Bij- en meestook van vaste biomassa, waaronder houtpellets, vormt een onderdeel van het Nederlandse energiebeleid. Biomassa mag onder voorwaarden meetellen als hernieuwbare energie en kan in aanmerking komen voor subsidie. Deze pagina beschrijft de regeling, de opzet van het stelsel en de rol van de NEa.

Wettelijk kader

De inzet van vaste biomassa voor energieproductie volgt uit Europese regelgeving (Renewable Energy Directive, RED). De RED stelt duurzaamheidseisen aan biomassa die meetelt als hernieuwbare energie.

Voor bij- en meestook in pelletinstallaties gelden (nu) nationale wettelijke duurzaamheidseisen. Deze eisen bepalen of vaste biomassa mag meetellen voor hernieuwbare energie en of subsidie kan worden toegekend.

Subsidie
De subsidieregeling SDE++  ondersteunt ondernemers bij investeringen in hernieuwbare energie. Energieproducenten die vaste biomassa inzetten (bijvoorbeeld houtpellets) kunnen onder voorwaarden SDE++-subsidie ontvangen. Een van de voorwaarden voor subsidieverstrekking is dat de energieproducent aantoont dat de vaste biomassa voldoet aan de wettelijke duurzaamheidseisen.

De uitvoering van de subsidieregeling ligt bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Op de website van RVO staat voor welke categorieën vaste biomassa de duurzaamheidseisen van toepassing zijn.

Aantonen van duurzaamheid

Een levering vaste biomassa voldoet aan de duurzaamheidseisen als alle bedrijven in de leveringsketen gecertificeerd zijn voor duurzaamheid of de levering zelf geverifieerd is voor duurzaamheid.

Systematiek: hoe het stelsel werkt

Het systeem voor het aantonen en toetsen van duurzaamheid van vaste biomassa is als volgt ingericht.

Rollen binnen het stelsel

  • De overheid stelt de wettelijke duurzaamheidseisen vast en keurt certificatieschema’s goed die deze eisen op de juiste manier invullen.
  • RVO voert de subsidieregeling uit.
  • Energieproducenten dragen verantwoordelijkheid voor het aantonen van de duurzaamheid van de ingezette vaste biomassa.
  • Certificeerders en verificateurs toetsen duurzaamheid aan de hand van de wettelijke eisen (via schema en/of verificatieprotocol).
  • De NEa houdt publiek toezicht op de naleving van de wettelijke duurzaamheidseisen en op de werking van het systeem.