De bij- en meestook van vaste biomassa voor energieproductie vormt een onderdeel van het Nederlandse energiebeleid. Biomassa mag onder voorwaarden meetellen als hernieuwbare energie en kan in aanmerking komen voor subsidie. Deze pagina beschrijft de regeling, de opzet van het stelsel en de rol van de NEa.
Wettelijk kader
De Europese Richtlijn hernieuwbare energie 2023/2413 (RED III) stelt doelstellingen en streefcijfers voor het gebruik van hernieuwbare energie in de Europese Unie. De inzet van vaste biomassa, zoals houtpellets, voor energieproductie kan bijdragen aan het behalen van deze streefcijfers als is voldaan aan wettelijke duurzaamheidseisen.
Subsidie
De duurzaamheidseisen zijn ook van belang voor de vraag of subsidie op grond van de regeling SDE++ kan worden toegekend aan een energieproducent. De uitvoering van de subsidieregeling ligt bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).
De uitvoering van de subsidieregeling ligt bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Op de website van RVO staat voor welke categorieën vaste biomassa de duurzaamheidseisen van toepassing zijn.
Hoe werkt het stelsel?
Een levering vaste biomassa voldoet aan de duurzaamheidseisen als alle bedrijven in de leveringsketen gecertificeerd zijn voor duurzaamheid of de levering biomassa geverifieerd is voor duurzaamheid.
De duurzaamheid van vaste biomassa kan op twee verschillende manieren worden aangetoond.
- Het certificeren of verifiëren van hout volgens de Nederlandse duurzaamheidseisen die staan in nationale wet- en regelgeving.
- Bedrijven kunnen sinds 1 januari 2026 kiezen voor certificering of verificatie volgens de Europese duurzaamheidseisen die staan in de Europese Richtlijn RED III.
1. Aantonen van duurzaamheid met Nederlandse duurzaamheidseisen
De Nederlandse duurzaamheidseisen staan in de Regeling conformiteitsbeoordeling vaste biomassa voor energietoepassingen en het Besluit conformiteitsbeoordeling vaste biomassa voor energietoepassingen.
Aan de hand van de duurzaamheidseisen in Nederlandse wetgeving stelt een private organisatie (schemabeheerder) een certificatieschema op. Een certificatieschema is een document waarin regels, criteria en procedures staan hoe biomassa duurzaam wordt geproduceerd, geregistreerd en gecontroleerd. Het certificatieschema vormt daarmee een richtsnoer voor de private conformiteitsbeoordelingsinstantie (CBI) die de duurzaamheid van biomassa controleert. In een schema staat bijvoorbeeld:
-
wat precies onder duurzame biomassa wordt verstaan;
-
hoe de wettelijke duurzaamheidseisen worden vertaald naar toetsbare criteria en indicatoren (zoals CO₂-besparing, bescherming van biodiversiteit en landgebruik, traceerbaarheid);
-
wat de gebruiker moet aantonen om te laten zien dat zij aan de wettelijke eisen voldoet, inclusief het benodigde bewijs;
-
hoe audits uitgevoerd moeten worden;
-
welke documentatie een bedrijf moet bijhouden.
Een schemabeheerder vraagt goedkeuring aan voor het gebruik van een certificatieschema. De Adviescommissie Duurzaamheid Biomassa voor Energietoepassingen adviseert daarover de minister van EZK. In dat advies staat of het schema op een juiste wijze invulling geeft aan de wettelijke vereisten. Op basis van het advies neemt de minister een besluit over de goedkeuring van een certificatieschema.
De minister bepaalt welke CBI’s aan de hand van de vereisten in een certificatieschema werkzaamheden mogen uitoefenen en mogen certificeren of verifiëren. Dat doet de minister met een besluit tot erkenning van de CBI. Naast erkenning, moet de CBI geaccrediteerd zijn door een private accreditatieinstelling om werkzaamheden uit te voeren. Bij accreditatie gaat het om het waarborgen van deskundigheid, de onpartijdigheid en de consistentie van de CBI. Meestal verleent de Raad voor Accreditatie de accreditatie.
De energieproducent kiest voor certificering volgens een goedgekeurd certificatieschema. Ook de andere bedrijven in de leveringsketen kiezen een certificatieschema en laten zich daarvoor certificeren. Binnen één leveringsketen kunnen verschillende certificatieschema's worden gebruikt. In sommige gevallen erkennen deze schema's elkaars certificering (gedeeltelijk). Een andere mogelijkheid is dat alle bedrijven in de leveringsketen volgens hetzelfde certificatieschema zijn gecertificeerd. De lijst van schema's vindt u hier.
Een CBI controleert de duurzaamheid van vaste biomassa via certificatie. Daarbij voert de CBI werkzaamheden uit aan de hand van een certificatieschema dat de minister van EZK heeft goedgekeurd. Als de CBI vaststelt dat het proces voldoende waarborgen omvat voor de productie van duurzame vaste biomassa, kan daarvoor een certificaat worden afgegeven. Dit betekent dat de biomassa die volgens het gecertificeerde proces dat vanaf dat moment is geproduceerd als duurzame vaste biomassa wordt aangemerkt. Welke instantie accreditatie verleent, hangt af van het schema. De lijst vindt u hier.
In de regel zal de energieproducent de duurzaamheid van vaste biomassa aantonen via certificering. In plaats van certificering kunnen energieproducenten kiezen om de duurzaamheid van (een deel van de ingezette biomassa) vaste biomassa aan te tonen door middel van een verificatieverklaring van een CBI. Verificatie van leveringen biomassa vindt achteraf plaats. Bij verificatie beoordeelt de CBI of de vaste biomassa en de productie ervan in overeenstemming zijn met de duurzaamheidseisen die zijn neergelegd in het Verificatieprotocol duurzaamheid vaste biomassa voor energietoepassingen (Verificatieprotocol).
Naast certificering of verificatie van leveringen stelt een CBI ook jaarlijks een conformiteitsjaarverklaring (CJV) op. Dit is meestal een andere CBI dan die de duurzaamheidseisen via een schema of verificatieprotocol beoordeelt. In de CJV staat onder meer de hoeveelheid ingezette biomassa en of daarvoor de benodigde certificaten en/of verificatieverklaringen aanwezig zijn. De CBI verklaart daarnaast in een CJV of de duurzaamheidskenmerken van de ingezette biomassa correct zijn gerapporteerd en het voldoet aan de eisen van het Verificatieprotocol.
2. Aantonen van duurzaamheid met Europese duurzaamheidseisen
Een producent kan sinds 1 januari 2026 ervoor kiezen om de duurzaamheid van biomassa aan te tonen via certificering of verificatie volgens de Europese duurzaamheidseisen die staan in de RED III. Een CBI controleert de duurzaamheid van de biomassa door middel van certificering of verificatie. Anders dan bij de Nederlandse duurzaamheidseisen, keurt de Europese Commissie een certificeringsschema goed. Het schema heeft de bevoegdheid om een CBI te toe te laten.
Publiek toezicht
De Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) houdt als publiek toezichthouder toezicht op conformiteitsbeoordelingsinstanties (CBI's) die de duurzaamheid van vaste biomassa beoordelen. Meer informatie over de inrichting van het toezicht leest u op de pagina Toezicht bij- en meestook vaste biomassa leest u hoe dit toezicht is ingericht, hoe de NEa haar toezicht uitvoert en welke rol andere partijen binnen het stelsel hebben.
Rollen binnen het stelsel
- De energieproducent draagt verantwoordelijkheid voor het aantonen van de duurzaamheid van de ingezette vaste biomassa.
- Een schemabeheerder is een private partij die een certificeringschema opstelt. Als certificatie of verificatie plaatsvindt aan de hand van de Europese duurzaamheidseisen dan deelt de NEa de bevindingen naar aanleiding van het toezicht met de schemabeheerder van het certificeringsschema.
- Een Conformiteitsbeoordelingsinstantie (CBI) is een private partij die de duurzaamheid van vaste biomassa beoordeelt aan de hand van de wettelijke duurzaamheidseisen via een schema en/of verificatieprotocol. Ook stelt een CBI een conformiteitsjaarverklaring (CJV) op voor de energieproducent. Dit is meestal een andere CBI dan die de duurzaamheidseisen via een schema of verificatieprotocol beoordeelt.
- Een accreditatieinstelling accrediteert CBI’s voor de werkzaamheden die het uitvoert aan de hand van de Europese of Nederlandse duurzaamheidseisen en stelt periodiek vast dat de CBI geaccrediteerd kan blijven. Accreditatie richt zich met name op het vaststellen dat de organisatie kan voldoen aan eisen van deskundigheid, onpartijdigheid en consistentie. De Nea richt zich meer op de vraag of de CBI inhoudelijk volgens de daarvoor geldende normen haar werk heeft gedaan.
- De minister van Economische zaken en Klimaat (EZK) keurt certificatieschema’s goed op basis van de Nederlandse duurzaamheidseisen en erkent CBI’s die werkzaamheden uitvoeren overeenkomstig een certificeringsschema. De minister kan handhavend optreden als bevindingen van de NEa daarvoor aanleiding geven door bijvoorbeeld de erkenning van een CBI in te trekken of te schorsen.
- De Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) houdt toezicht op CBI’s en ziet erop toe dat zij de duurzaamheidcontroles zorgvuldig en correct uitvoeren volgens de schema’s en de wettelijke duurzaamheidseisen. Bevindingen deelt de NEa met de minister van EZK of het certificeringsschema.
- De Europese Commissie kan naar aanleiding van bevindingen van de NEa de erkenning van een schema herroepen.
- De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) verleent onder meer SDE++-subsidies aan energieproducenten en stelt verificatieprotocollen op.
Uitgelicht

Onderzoeksrapport duurzaamheid houtpellets Maleisië
NEa-rapport met bevindingen van onderzoek naar de duurzaamheid van houtpellets uit Maleisië.
Lees verder
Conclusies SOMO onderzoek duurzaamheid biomassa uit Estland
Eindrapport van onderzoek naar de inzet van niet duurzame biomassa in Nederland, afkomstig uit Estland.
Lees verder
Duurzaamheidseisen biomassa in pelletinstallaties SDE++
Lees op de website van RVO welke duurzaamheidseisen er gelden om in aanmerking te komen voor SDE++-subsidie.
Lees verder
