Energieproducenten die vaste biomassa inzetten en daarvoor SDE++-subsidie ontvangen moeten aantonen dat de ingezette biomassa voldoet aan de duurzaamheidseisen in wetgeving. Hiervoor is een stelsel van private controle (certificering en verificatie) opgesteld. De Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) is publiek toezichthouder op de naleving van deze duurzaamheidseisen. Op deze pagina staat hoe dit toezicht is ingericht.
Meer informatie over het de regeling staat op regeling bij- en meestook.
Op de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) vindt u terug voor welke groepen vaste biomassa deze duurzaamheidseisen van toepassing zijn.
Rol van de NEa in het toezicht
De NEa is aangewezen als publiek toezichthouder op de naleving van de wettelijke duurzaamheidseisen voor bij- en meestook van vaste biomassa in energiecentrales in Nederland die meetelt als hernieuwbare energie en waarvoor subsidie kan worden verkregen.
- Toezichtobject: private conformiteitsbeoordelingsinstanties (CBI's)
Een levering vaste biomassa voldoet aan de duurzaamheidseisen als alle bedrijven in de leveringsketen gecertificeerd zijn voor duurzaamheid aan de hand van een duurzaamheidsschema of als voor de levering van biomassa een verificatieverklaring is afgegeven op basis van een verificatieprotocol. Een CBI is verantwoordelijk voor de certificering van een bedrijf of het afgeven van een verificatieverklaring voor leveringen biomassa.
De NEa houdt toezicht op de CBI’s. Daarbij richt het toezicht zich onder andere op de vraag of een CBI terecht een duurzaamheidscertificaat aan een bedrijf of verificatieverklaring voor leveringen biomassa heeft afgegeven. De NEa houdt geen direct toezicht op individuele energieproducenten en beoordeelt niet opnieuw of elke afzonderlijke levering biomassa voldoet aan de duurzaamheidseisen.
- Doel van het toezicht
De NEa beoordeelt of certificerende instellingen en verificateurs, op basis van hun werkzaamheden, terecht certificaten of verificaties hebben afgegeven. Naast de formele naleving van wet- en regelgeving kijkt de NEa ook naar de werking van het systeem als geheel. Daarbij kijkt de NEa onder andere naar in hoeverre elke partij in het stelsel zijn rol, zoals verwacht mag worden, invult en in hoeverre er risico’s zijn die ervoor zorgen dat de wettelijke duurzaamheidseisen niet bereikt worden.
- Werkwijze
De NEa voert het toezicht risicogericht uit. Het toezicht bestaat onder andere uit:- beoordeling van dossiers van CBI's;
- eigen brononderzoek, waaronder informatie van onafhankelijke deskundigen en andere toezichthouders;
- onderzoek bij gecertificeerde bedrijven;
- beoordeling en opvolging van signalen van mogelijke misstanden.
De NEa deelt de bevindingen hierover met het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) of de schemabeheerder van het duurzaamheidsschema.
- Afbakening rol NEa
De NEa stelt geen duurzaamheidsnormen vast, certificeert zelf geen bedrijven en treedt niet rechtstreeks handhavend op richting bedrijven. Bevindingen uit het toezicht worden gedeeld met het ministerie van EZK of het duurzaamheidsschema. De minister van EZK of het duurzaamheidsschema beslissen over eventueel handhavend optreden naar de CBI.
Waarom dit toezicht nodig is
Publiek toezicht is onder andere nodig om zicht te houden op de werking van het systeem, om te beoordelen of private beoordelingen zorgvuldig tot stand komen en om signalen van mogelijke tekortkomingen, misbruik of fraude te kunnen duiden en opvolgen.
- Biomassa die wordt ingezet voor bij- en meestook is deels afkomstig uit internationale handelsketens met meerdere schakels. In de praktijk is het niet mogelijk om elke levering fysiek te verifiëren en stopt publiek toezicht vaak bij de grens, terwijl risico’s zich eerder in de keten kunnen voordoen.
- De vaststelling van duurzaamheid bepaalt of biomassa meetelt voor hernieuwbare energie en of subsidie kan worden verkregen. Daarmee zijn aan volumes en duurzaamheidsstatus directe financiële belangen verbonden. Dit brengt prikkels met zich mee om biomassa anders te kwalificeren dan de feitelijke herkomst of inzet rechtvaardigt.
- Ook bestaan er risico’s die samenhangen met de herkomst van biomassa, zoals ongewenste houtkap of druk op bossen wanneer duurzaamheidseisen niet zorgvuldig worden toegepast of nageleefd.
Deze opsomming geeft een aantal belangrijke redenen voor publiek toezicht op CBIs, maar is niet uitputtend. Effectief toezicht vraagt om samenwerking. Zo werkt de NEa samen met andere Nederlandse toezichthouders.
