
3. Impact en conclusie
Hoe onze werkwijze verandert en wat wij nodig hebben
De eerder geschetste ontwikkelingen hebben gevolgen voor de rol en de werkwijze van de NEa. Deze zetten wij hierna uiteen, samen met een puntsgewijze conclusie van deze Stand van de NEa.
3.1 Impact op werkwijzen van de NEa
Om effectief toezicht te kunnen blijven houden, moeten we onze werkwijze op een aantal punten aanpassen. Dit betekent dat we onze rol verbreden: van het toezien op naleving naar het actief duiden van de werking van het stelsel en de bijdrage aan het publieke belang. Bij het beoordelen van bestaand en nieuw beleid gaat de NEa haar blik verder verbreden. De volgende punten hebben betrekking op hoe en waarom onze werkwijze verandert.
Publiek belang meewegen
Waar we in onze beleidsadvisering voorheen al keken naar technische uitvoerbaarheid, uitlegbaarheid en het behalen van beleidsdoelen, voegen we daar steeds nadrukkelijker het brede publieke belang bij: In hoeverre draagt dit instrument echt bij aan zowel klimaatneutraliteit als groene bedrijvigheid? Als dat niet het geval is, zoeken we actief naar manieren om dat te bereiken. We hebben niet alle antwoorden, maar brengen wel de kennis en signalen die we hebben in, omdat dat bijdraagt aan een effectieve transitie.
Internationale duurzaamheidsketens: toezicht met grenzen
Bij de instrumenten die lange (internationale) leveringsketens van hernieuwbare energie moeten waarborgen, stuiten we op uitdagingen. We kunnen niet altijd betrouwbare uitspraken doen over de effectiviteit. Juridisch zijn onze bevoegdheden beperkt tot Nederland. Praktisch is het bijna onmogelijk om volledige transparantie te krijgen in complexe, wereldwijde ketens. In deze ketens wordt primair gewerkt met privaat toezicht, uitgevoerd door conformiteitsbeoordelingsinstanties: CBI’s. Dit private toezicht is belangrijk, omdat de overheid niet overal kan zijn om te controleren. Het toezicht van de NEa op de CBI’s (tweedelijns toezicht) is een aanvulling op het private toezicht en kan daarom nooit volledig sluitend zijn. Dat brengt risico’s met zich mee. Wanneer er misstanden zijn, kunnen we die wel rapporteren, maar niet zelf corrigeren. De vraag is of dat voldoende afschrikwekkend werkt. Bovendien is tweedelijns toezicht moeilijk uit te leggen aan het publiek: zelfs als wij geen problemen constateren, kunnen er in de praktijk toch tekortkomingen zijn bij gecertificeerde partijen. Ons onderzoek naar de duurzaamheid van houtpellets uit Maleisië laat zien hoe kwetsbaar deze systematiek is.
Om onze rol voor hernieuwbare energie effectiever in te vullen, investeren we in een sterkere informatiepositie over mondiale duurzaamheidsketens. We gaan meer onderzoek doen naar hoe duurzaamheidscertificering werkt en welke neveneffecten het heeft. Zo kunnen we beter waarborgen dat de regels daadwerkelijk bijdragen aan het publieke belang. We doen dit binnen onze toezichthoudende bevoegdheden, maar zoeken ook buiten die bevoegdheden naar manieren om impact te hebben. Zo zullen we zelf ter plaatse van de herkomst van de grondstoffen onderzoek doen en de reflecties op basis van onze bevindingen delen met de beleidsdepartementen. Want alleen met betere informatie kunnen we beleid maken dat niet alleen op papier werkt, maar ook in de praktijk.
Samen met stakeholders naar een sterker beleid
Om onze ambitie, klimaatneutraliteit en groene, toekomstbestendige economie, waar te maken zijn onze stakeholders onmisbaar. Hun inzichten vormen de basis voor onze informatie en signalen. Door vaker met hen in gesprek te gaan over het publieke belang, krijgen we beter zicht op kansen en risico’s en kunnen we beleidsmakers beter adviseren.
3.2 Conclusie
Deze Stand van de NEa laat zien dat klimaatinstrumenten werken, maar hun effectiviteit staat onder groeiende druk door:
- Snelle, complexe regelgeving die niet altijd goed uitvoerbaar is.
- Gebrek aan voorspelbaar beleid, waardoor bedrijven minder investeren in verduurzaming.
- Onvoldoende beschikbaarheid van alternatieven, wat kan leiden tot grijze krimp in plaats van groene groei.
- Uitdagingen in het toezicht op lange internationale ketens, waardoor het risico op fraude relatief groot is en de kans op ontdekking relatief klein.
Wat is nodig?
Uitvoerbaarheid verbeteren door:
- Voorkomen onnodige complexiteit
- Inzet op goede IT-tools voor naleving
- Meer aandacht voor uitvoerbaarheid in het wetgevingsproces
- Tijdig duidelijkheid en rechtszekerheid bieden aan bedrijven
Meer aandacht voor EU-brede afstemming van de toezichts- en handhavingspraktijk.
De marktinstrumenten waar we toezicht op houden zijn effectief, als voldaan is aan enkele voorwaarden. Naast uitvoerbaarheid zijn dat:
- Stabiel en voorspelbaar beleid
- Meer doen aan de beschikbaarheid van alternatieven: CO₂-beprijzing alleen is niet genoeg. Investeringen in waterstof, biomassa en netinfrastructuur zijn cruciaal.
- Sterkere informatiepositie: meer eigen onderzoek (ook buiten Nederland) en samenwerking met stakeholders om publiek belang beter te borgen.
De NEa neemt hierin een actieve rol:
- Door kritischer te kijken naar de effectiviteit van regels.
- Door samen te werken met bedrijven, kennisinstituten en Europese partners.
- Door concreet onderzoek te doen naar kwetsbaarheden in duurzaamheidsketens.