Inboeken elektriciteit

Bedrijven die elektriciteit leveren aan wegvoertuigen in Nederland kunnen de leveringen onder voorwaarden inboeken op hun rekening in het Register Energie voor Vervoer (REV). Zij ontvangen daarvoor Hernieuwbare Brandstofeenheden (HBE’s) van de soort HBE Overig.

Exclusieve aansluitingen

Bedrijven mogen alleen elektriciteit inboeken die aan wegvoertuigen is geleverd via exclusief daarvoor bestemde aansluitingen van deze bedrijven op het elektriciteitsnet. Achter de aansluiting mag dus geen andere bestemming van de elektriciteit zijn, dan elektrische voertuigen. Dit is geregeld in artikel 10 van het Besluit energie vervoer. Zij boeken de hoeveelheid elektriciteit (kWh) per aansluiting in, zoals gemeten door een of meerdere bemeterde leverpunten achter de aansluiting.

Meerdere leveranciers op één aansluiting

In de praktijk kan het voorkomen dat een aansluiting niet exclusief bestemd is voor de levering van elektriciteit aan wegvoertuigen. Dit geldt bijvoorbeeld als er ook verbruik plaatsvindt door een kantoor of woning. In zulke gevallen kan het ‘Codebesluit meerdere leveranciers op één aansluiting (MLOEA)’ van de Autoriteit Consument en Markt (ACM) mogelijk een oplossing bieden.

Het Codebesluit MLOEA maakt het mogelijk om bij een opgestelde installatie achter de aansluiting een secundair allocatiepunt aan te maken. Elk secundair allocatiepunt krijgt volgens het Codebesluit een aparte EAN-code toegewezen en een bijbehorende meter. Op deze manier is het mogelijk om de levering van elektriciteit door verschillende installaties administratief ‘op te splitsen’, zonder dat er aparte (fysieke) aansluitingen gerealiseerd hoeven te worden. Een aanvraag voor secundaire allocatiepunten moet worden ingediend bij de netbeheerder.

De NEa zal inboekingen van leveringen van elektriciteit aan wegvoertuigen via deze constructie accepteren, als aangetoond wordt dat het secundaire allocatiepunt exclusief voor deze leveringen bestemd is. Bij het registreren van een inboeking geeft de inboeker de EAN-code op van het secundaire allocatiepunt.

De mogelijkheid om op deze wijze inboekingen te doen, doet geen afbreuk aan de eis dat alleen de afnemer in de zin van de Elektriciteitswet in aanmerking komt voor het doen van de inboekingen.

Inboekbare hoeveelheid

De hoeveelheid zoals gemeten door het bemeterde leverpunt (op de laadinfaciliteit) is leidend bij het inboeken. Het gaat dus niet om de hoeveelheid op de inkoopmeter, die slechts dient als contra-informatie voor met name de exclusiviteit van de aansluiting. Uiteraard dienen verschillen tussen inkoopmeter en verkoopmeter uitgezocht en verklaard te worden, indien deze significant zijn.

Inboekers moeten een goede administratie bijhouden, waarin de onderbouwing is te vinden van wat (per aansluiting) wordt ingeboekt, zoals factuur- en meetgegevens. De werkwijze voor het bepalen en controleren van de ingeboekte hoeveelheid moet zijn vastgelegd. Dit is geregeld in artikel 10 van de Regeling energie vervoer.

HBE's voor hernieuwbaar deel

Alleen voor het hernieuwbare deel van de elektriciteit schrijft het REV een aantal HBE’s Overig bij. Hiervoor wordt het Europese aandeel hernieuwbare elektriciteit gebruikt. Voor inboekingen in 2019 29,6% (en 30,8% voor 2020). Voor de berekening van het aantal HBE’s wordt verder een weegfactor 5 gebruikt, vanwege de energie-efficiëntie van elektrisch rijden. De berekening van het aantal HBE’s gebeurt automatisch in het REV.

De formule hiervoor is:

Formule aantal HBE's vergroend

De instructievideo's voor handelingen in het REV bij het inboeken, vindt u hier.