In een Nationaal Toewijzingsbesluit wordt voor alle ETS-installaties de toewijzing van gratis emissierechten vastgelegd. Een Nationaal Toewijzingsbesluit bestaat uit drie onderdelen:
- Het Nationaal Toewijzingsbesluit zelf.
- B
- Bijlage I, met daarin een overzicht van de toewijzing per installatie. Deze bijlage vermeldt ook aan welke broeikasgasinstallaties op grond van artikel 27bis van richtlijn 2003/87/EG een ‘opt out’-status is verleend.
- Bijlage II, die voor elke installatie individueel is vastgesteld. Deze bijlage bevat informatie die specifiek is voor een installatie, en is daarom niet openbaar.
De toewijzing wordt vastgesteld op basis van gegevens die door de installaties aan de NEa zijn verstrekt, en gebruik makend van de regelgeving voor toewijzing van gratis emissierechten. Deze regelgeving is vrijwel volledig op Europees niveau vastgelegd, en voor het uiteindelijk vaststellen van de toewijzing is goedkeuring van de EC nodig. De NEa voert de toewijzingsregels uit, en vormt het loket voor de Nederlandse installaties onder het EU ETS.
Ontwerp Nationaal Toewijzingsbesluit 2026-2030
De NEa streeft ernaar om in de tweede helft van juli 2026 het Nationaal Toewijzingsbesluit broeikasgasemissierechten voor handelsperiode 4b (2026-2030) definitief vast te stellen. Voorafgaand daaraan heeft de NEa een ontwerp van het Nationaal Toewijzingsbesluit vastgesteld. Eenieder heeft tot 5 juni 2026 de mogelijkheid gehad hierop een zienswijze in te dienen.
Het ontwerpbesluit bevat nog geen cijfers die aangeven hoeveel gratis rechten een installatie krijgt toegewezen in de periode 2026 tot en met 2030. Dit komt omdat de kosteloze toewijzing wordt berekend op basis van benchmarkwaarden voor 2026-2030. Deze benchmarkwaarden zijn begin juli 2026 in een verordening vastgesteld door de Europese Commissie.