Interview

Het collectieve succes achter de eerste ETS Zeevaart jaarafsluiting

Interview met projectleider Leonard Krijgsman

De eerste jaarafsluiting van het ETS voor zeevaart in 2025 stond onder druk. Complexe Europese regelgeving en een haperend IT-platform brachten de naleving voor honderden scheepvaartmaatschappijen in gevaar. In plaats van af te wachten, koos de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) voor een actieve aanpak, met gerichte ondersteuning, data-analyse en intensieve samenwerking met de sector. In dit interview blikt Leonard met zijn team terug.

"De uitgangspositie was eerlijk gezegd uitdagend," begint Leonard. "We hadden te maken met internationale regelgeving die nog niet was uitgekristalliseerd en een digitaal platform dat voor ETS nog in de kinderschoenen stond. Het risico dat bedrijven de boot zouden missen was reëel. Maar bij de NEa zit 'het kan niet' simpelweg niet in ons DNA. Onze eerste reflex was: hoe gaan we dit ánders aanpakken?" Wat volgde was geen individuele actie, maar een schoolvoorbeeld van integrale samenwerking. Leonard benadrukt dat het succes van Team Zeevaart onlosmakelijk verbonden is met de expertise van de rest van de organisatie. "Wat dit jaar echt het verschil heeft gemaakt, is de verbinding binnen de NEa. Of het nu gaat om de IT-specialisten die creatieve oplossingen bedachten voor systeemfouten, de juridische experts die hielpen bij een werkbare interpretatie van regels, of de communicatiecollega's die de sector bereikten: we deden het samen.”

Wat houdt ETS Zeevaart in en wat was de uitdaging in 2025?

"Sinds 2024 valt een deel van de zeevaartsector onder het EU ETS. Scheepvaartmaatschappijen betalen sindsdien voor hun CO2-uitstoot, net als de industrie. In 2025 moesten voor het eerst emissieverslagen en monitoringsplannen worden ingediend bij de NEa, met 30 september als harde deadline voor het inleveren van emissierechten over 2024. Toen in juni duidelijk werd dat veel bedrijven door complexe regelgeving en weerbarstige IT-systemen hun verplichtingen niet zouden halen, pakte de NEa de regie. Met een eigen IT-tool en satellietdata brachten we de relevante doelgroep in kaart. We voorkwamen vele boetes door de sector niet direct te straffen, maar bij de hand te nemen bij alle compliance stappen."

Wat is de kracht van de NEa bij dit project geweest?

“We willen graag laten zien hoe we een moeilijke situatie in de Zeevaart-sector wisten om te buigen tot een succes. De kracht is dat wij een kleine wendbare club zijn. We ontwikkelen onze eigen IT-modellen en waar dat niet kan, zoals bij zeevaart waar veel Europees centraal wordt geregeld, bouwen we ons eigen IT-schil eromheen. Dit gecombineerd met de nauwe samenwerking met het team juristen, communicatie, de helpdesk en registerbeheer, maar ook de steun van de sector zelf bij voorlichting, zorgde voor het succes. Bij een moeilijke opgave, zoals de implementatie van ETS Zeevaart, kwamen namelijk al die verschillende disciplines bij elkaar. Waardoor wij als NEa een heel passend antwoord konden geven op de problemen die waren ontstaan. In meerdere lidstaten hebben ze die verschillende disciplines niet bij elkaar. Daar zijn dat aparte organisaties of afdelingen. Bij ons zitten ze allemaal in dezelfde gang en soms zelfs in hetzelfde team. Dat betekent dat je zo’n team van professionals uit verschillende disciplines heel snel kunt mobiliseren. Er zit een enorme toewijding in deze organisatie en dat maakt het verschil.”

Wat maakte de implementatie van de Zeevaart-regeling zo uitdagend?

"De complexiteit zat in de optelsom van factoren. De sector is internationaal, ongeveer driekwart van de 400 maatschappijen onder ons toezicht is buiten Nederland gevestigd. Dat maakt het borgen van een level playing field essentieel. We wilden voorkomen dat er verschillen in naleving zouden ontstaan tussen Nederlandse en buitenlandse maatschappijen.

Daarnaast was 2025 het jaar waarin monitoringsplannen (MP's) door ons formeel goedgekeurd moesten worden. Daarbij naderde de deadline voor het inleveren van emissierechten eind september snel, terwijl de systemen nog in ontwikkeling waren. Omdat de druk op de sector hoog was, hebben we proactief geadviseerd over prioritering. We communiceerden dat bedrijven bij beperkte capaciteit eerst moesten focussen op het emissieverslag en het tijdig inleveren van rechten, zodat zij aan hun kerntaken voldeden terwijl we het proces rond de MP’s meer ruimte gaven.

Tegelijkertijd ontstond er verwarring doordat lidstaten soms verschillend naar de plannen keken. Wat wij afkeurden op basis van onze strenge kwaliteitseisen, werd elders soms goedgekeurd. We hebben die feedback vanuit de sector serieus genomen. Enerzijds hielden we vast aan de kwaliteit die nodig is voor een betrouwbaar emissiehandelssysteem, en anderzijds hebben we onze eigen goedkeuringsmethode waar mogelijk bijgesteld. Het was een leerproces voor beide kanten, waarbij we doorlopend de balans zochten tussen geloofwaardig toezicht en een werkbare praktijk."

Hoe hebben jullie deze complexe situatie uiteindelijk vlotgetrokken?

"We hebben op vier fronten tegelijk actie ondernomen. Allereerst zijn we intensief de dialoog aangegaan met de sector en de De Koninklijke Vereniging van Nederlandse Reders (KVNR) om te begrijpen waar de knelpunten in het proces en het Europese IT-platform zaten. Dit stelde ons in staat om op korte termijn gerichte verbetervoorstellen te doen. Tegelijkertijd hebben we internationaal het voortouw genomen binnen de Taskforce Maritime. Samen met Duitsland en enkele andere lidstaten hebben we gewerkt aan een eenduidige Europese beoordelingslijn voor monitoringsplannen, wat de voorspelbaarheid voor bedrijven enorm heeft vergroot.

Daarnaast was innovatie cruciaal. Omdat de bestaande systemen onvoldoende overzicht boden, hebben onze IT-specialisten een eigen monitorings- en rapportagetool ontwikkeld. Dit systeem bracht alle datastromen samen, waardoor we precies konden zien welke stappen een bedrijf nog moest zetten. Hierdoor waren wij in staat om zeer gericht compliance assistance te bieden. In de laatste fase voor de deadline hebben we door deze proactieve benadering het aantal dreigende overtredingen tot een minimum weten te beperken.

Tot slot hebben we data-analyse ingezet om zowel de compliance als de handhaving te versterken. Door scheepsbewegingen via satellietdata te volgen, kregen we een veel scherper beeld van de feitelijke doelgroep en konden we de uitstoot van schepen nauwkeurig schatten. Dit hielp niet alleen bij het identificeren van de juiste partijen, maar bood ook een feitelijke basis om bedrijven te stimuleren tijdig aan hun rapportageverplichtingen te voldoen.

Op basis van dit succes werken we nu binnen de Taskforce Maritime en met EMSA aan een Europabrede tool. Het doel is om gezamenlijke afspraken te maken over de toepassing van deze data, zodat er overal in Europa op eenzelfde manier wordt toegezien op de regels. Zo dragen we direct bij aan een duurzaam level playing field en laten we zien dat de NEa door innovatie en internationale samenwerking de standaard zet voor modern en datagedreven toezicht."

Wat zijn de volgende stappen voor de NEa en ETS Zeevaart?

"Op de korte termijn blijven we inzetten op compliance assistance, maar de focus verschuift geleidelijk naar een striktere handhaving. Partijen die herhaaldelijk hun verplichtingen niet nakomen, zullen we scherper aanspreken en handhaven.
Voor de lange termijn zetten we vol in op verdere automatisering. De huidige tooling, die nu nog deels buiten onze kernsystemen opereert, willen we volledig integreren in ons Emissiehandelsportaal (EHP). Dit stelt ons in staat om automatische data-validaties uit te voeren en afwijkende emissies direct te signaleren. De uiteindelijke ambitie is een datagestuurd toezichtsproces: het systeem genereert op basis van risicoprofielen een prioriteitenlijst, waardoor onze inspecteurs hun controles nog gerichter en effectiever kunnen uitvoeren. Dat is de weg die we inslaan om het toezicht toekomstbestendig te maken."

Wat is de belangrijkste les die je uit dit jaar hebt getrokken?

Dat succes het resultaat is van collectief doorzettingsvermogen. Als toezichthouder hebben we dit jaar laten zien waar we voor staan: we zijn behulpzaam waar het kan, maar streng als de situatie daar om vraagt. We hebben de sector bij de hand genomen waar dat moest en durfden ook te innoveren toen de standaardoplossingen niet voldeden. Daarbij schuwen we het niet om in Europa een tegengeluid te laten horen als dat nodig is om de regelgeving eerlijk en werkbaar te houden voor iedereen. Ik ben er trots op dat we als NEa vooraan lopen; we laten zien dat passie voor het vak en een scherpe blik op de toekomst hand in hand gaan."