet.

Ook afvalwater van palmoliemolens en voedselafval is veel gebruikt. In Nederland bestond 0,2% van de geleverde energie aan vervoer uit biobrandstoffen uit voedsel- en voedergewassen. De nationale limiet voor deze afvalstroom stond in 2025 op 1,4%.

Meer dan de helft van de grondstoffen voor biobrandstoffen komt uit Azië en bijna een kwart uit Europa. Zowel voor gebruikt frituurvet als voor voedselafval geldt dat meer dan de helft van het totaal uit China komt. Indonesië is de hoofdleverancier van afvalstromen uit de palmolie-industrie. Het aandeel grondstoffen uit Nederland liep in 2025 wat terug naar 3%. 

Toename hernieuwbare luchtvaartbrandstoffen  

Het aandeel leveringen aan de luchtvaart nam fors toe. Aanleiding voor deze toename is de mogelijkheid om hernieuwbare luchtvaartbrandstoffen (SAF) voor meerdere systemen en doelen in te zetten:

Overgang HBE’s naar ERE’s

Het jaar 2025 was het laatste jaar waarin een jaarverplichting gold met verhandelbare HBE’s.

Vanaf 2026 geldt de brandstoftransitieverplichting en werkt het systeem met verhandelbare emissiereductie eenheden (ERE’s). Brandstofleveranciers moeten jaarlijks een steeds groter aandeel emissiereductie behalen in de aanleverketen van brandstoffen voor vervoer in Nederland. Voor de behaalde emissiereductie ontvangen bedrijven ERE’s.