Op 17 juli 2026 publiceerde de Europese Commissie haar voorstel voor herziening van het EU ETS. Deze herziening heeft ook gevolgen voor het Nederlandse bedrijfsleven; het kabinet heeft de Nederlandse positie en inzet ten aanzien van dit voorstel bepaald.
Kabinetsinzet op klimaatbeleid en investeringszekerheid
Het kabinet is voorstander is van ambitieus klimaatbeleid, dat in lijn is met het klimaatdoel voor 2040. Daarmee verminderen we ook onze afhankelijkheid van fossiele brand- en grondstoffen en benutten we economische kansen. Het EU ETS is de hoeksteen van het Europese klimaatbeleid. Investeringszekerheid voor bedrijven op basis van een voorspelbaar prijspad is een belangrijke voorwaarde voor effectiviteit. Het kabinet geeft ook aan dat zij het ETS ziet als een vehikel voor investeringen in verduurzaming, mede vanwege de toenemende druk op de positie van de Europese energie-intensieve industrie. Daarnaast stelt het kabinet dat zij wil inzetten op Europese vraagstimulatie voor duurzaam geproduceerde goederen, en blijft werken aan de totstandkoming van de benodigde infrastructuur voor emissiereductie.
Naast deze algemene positieve lijn is het kabinet kritisch op een aantal specifieke onderdelen van het voorstel, met name de onderdelen die de investeringszekerheid voor bedrijven aantasten. Dit betreft zowel investeringen in de toekomst als investeringen die eerder zijn gedaan op basis van het destijds geldende beleid. Het gaat dan voornamelijk om de door de Europese Commissie voorgestelde daling van het emissieplafond na 2030, en om meer en langer gratis emissierechten beschikbaar te stellen. Ook over het langzamer invoeren van CBAM is het kabinet kritisch, omdat daardoor de bescherming tegen koolstoflekkage die CBAM moet bieden ook later merkbaar zal zijn. Wat betreft de wijzigingen die de Commissie wil aanbrengen in het functioneren van de marktstabiliteitsreserve is het kabinet van mening dat onderdelen daarvan de mogelijkheid om een stabiel ETS-prijspad te borgen aantasten.
NEa onderschrijft de kabinetsinzet
De NEa onderschrijft deze lijn, en stelt vast dat de Europese Commissie met haar voorstel laat zien dat het ETS nog steeds een belangrijke pijler is van het Europese klimaatbeleid. Daarnaast ondersteunt de NEa het pleidooi van het kabinet voor investeringszekerheid, en de inzet voor het realiseren van de benodigde infrastructuur. Tegelijkertijd kan er ook nog veel veranderen. De Europese lidstaten zijn verdeeld over het voorstel, en een aantal landen is voorstander van een lager ambitieniveau. Het voorstel van de Commissie is het startpunt voor onderhandelingen, waarna het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie nog moeten instemmen met het resultaat.
Aandachtspunten voor de uitvoerbaarheid
De NEa denkt actief mee in dit proces en brengt vanuit de praktijk kennis in over wat wel en niet bijdraagt aan effectief klimaatbeleid, groen concurrentievermogen en autonomie. Ook goede uitvoerbaarheid - tegen acceptabele kosten - is een belangrijke voorwaarde voor effectiviteit. Deze uitvoerbaarheid hangt sterk af van de uitwerking van het voorstel in uitvoeringsverordeningen. Deze uitwerking vindt later plaats, nadat er overeenstemming is bereikt over dit voorstel. Een aantal onderdelen van het voorstel vragen op dit moment al bijzondere aandacht op het punt van uitvoerbaarheid:
-
De investeringsvoorwaarde voor het verkrijgen van gratis emissierechten. Dit vereist een objectief en verifieerbaar beoordelingskader, en kan gemakkelijk leiden tot veel complexiteit. Bovendien is het voor de haalbaarheid van groot belang dat voortvarend wordt ingezet op het realiseren van de benodigde infrastructuur. Hoe beter uitvoerbaar de regels worden, hoe groter ook de investeringszekerheid voor bedrijven.
- Op veel punten is proportionaliteit van uitvoeringskosten een aandachtspunt. De uitbreidingen van het werkingsgebied van het EU ETS die de Commissie voorstelt omvatten ook kleinere bedrijven en/of bedrijven die relatief weinig emissies hebben. Bij deze partijen ontbreekt vaak de expertise en de personele capaciteit om aan alle verplichtingen te voldoen, en is het vanwege het relatief geringe klimaatbelang vaak ook niet proportioneel om dezelfde eisen te stellen.
- Ook is het van belang dat EU-informatiesystemen tijdig en in nauwe samenwerking met de lidstaten op orde worden gebracht. Informatietechnologie speelt een belangrijke rol bij het beheersen van complexiteit. Tegelijkertijd ziet de NEa tot nu toe dat de ontwikkeling van IT-systemen voor nieuwe Europese instrumenten niet altijd goed aansluit op de uitvoeringspraktijk. Het gevolg hiervan is dat de NEa extra ondersteuning moeten bieden aan bedrijven. De NEa pleit voor vroegtijdige betrokkenheid van lidstaten bij de ontwikkeling van deze hulpmiddelen, zodat tijdige bijsturing mogelijk is.
- Verder is de verificatiecapaciteit een punt van zorg. Daarom is het van belang om bij de uitwerking de omvang en complexiteit van de aanvullende verificatiebehoefte te beperken, en in Europees verband te borgen dat voldoende verificatiecapaciteit beschikbaar komt. Ook spreiding in tijd van de verschillende verificatieverplichtingen is een belangrijk aandachtspunt.