Op 11 juni organiseerde de NEa de Ronde Tafel verificateurs en certificering. Vertegenwoordigers van verificatie- en certificeringsinstellingen, brancheorganisaties en de NEa gingen met elkaar in gesprek over de methaanverordening, capaciteit binnen het publiek-private stelsel en het vertrouwen in verificatie en certificering.
Deelnemers
DNV, Normec QS, SGS Nederland, Control Union, Raad voor Accreditatie, DEKRA en de NEa.
Methaanverordening
De NEa gaf een toelichting op de methaanverordening. Naar verwachting geldt vanaf 2028 een verplichting voor een verificatieverklaring. De deelnemers geven aan dat de vraag vanuit bedrijven op dit moment nog beperkt is. De NEa benadrukt dat het belangrijk is dat bedrijven en verificateurs zich tijdig kunnen voorbereiden.
De deelnemers onderschreven dat belang. Een vroege voorbereiding verkleint de kans op capaciteitsproblemen zodra de verplichting ingaat. Daarbij werd gesproken over de mogelijkheid van vrijwillige pilotverificaties. Die kunnen bijdragen aan kennisopbouw, maar vragen tegelijk een vrijwillige investering van bedrijven voordat een wettelijke verplichting geldt. Dat maakt pilotverificatie moeilijk realiseerbaar.
Tijdsdruk, capaciteit en kwaliteit
De NEa blikte in dit gesprek terug op de afgelopen ETS-jaarafsluiting. De overgang naar een nieuwe handelsperiode en gewijzigde regelgeving leidde tot veel vragen van bedrijven en verificateurs. De deelnemers herkenden dat beeld. De hoeveelheid regelgeving groeit, de onderwerpen worden complexer en de voorbereidingstijd staat onder druk.
Volgens de deelnemers begint een goede uitvoering daarom met tijdige communicatie. Zij pleitten voor meerdere informatiebijeenkomsten verspreid over het jaar. Een eerste bijeenkomst voor nieuwe verificateurs in september of oktober en een vervolgbijeenkomst later in het jaar kan helpen om kennis eerder op te bouwen.
Die behoefte aan tijdige informatie speelt ook binnen Hernieuwbare Energie. In 2026 is regelgeving met terugwerkende kracht ingevoerd. Verificateurs ontvangen daardoor al vroeg vragen van bedrijven, terwijl nog niet alle informatie beschikbaar was. Voor ETS en Hernieuwbare Energie geldt dat bedrijven vaak laat starten met het verificatieproces. Dat vergroot de druk op de beschikbare capaciteit. De deelnemers vinden het belangrijk dat bedrijven, verificateurs en contactpersonen binnen verificatie-instellingen gelijktijdig over dezelfde informatie beschikken.
Vertrouwen en kritisch vermogen in verificatie en certificering
De deelnemers bespraken dat certificering en verificatie bijdragen aan een betrouwbare uitvoering van regelgeving. Tegelijkertijd betekent het voldoen aan een certificeringsschema of beoordelingskader niet automatisch dat de achterliggende maatschappelijke doelen (verduurzaming en emissiereductie) volledig worden bereikt.
Dat vertrouwen hangt ook samen met de manier waarop verificatie en certificering zijn ingericht. Tijdens het gesprek maakten de deelnemers onderscheid tussen certificering en verificatie. Verificatie binnen het EU ETS kent een sterke basis in data en risicoanalyse en geeft daarmee een hoge mate van zekerheid over de uitkomst. Certificering richt zich meer op processen, systemen en steekproeven.
Onafhankelijkheid van auditors en verificateurs blijft een belangrijke voorwaarde voor publiek vertrouwen. Tegelijkertijd beschikken auditors en verificateurs vanuit hun praktijk over waardevolle signalen over de werking van regelgeving. Door deze signalen tijdig met de NEa te delen, kunnen knelpunten in de uitvoering worden gesignaleerd en waar nodig worden doorgegeven aan beleidsmakers. Ook de NEa heeft naast haar toezichthoudende taak ook een signalerende rol richting beleidsmakers wanneer regelgeving wel correct wordt toegepast, maar niet altijd leidt tot de beoogde maatschappelijke effecten. De deelnemers spraken af deze signalen actief te blijven delen.
Meer inzicht in de werking van verificatie en certificering kan het vertrouwen verder versterken. Daarom bespraken de deelnemers ook het belang van duidelijke uitleg over de rol van de verschillende partijen binnen het stelsel van emissiehandel en duurzaamheid.
Conclusie
De bijeenkomst bevestigde het belang van een sterke samenwerking binnen het publiek-private stelsel. De deelnemers constateerden dat de uitvoeringspraktijk onder toenemende druk staat. Nieuwe regelingen volgen elkaar snel op, de complexiteit neemt toe en de voorbereidingstijd wordt korter. Een deel van de oplossing ligt volgens de deelnemers in een betere voorbereiding. Vroegtijdige communicatie, informatie op meerdere momenten in het jaar en nauwere samenwerking tussen bedrijven, verificateurs, certificeringsinstellingen, de Raad voor Accreditatie en de NEa helpen om de kwaliteit en uitvoerbaarheid van de verschillende regelingen te versterken.
Vervolg
De deelnemers waardeerden de Ronde Tafel als een waardevolle aanvulling op het reguliere overleg binnen de verschillende regelingen. De bijeenkomst draagt bij aan kennisdeling, onderling begrip en een betere voorbereiding op nieuwe regelgeving.
De NEa gebruikt de uitkomsten van deze bijeenkomst om de communicatie en samenwerking met verificateurs en certificeringsinstellingen verder te versterken.