Op 27 mei 2026 ontving het Bestuur van de NEa van Ministerie van Economische Zaken en Klimaat het verzoek een toets uit te voeren op de handhaafbaarheid, uitvoerbaarheid en fraudebestendigheid van de voorgenomen wijziging van de Wet milieubeheer in verband met toezicht en handhaving door de NEa, alsmede het Besluit houdende regels inzake de duurzaamheid van biomassa.

Belangrijkste conclusies

De NEa onderschrijft het belang van een zo uniform mogelijk duurzaamheidskader voor biogrondstoffen; mede in het licht van de verwachtte toename daarvan in de sectoren energie, bouw en chemie. Een robuuste certificerings- en verificatiesystematiek zijn daarbij noodzakelijk om vertrouwen te waarborgen dat biogrondstoffen daadwerkelijk duurzaam zijn.

De beoogde opzet, waarbij biomassa voor energietoepassingen onder de RED-systematiek valt en andere toepassingen onder een nationaal kader worden gebracht, brengt wezenlijke risico's mee voor de handhaafbaarheid, uitvoerbaarheid en fraudebestendigheid. Deze parallelle systemen leiden onder meer tot verschillende handhavingsrollen voor de NEa. Binnen de nationale route voor bouw en chemie krijgt de NEa handhavingsbevoegdheden ten aanzien van conformiteitsbeoordelingsinstanties (hierna: CBI's), terwijl haar rol bij energietoepassingen onder de RED in beginsel beperkt is tot enkel toezicht op deze CBI's. Het ontbreken van handhavingsbevoegdheden bij de energietoepassingen in combinatie met het tweedelijnskarakter van het CBI toezicht brengt voor de NEa risico's met zich mee voor onder meer de handhaafbaarheid en fraudebestendigheid. Om de risico's te ondervangen, zijn duidelijke waarborgen vanuit uw Ministerie noodzakelijk.

 In het uitvoeringsbesluit worden de vereisten opgesomd die het Ministerie zou moeten doorvoeren om het conceptvoorstel van het Besluit en het wetsvoorstel tot wijziging van de Wet milieubeheer op hoofdlijnen uitvoerbaar te laten zijn.