Let op! Informatie op deze pagina is alleen relevant voor de ERE-systematiek. Klik op onderstaande knop om naar de HBE-systematiek te gaan. 

Naar HBE systematiek (RED II)

De grondstof van een duurzame biobrandstof bepaalt in belangrijke mate de beloning in emissiereductie-eenheden (ERE’s) die bij inboeking wordt bijgeschreven.

  • ERE geavanceerd 

Biobrandstoffen gemaakt uit grondstoffen waarvoor een geavanceerde productietechniek nodig is. Dit zijn met name afvalstoffen en residuen. Deze grondstoffen staan op: Bijlage IX, deel A van de richtlijn hernieuwbare energie; Bijlage IV van de Uitvoeringsverordening 2022/996 en Bijlage 5 van de Regeling energie vervoer. Voor ERE geavanceerd geldt een minimale inzet voor de brandstoftransitieverplichting.

  • ERE bijlage IX-B

Biobrandstoffen gemaakt uit grondstoffen op Bijlage IX, Deel B van de richtlijn hernieuwbare energie. Dit zijn met name afvalvetten zoals gebruikt frituurvet. Voor ERE bijlage IX B geldt een maximale inzet voor de brandstoftransitieverplichting.

  • ERE conventioneel

Biobrandstoffen gemaakt uit voedsel- en voedergewassen. Voor ERE conventioneel geldt een maximale inzet voor de brandstoftransitieverplichting.

  • ERE overig

Biobrandstoffen gemaakt uit grondstoffen die niet onder de andere categorieën vallen. Voor ERE overige geldt geen minimale of maximale inzet voor de brandstoftransitieverplichting.

  • ERE elektriciteit en ERE hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong worden niet toegekend bij inboekingen van biobrandstoffen.

Een overzicht van de ERE-soorten die toegekend worden bij verschillende grondstoffen die nu in het in het register gebruikt worden, staat hier.

Belang bijlage IX Richtlijn hernieuwbare energie

Bijlage IX van de Europese richtlijn hernieuwbare energie speelt een belangrijke rol bij de beloning in ERE's. Een deel van Bijlage IX wordt verder uitgewerkt in andere lijsten.

Bewijs van duurzaamheid als uitgangspunt

Bedrijven moeten bij hun inboeking de grondstof opgeven waaruit de biobrandstof is geproduceerd. Zij moeten hierbij uitgaan van de grondstof zoals benoemd op het bewijs van duurzaamheid of de garantie van oorsprong (GvO, in de vorm van een VertiCercertificaat).

Het Register Energie voor Vervoer (REV) bevat een lijst met grondstoffen zoals duurzaamheidssystemen (met name ISCC EU) die hanteren. Als het sjabloon van het bewijs van duurzaamheid niet voorziet in een specifieke grondstof voor een inboeking, kunnen bedrijven contact opnemen met hun duurzaamheidssysteem of de NEa.