Marktinstrumenten zijn een belangrijk onderdeel van het klimaatbeleid. Ze geven bedrijven een financiële prikkel om hun uitstoot te verminderen en te investeren in verduurzaming. Daarmee dragen ze bij aan een klimaatneutrale samenleving. Uit onze toezichtpraktijk zien we dat deze instrumenten effectief kunnen zijn, maar alleen als aan een aantal belangrijke voorwaarden wordt voldaan.

Dat marktinstrumenten werken, blijkt uit de praktijk

Dat het werkt blijkt uit de cijfers. De emissies in het EU ETS stationair zijn sinds 2005 gedaald met tientallen procenten en in Hernieuwbare energie voor vervoer is in tien jaar meer dan 10% emissiereductie bereikt[VL1] [SB2] . Ook zien we dat de opbrengsten van prijsprikkels voor een deel terugvloeien naar verduurzaming.

De NEa werkt niet alleen. Verduurzaming van bedrijven en emissiereductie verloopt via meerdere wegen. Zo zijn er partijen voor voorlichting en advies, partijen zoals RVO voor subsidie en partijen voor regulering. De NEa werkt met prijsprikkels.

Wat een marktinstrument nodig heeft om te werken

Marktinstrumenten zijn ontworpen om bedrijven ruimte te geven om op de meest efficiënte wijze maatregelen te nemen. Uit onze toezichtpraktijk en signalen van onze stakeholders komt steeds hetzelfde beeld naar voren. Een marktinstrument werkt alleen wanneer aan een aantal voorwaarden is voldaan.

  • Stabiliteit en investeringszekerheid
    Marktinstrumenten voor een klimaatneutrale samenleving zijn gericht op de lange termijn. Ze zijn alleen effectief bij continuïteit, stabiliteit en voorspelbaar beleid. Bedrijven moeten kunnen vertrouwen op dat beleidskader om voor de lange termijn te investeren in duurzame oplossingen. Bedrijven die al geïnvesteerd hebben, moeten erop kunnen vertrouwen dat hun investering gaat renderen. Dat geldt des te meer omdat het in toenemende mate gaat om grote investeringen.  
  • Voldoende beschikbaarheid van alternatieven
    Op dit punt zijn de knelpunten algemeen bekend, zoals netcongestie en beperkte beschikbaarheid van hernieuwbare brandstoffen. Naarmate 2050 dichterbij komt, worden de prikkels om te verduurzamen groter. Zolang alternatieven nog niet voldoende beschikbaar zijn, zien wij dat verduurzaming uitblijft en de prikkels vooral lasten met zich meebrengen zonder dat bedrijven daar iets tegenover kunnen zetten. Om de beschikbaarheid van alternatieven te bevorderen, is het belangrijk dat de financiële opbrengsten van marktinstrumenten worden geïnvesteerd in emissiereductie.
  • Een gelijk speelveld
    Instrumenten moeten op elkaar aansluiten, en voor gelijke gevallen moeten dezelfde regels gelden. De NEa bewaakt dit vervolgens door toezicht en handhaving. Zo voorkomen we oneerlijke concurrentie.
  • Uitvoerbare wetgeving
    Regels moeten in de praktijk uit te voeren zijn, voor bedrijven én voor onszelf als toezichthouder. Onduidelijke of te complexe regelgeving leidt tot vertraging, hogere lasten en meer ruimte voor interpretatieverschillen. Wij zien het daarom als onze taak om gevraagd en ongevraagd te signaleren in uitvoeringstoetsen en advies wanneer regels in de uitvoering niet werkbaar blijken, vóórdat dat tot knelpunten bij bedrijven leidt.

De context waarin instrumenten moeten werken

Het realiseren van een klimaatneutrale samenleving gebeurt niet in een vacuüm. De Europese industrie en energiesector staan voor grote uitdagingen. Er zijn zorgen over concurrentievermogen en afhankelijkheid van andere landen en geopolitieke spanningen dragen bij aan stijgende energieprijzen. Die context is reëel en raakt niet alleen de bedrijven waarop wij toezicht houden maar ook veel burgers.

De transitie naar een klimaatneutrale samenleving is een onderdeel van de oplossing voor deze problemen. Nieuwe technieken in de industrie, het isoleren en anders verwarmen van gebouwen en de overstap naar mobiliteit op basis van hernieuwbare energie maken ons minder afhankelijk. Zo krijgen we meer grip op energieprijzen en wordt duurzame groei mogelijk.

Onze rol

Het vinden van de juiste weg naar klimaatneutraliteit vraagt om lastige keuzes, en die liggen bij de politiek. De rol van de NEa is daarbij niet om die keuzes te maken of te verdedigen, maar om vanuit onze toezichtpraktijk zo goed mogelijk aan te geven wat wel en wat niet werkt.