Bedrijven die hernieuwbare energie leveren in Nederland, kunnen deze leveringen registreren op hun rekening in het Register Energie voor Vervoer (REV). Voor de registratie van deze leveringen ontvangen bedrijven Emissiereductie eenheden (HBE’s). 'Inboeken' is de registratie van leveringen hernieuwbare energie om ERE’s te krijgen.
Let op! Informatie op deze pagina is alleen relevant voor de ERE-systematiek. Klik op onderstaande knop om naar de HBE-systematiek te gaan.
Bedrijven kunnen de volgende soorten van hernieuwbare energie geleverd aan vervoer inboeken:
vloeibare biobrandstoffen,
gasvormige biobrandstoffen,
elektriciteit,
vloeibare hernieuwbare brandstoffen,
gasvormige hernieuwbare brandstoffen.
Daarnaast is het mogelijk om vloeibare en gasvormige hernieuwbare brandstoffen geleverd aan een raffinaderij in Nederland in te boeken.
Inboekende bedrijven
Om in te kunnen boeken, moeten bedrijven beschikken over een rekening met inboekfaciliteit in het REV. Bedrijven kunnen een rekening krijgen als zij aan bepaalde voorwaarden voldoen.
De volgende bedrijven kunnen vloeibare biobrandstoffen en vloeibare hernieuwbare brandstoffen inboeken:
vergunninghouders accijnsgoederenplaats (AGP) voor minerale oliën,
vergunninghouders Geregistreerd Geadresseerde voor minerale oliën,
importeurs onder betaling van accijns, zoals gedefinieerd in de Wet op de accijns.
Bedrijven die gasvormige biobrandstoffen leveren, kunnen inboeken als zij afnemer zijn in de zin van de Gaswet met aansluitingen op het net en geschikte laadinfrastructuur.
Elektriciteit kan ingeboekt worden door onderdenemers die afnemer zijn in de zin van de Elekticiteitswet met aansluitingen op het net, en een minimale hoeveleeheid geleverde elektriciteit (drempelwaarde) aan vervoer leveren.
Daarnaast kunnen ook inboekdienstverleners inboeken voor leveringen van anderen die aan bepaalde randvoorwaarden voldoen.
Bedrijven kunnen gasvormige hernieuwbare brandstoffen inboeken als zij houder zijn van een Omgevingswetvergunning voor de ontvangst, de opslag en de verkoop van waterstof en waterstof aan vervoer leveren via een bemeterd leverpunt.
Raffinaderijhouders kunnen aan hun raffinaderijen geleverde gasvormige/vloeibare hernieuwbare brandstoffen inboeken.
Bijschrijving ERE’s
Bedrijven kunnen het hele jaar door hun geleverde hernieuwbare energie inboeken in het Register Energie voor Vervoer (REV).
Voor elke kilogram CO2-equivalent-ketenemissiereductie vanwege de geleverde hernieuwbare energie die is ingeboekt, krijgt de inboeker één ERE op zijn rekening in het REV bijgeschreven (RARE bij een levering van hernieuwbare brandstoffen aan een raffinaderij).
Een bedrijf krijgt na de inboeking van een levering direct het bijbehorende aantal ERE’s (of RARE’s) bijgeschreven op zijn rekening in het RegisterEnergie Vervoer (REV).
Voor hernieuwbare energie die is geleverd tussen 1 januari en 1 mei van een kalenderjaar en in diezelfde periode is ingeboekt, schrijft het REV de ERE’s niet direct bij. Dat gebeurt na 1 mei van dat jaar, nadat de jaarafsluiting van het voorgaande jaar heeft plaatsgevonden.
De NEa kan de bijschrijving van ERE’s opschorten als het REV een afwijking van het inboekprofiel of andere onregelmatigheden constateert.
Berekening aantal ERE uit inboeking
Aantal ERE = omvang inboeking [l of kg]*LHV [MJ/l of MJ/kg]*(94 [g/MJ]- E [g/MJ])*factor / 1000
De omvang van de inboeking is de geleverde biobrandstof in liters of kilogrammen;
LHV is de lagere verbrandingswaarde van de biobrandstof die u inboekt in MJ/l of MJ/kg. Afhankelijk van het soort biobrandstof geldt een standaardwaarde uit de RED of een zelf vastgestelde waarde door monstername en analyse volgens een ISO-/IEC 17025 geaccrediteerd laboratorium;
94 is de Europees vastgelegde fossiele uitgangswaarde (in g/MJ) waartegen een biobrandstof reduceert;
De emissiefactor E is de emissiefactor van de biobrandstof in g/MJ zoals op het bewijs van duurzaamheid staat. Afhankelijk van de grondstof-brandstof combinatie kan er gebruik worden gemaakt van standaardwaarden uit de RED of wordt dit in het kader van het duurzaamheidssysteem vastgesteld.
Indien de biobrandstof is gemaakt van dierlijk vet categorie 3, geldt er een rekenfactor van 0,5.
De deling door 1000 is nodig voor de omrekening van gram naar kg.
De ERE-systematiek vraagt om een zorgvuldige voorbereiding om te weten hoeveel ERE’s er verkregen worden. Een bepaald volume geleverde biobrandstof levert namelijk niet altijd een vast aantal ERE’s op. De emissiewaarde op het bewijs van duurzaamheid van de geleverde biobrandstof bepaalt namelijk hoeveel ERE’s er worden bijgeschreven. Het is verstandig hier rekening mee te houden.
(Standaard)waardes en berekeningen
Voor sommige grondstof-brandstofcombinaties zijn standaardwaardes voor de emissiereductie beschikbaar. Deze zijn op Europees niveau vastgelegd in de RED. Voor veel grondstof-brandstofcombinaties zullen de partijen in de keten echter de daadwerkelijke emissiereductie zelf moeten berekenen volgens de regels uit de RED en Implementing Regulation 2022/996.
Ook in ketens waarvoor een standaardwaarde beschikbaar is, is het toegestaan zelf de daadwerkelijke waarde te berekenen. In veel gevallen is dat gunstiger dan de standaardwaarde. In gevallen waarin er zelf berekend wordt, kan het aantal ERE’s per levering variëren.
Aantal ERE = levering [kWh] * aandeel hernieuwbaar [%] * 183 [g/MJ] * 3,6 [MJ/kWh] /1000
De levering is de hoeveelheid geleverde elektriciteit in kWh;
Het aandeel hernieuwbaar is het netgemiddelde of 100%, afhankelijk van of er hernieuwbaar opgewekte elektriciteit wordt geleverd aan vervoer of elektriciteit van het net;
183 is de Europees vastgelegde fossiele uitgangswaarde (in g/MJ), waartegen hernieuwbare elektriciteit reduceert.
3,6 is nodig voor de omrekening van kWh naar MJ;
1000 nodig is voor de omrekening van gram naar kg.
Deadline inboeken
Inboeken van geleverde biobrandstoffen kan het hele jaar door.
Wel geldt een uiterste deadline: uiterlijk op de laatste werkdag vóór 1 maart van elk jaar moeten de biobrandstoffen (geleverd in het voorgaande kalenderjaar) ingeboekt zijn in het REV. Biobrandstofleveringen die in 2026 zijn gedaan, moeten uiterlijk 26 februari 2027 in het REV zijn ingeboekt. Na deze datum is het niet meer mogelijk om nog inboekingen van leveringen uit 2026 te doen.
Omdat het REV vanwege de overgang van HBE’s naar ERE’s grondig vernieuwd wordt, is het vernieuwde REV naar verwachting pas in mei/juni 2026 beschikbaar voor het inboeken voor ERE’s.
Inboekverificatie
Bedrijven die inboeken in het REV moeten jaarlijks over een inboekverificatieverklaring beschikken. Hieruit blijkt of de ingeboekte hernieuwbare energie aan alle wettelijke vereisten voldoet. Als de inboekverificatie niet met goed gevolg is afgerond, verstrekt de inboeker een rapport van bevindingen. De verificateur verwerkt jaarlijks vóór 1 mei de uitkomsten van de inboekverificatie over de inboekingen van het voorgaande kalenderjaar in het REV.
Een inboeker moet zelf een contract met de inboekverificateur afsluiten en bekostigen.
Benader een inboekverificateur tijdig, om te voorkomen dat bovengenoemde deadline niet gehaald kan worden.
Op dit moment zijn er drie inboekverificateurs:
Control Union;
Dekra;
NORMEC QS.
Eisen aan de inboekverificateur
De inboekverificateur voert de verificatiewerkzaamheden op een onbevangen en onpartijdige manier uit.
De inboekverificateur is geaccrediteerd voor het onderdeel inboekverificatie van het werkveld hernieuwbare energie vervoer, door de Nederlandse Raad voor Accreditatie (RvA) of door een nationale accreditatieinstelling uit een andere lidstaat van de Europese Unie (EU).
De inboekverificateur mag ook verificaties uitvoeren als hij aantoonbaar een accreditatieprocedure is gestart die nog niet is afgerond.
Informatie over het accreditatieproces is te verkrijgen bij de Raad voor Accreditatie Raad voor Accreditatie (RvA).
Eisen aan inboekverificatie
De eisen aan de inboekverificatie zijn uitgewerkt in bijlage 8 van de Regeling energie vervoer. De verificateur moet zijn werkzaamheden uitvoeren conform een door hem opgesteld en door de NEa goedgekeurd verificatieprotocol.
Jaarafsluiting
Het geheel van handelingen dat bedrijven, verificateurs en NEa in het begin van het kalenderjaar moeten uitvoeren om te voldoen aan de wettelijke eisen, wordt de jaarafsluiting genoemd. HBE’s die niet gespaard mogen worden naar een volgend jaar, vervallen als sluitstuk van de jaarafsluiting.
Bedrijven die aan de systematiek Energie voor vervoer deelnemen ontvangen van de NEa informatie, ter voorbereiding op de jaarafsluiting.
Algemene Informatie over de jaarafsluiting leest u onder 'Jaarafsluiting' op deze webpagina.
ERE's sparen
Als bedrijven na het afschrijven van Emissiereductie-eenheden (ERE’s) voor hun verplichtingen nog ERE’s overhebben, kunnen zij op 1 april een gelimiteerde hoeveelheid ERE’s meenemen naar het volgende nalevingsjaar. Dit zijn de gespaarde ERE’s. Meer informatie over over sparen en de spaarlimiet leest u op deze webpagina.
Toezicht en handhaving door de NEa
In aanvulling op de inboekverificateur voert ook de NEa periodieke controles op de inboekingen uit. Als sprake is van een onjuiste inboeking dan kan de NEa deze, tot 5 jaar na het kalenderjaar waarop de inboeking betrekking heeft, corrigeren (ambtshalve vaststellen). Zie ook 'Toezicht en Handhaving'.
Inboeken: eigen afweging maken
Inboeken gaat gepaard met verantwoordelijkheden en bepaalde kosten en administratieve lasten. Bij het maken van de afweging om ERE’s te verkrijgen door zelf in te boeken of door ERE’s te kopen van andere bedrijven, moet met deze administratieve lasten rekening worden gehouden.
Voorbeelden van kosten en administratieve lasten bij levering van vloeibare biobrandstoffen (niet uitputtend en hoeven niet altijd voor te komen)
Inkoop van vloeibare biobrandstoffen
Opslagtanks en menginstallaties
Certificering met een erkend duurzaamheidssysteem
Bijhouden van duurzaamheidsadministratie en massabalans
Bemonstering en analyse
Inboekverificatie
Bij de afweging voor een bedrijf om in te boeken, moet het ook rekening houden met het NEa toezicht op de naleving van de inboekvoorwaarden. De NEa heeft namelijk de mogelijkheid om handhavend op te treden (zie ‘Handhavingsmiddelen’) indien de inboeker niet aan die voorwaarden voldoet. Het is dus belangrijk om te beseffen dat inboeken een vrijwillige, maar niet vrijblijvende activiteit is.